Little Nemo in het land van B. Gates

In de surrealistische strip Little Nemo die vanaf 1905 in de Verenigde Staten verscheen, komt de hoofdpersoon in een van zijn dromen terecht op Mars.

Historische gegevens over Standard Oil en J.P. Morgan zijn ontleend aan The Prize (Daniel Yergin) en The House of Morgan (Ron Chernow).

Daar wacht hem een samenleving waarin alle macht in handen is van de zakenman B. Gossie. Om te ademen moet lucht worden gekocht van een van Gossi's bedrijven, en zelfs letters om mee te spreken kosten geld.

Little Nemo's Mars-monopolie verscheen in 1910 in de New York Herald. De kruistocht van president Theodore Roosevelt tegen Standard Oil, de almachtige oliemaatschappij van de familie Rockefeller die de gehele Amerikaanse olie-industrie beheerste, was vrijwel afgerond. Roosevelts strijd mondde uiteindelijk uit in de gedwongen opdeling van de oliegigant in 1911. De huidige concerns Exxon, Chevron en Mobil zijn hedendaagse nakomelingen van het eens zo machtige imperium.

“God damn all Roosevelts”, vloekte de bankier Jack Morgan een kwart eeuw later. In 1935 werd onder een andere Roosevelt, Franklin D, het al even machtige financiële imperium van de bankiersfamilie Morgan door een wijziging van de bankwetten gedwongen zich te splitsen in de algemene bank J.P. Morgan, de effectenbank Morgan Stanley en, via een verkoop van een meerderheidsbelang, het Londense Morgan Grenfell. Ruim veertig jaar later was de beurt aan AT&T, dat de Amerikaanse telefoonmarkt volledig beheerste, en werd opgedeeld in het romp-concern AT&T en een serie van regionale telefoonmaatschappijen, die al snel de 'Baby-Bells' werden genoemd.

Elk tijdperk brengt zijn moloch voort. De overgang naar de olie-samenleving leidde tot Rockfellers' Standard Oil. De opkomst van het financieringskapitaal aan het einde van de vorige eeuw bracht John Pierpont Morgan's bankiershuis voort. De verspreiding van de telefonie baarde AT&T.

De belangrijkste zinsnede uit het oordeel van de hoogste rechter, die zich in 1911 moest uitspreken over het beroep dat Standard Oil aantekende tegen het anti-trustonderzoek dat leidde tot zijn opdeling, luidt als volgt: “Niemand kan het onderzoek bezien zonder tot de conclusie te worden gebracht, dat het genie voor commerciële ontwikkeling en organisatie [...] al snel tot doel kreeg om anderen uit te sluiten.” Wanneer dat nog steeds de maatstaf is, dan is er een volgende moloch die op zijn tellen moet passen.

Als een hedendaagse Little Nemo op zijn jongenskamer zijn computer aanzet, wordt hij geconfronteerd met een contemporaine B. Gossie: de oprichter en grootaandeelhouder van Microsoft, B. Gates. Het besturingssysteem op Nemo's computer is afkomstig van B. Gates, de programma's zijn door B. Gates' concern zelf uitgebracht of geschreven naar zijn instructies. Nu lijkt ook het Internet, de enige omgeving waar B. Gates' wil nog geen wet was, niet meer veilig.

Deze week klaagde het computerbedrijf Sun, een voorname speler op de Internet-markt Microsoft aan. Java, de universele programmeertaal waardoor allerlei verschillende computersystemen via het Internet met elkaar kunnen praten, zou volgens Sun door Microsoft worden omgebouwd tot een eigen versie, die alleen zaken kan doen met Microsofts eigen Internet-navigatieprogramma Explorer.

Explorer wordt standaard meegeleverd met Microsofts besturingsprogramma Windows 95, waarop Microsoft voor personal computers het monopolie heeft.

Daardoor zullen vroeg of laat alle deelnemers aan het Internet zich toch weer naar Gates' wensen moeten voegen en is weer een opstand tegen Microsofts heerschappij neergeslagen.

De meest recente verwijzing naar het lot van Standard Oil komt niet toevallig uit de mond van het Internet-bedrijf Netscape, dat schudt op zijn grondvesten na een frontale aanval van Microsofts Explorer op zijn Internet-navigator Navigator.

Nu ligt Microsoft al langer onder vuur. Het aandeel van 150 miljoen dollar dat Gates' firma deze zomer nam in aartsrivaal Apple - het enige pc-platform dat een alternatief is voor MS DOS - werd aanvankelijk dan ook uitgelegd als een poging om mogelijke 'trust-busters' in Washington de wind uit de zeilen te nemen: Microsoft werkte tenslotte mee aan het voortbestaan van een 'concurrent'. Maar ook wordt duidelijk dat als gevolg van de deal het Explorer-programma voortaan standaard ook met Apples zal worden meegeleverd, waardoor Gates' verlangde Internet-dominantie weer wat dichterbij is gekomen.

Microsoft-critici kunnen een lange lijst noemen van mogelijke nieuwe monopolies, met als hoogste doel het verschaffen van het standaard 'platform'

waarop de gehele elektronische supersnelweg, inclusief nieuwe vormen van telefonie, zal worden gebouwd.

De zaak-Microsoft heeft al geleid tot de constatering dat in de moderne economie de terugkoppeling ontbreekt: een technologische voorsprong liep vroeger altijd het risico een remmende voorsprong te worden, wanneer nieuwe modernere spelers de markt betraden. Standaards waren er om te verouderen, en door nieuwe te worden vervangen. Nu zou dat anders zijn: wie een voorsprong heeft, bouwt die alleen maar verder uit, waardoor nieuwe spelers niet eens de kans maken om de markt te betreden. Het beheersen van de standaard betekent het beheersen van de installed base, cliënten die het product gebruiken en er voor de eeuwigheid aan vast blijven zitten.

Microsofts tegenhangers omarmen daarom juist de anarchie van het Internet als vluchtweg uit Gates' overheersing. De markt zal daar het werk moeten doen.

Tenzij Microsoft zich aantoonbaar inspant om de markt dat werk onmogelijk te maken. Wie de wrok van de publieke opinie riskeert, lokt daarmee vroeg of laat een politieke tegenreactie uit op zijn heerschappij. De Rockefellers van Standard Oil ondervonden dat tegenover de politiek ook hun macht uiteindelijk zijn grenzen had.