Leuke plaatjes in leerboek hinderen leerproces

Leuke plaatjes in natuurwetenschappelijke leerboeken zijn zinloos, erger nog: ze belemmeren het leerproces. Dit concluderen S.F. Sharp en R.E. Mayer van de Universiteit van Californië (Santa Barbara) uit een experiment waarbij ze een leerboektekst over bliksem in drie varianten lieten lezen door meteorologisch ongeschoolde studenten die er vervolgens vragen over moesten beantwoorden (Journal of Educational Psychology 1997, vol 89).

De studenten die een kale tekst lazen onthielden het meest. De studenten die niet alleen 'leuke' plaatjes maar ook 'leuke' zinswendingen in de tekst kregen aangeboden, scoorden het laagst in de geheugentest en het beantwoorden van begripsvragen.

De droge tekst van ongeveer 500 woorden gaf een zakelijke beschrijving van hoe bliksem gevormd wordt: '... Wanneer de oppervlakte van de aarde warm is, wordt vochtige lucht aan het aardoppervlak verwarmd. Deze lucht stijgt op en veroorzaakt een opwaartse stroming....' enzovoorts. De voor de uiteenzetting van het ontstaan van bliksem irrelevante, 'leuke' informatie bestond uit toevoegingen zoals dat vliegtuigen die door opwaartse luchtstromingen vliegen, flink gaan schudden. De 'leuke' plaatjes laten onder meer een strand zien met het onderschrift 'Swimmers are sitting ducks for lightning'.

Er waren twee concurrerende theorieën over toepassing van leuke, niet direct met de leerinhoud verbonden illustraties en anekdotes in leerboeken. Volgens de 'emotionele-belangstellingstheorie' worden lezers door interessant maar irrelevant materiaal in een leerboek geactiveerd. Door het grotere plezier gaat het leren gemakkelijker af. Deze theorie ligt ten grondslag aan heel veel illustraties in schoolboeken. De begripsmatige-belangstellingstheorie gaat uit van precies het omgekeerde, daarbij gaat het begrip aan de emotie vooraf. Het lezen en leren van een tekst wordt gemakkelijker als de lezer structurele aanwijzingen krijgt, zoals een extra samenvatting van de stappen van het betoog. Als de oorzakelijke keten van een betoog verhelderd wordt, wordt de tekst beter begrepen, en pas dan ontstaat de emotie: de voldoening over de beheersing van de materie. De laatste theorie is volgens de onderzoekers de juiste.