Kinderen

Investeren ouders nu meer of minder in hun kinderen dan vroeger?

Als ik mijn ergernis over het oprukken van de economische taal in het privéleven even opzij weet te zetten vind ik dit een interessante vraag, ook omdat de antwoorden zo sterk uiteenlopen.

Het gangbare beeld dat uit gesprekken en geschriften naar voren komt neigt naar de eerste optie: ouders investeren veel in hun kinderen, ze geven hun veel zorg en aandacht, meer dan onder vroegere ouders gebruikelijk was. Huidige ouders hebben ook veel geld en moeite over voor de ontwikkeling van hun kinderen. En niet alleen voor school & opleiding, maar ook voor sport, muziekles en al die cognitieve vaardigheden-bevorderende spelletjes die ouders een rib uit het lijf kosten maar waar kinderen zoveel van zouden opsteken. Omdat diploma's alleen vaak niet meer voldoen om een baan te krijgen moeten kinderen zich breed ontwikkelen. Ondanks alle ontspannen praatjes over toekomstwensen ten aanzien van het eigen nageslacht - als ze maar gelukkig zijn, of voor mijn part gaat hij in een garage werken - zijn veel ouders behoorlijk ambitieus als het om hun kinderen gaat. Maar de angst om kinderen iets op te leggen is tegelijkertijd groot: ze moeten immers zelf kiezen en hierbij niet de hete en dwingende adem van hun ouders in de nek voelen. Toch vallen verborgen ambities soms wel af te leiden uit ouderlijke zorgen en teleurstellingen die intimi op eerlijke momenten worden toevertrouwd.

Kinderen zijn een levensdoel geworden, dus moet er veel in geïnvesteerd worden. Ze zijn sterk gewenst, dus moet je ze ook veel geven. De samenleving is harder geworden, dus moeten ze eenmaal volwassen goed beslagen ten ijs komen; dus moeten ze veel meekrijgen aan vorming en vaardigheden.

Je hebt er minder, dus die kan je ook meer geven.

Er valt echter ook een heel ander verhaal te vertellen, ditmaal niet over zorg en aandacht maar over verwaarlozing. Deze teneur is sterker in artikelen van Amerikaanse sociologen dan in de Nederlandse geschriften over huidige gezinsverhoudingen. Ouders zouden juist minder in kinderen investeren, omdat kinderen later ook niet meer voor hun ouders zorgen en daarmee hun nut zouden verliezen.

Hier valt natuurlijk tegenin te brengen dat dit veel te eng economisch gedacht is, en dat wat ouders terugkrijgen meer ligt op het vlak van steun, aandacht, zorg, gezelligheid, een bloemetje op moederdag en de kalkoen met kerstmis. Ouders hebben het geld van hun kinderen ook niet meer nodig, gezien de naoorlogse welvaartstijging en de verzorgingsstaat. Onlangs verscheen een boek van de Amerikaanse sociologe Arlie Hochshild, The Time Bind die de koe op een andere manier bij de horens vat.

Ook zij is vrij somber over de aandacht van huidige ouders voor hun kinderen, maar haar wending is een andere. Ouders kiezen steeds meer voor hun werk omdat ze het daar leuker vinden. Omdat ze zich daar meer op hun gemak voelen, ontspannener dan in het eigen gezin, waar het druk is, kinderen veeleisend zijn, en erg veel in erg weinig tijd moet gebeuren. Hoe werk thuis wordt en thuis werk, is dan ook de ondertitel van het boek, en hierin ligt het antwoord besloten op haar vraag hoe het komt dat ouders steeds meer tijd op hun werk doorbrengen. Ook als het financieel niet nodig is. Ook als het werk het toelaat om meer vrij te nemen. Zelfs als het werk een gezinsvriendelijk beleid voert, zoals het bedrijf waar Hochschild onderzoek deed. Nee, ook al zouden ze flexibeler werktijden en meer verlof kunnen krijgen, ze doen het niet. Ze gaan juist steeds langer en harder werken. Het antwoord is simpel en overtuigend. En schokkend: want als dat zo is wordt het thuis ook steeds vervelender en het verlangen hieraan te ontsnappen groter. De vicieuze cirkel is rond.

En die valt moeilijk te doorbreken.

De klemmende vraag is natuurlijk of het ook in Nederland zo'n vaart zal lopen. Ik denk het niet, en ik hoop het niet. Ik hoop dat de Nederlandse huiselijkheidstraditie en het vaak als achterlijk beschreven feit dat Nederlandse moeders vaak thuismoeders zijn of slechts tot parttime werk te porren, ons behoeden voor het patroon waarin beide ouders chronisch geen tijd hebben voor hun kinderen. Leve het parttime werk. Ook als man zou ik niets liever willen.