Jeltsin voor verdrag, Clinton tegen

WASHINGTON / STRAATSBURG, 11 OKT. De Russische president Boris Jeltsin heeft zich gisteren op de topconferentie van de Raad van Europa in Straatsburg voorstander getoond van de uitbanning van anti-persoonsmijnen.

Jeltsin zei dit na de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Internationale Campagne tegen landmijnen. De Amerikaanse president Bill Clinton blijft bij zijn afwijzing van het verdrag tegen landmijnen.

Na een oproep daartoe van de Franse president Chirac zei Jeltsin in voorzichtige bewoordingen zijn steun te willen geven aan de uitbanning van anti-persoonsmijnen. “Wij zullen werken aan een oplossing en de conventie (tegen landmijnen) tekenen”, zei Jeltsin. Maar hij maakte duidelijk dit niet eerder te zullen doen dan wanneer de Verenigde Staten hier ook toe bereid zijn.

Clintons woordvoerder zei gisteren dat de Amerikaanse president nog altijd “rotsvast van vertrouwen” is, dat zijn beleid de Amerikaanse belangen het best beschermt, en op den duur ook “het belang dient van uitbanning van de vloek van landmijnen”. Tegelijk verwelkomde het Witte Huis de toekenning van de Nobelprijs aan Jody Williams en haar Internationale Campagne voor het Verbod van Landmijnen. Clintons woordvoerder zei dat de president Jody Williams zeker zal willen feliciteren.

Het Pentagon, dat eerder dit jaar zware druk op Clinton uitoefende om het verdrag tegen landmijnen waar circa 100 landen zich achter hebben geschaard, niet te accepteren, onderstreepte gisteren dat de Verenigde Staten op termijn voor afschaffing zijn van zogenoemde 'domme mijnen'. Maar de 'slimme mijnen', landmijnen die na verloop van tijd op afstand buiten werking gesteld kunnen worden, kunnen de Amerikaanse troepen niet missen.

Mijnen spelen voor de Amerikanen niet alleen een essentiële rol op het Koreaanse schiereiland, ook in de Golfoorlog hebben de Amerikaanse troepen met behulp van mijnen de Iraakse troepen gedwongen zich in een bepaalde richting te begeven.