In Frankrijk zou Huizinga bloeien

Judoka Mark Huizinga (24) geldt als het veelzijdigste talent van Nederland. Maar gisteren, op de tweede dag van de WK in Frankrijk, wist hij zijn talenten niet uit te buiten. Over een mislukte poging om de Parijse hemel te bestormen.

PARIJS, 11 OKT. De Nederlandse judowereld moet haar zeldzame talenten koesteren. Mark Huizinga bijvoorbeeld, een 24-jarige technisch bekwaam judoka die al twee keer Europees kampioen werd, vorig jaar op de Olympische Spelen een bronzen medaille won en rijp leek voor een wereldtitel.

Maar zo snel als hij, zijn coach Chris de Korte en de anderen in judokring Nederland willen, gaat de stap naar de hoogste top niet.

Gisteren werd Huizinga al in de eerste ronde door de Cubaan Despeigne verslagen en zag hij enige uren later met lede ogen toe hoe zijn overwinnaar ook onderuit ging, waardoor de Nederlander zelfs een kans op een herkansing werd ontnomen.

De uitschakeling van de beste Nederlandse judoka bij de WK in Parijs, was een voortzetting van de zwakke prestaties van de Oranje afvaardiging. Na de teleurstellingen op de eerste dag van met name Europees kampioen Ben Sonnemans en Dennis van der Geest, konden ook Huizinga, Edwin Steringa, Edith Bosch en Nancy van Stokkum de gezichten in de Hollandse enclave in sportpaleis Bercy niet opvrolijken. Somber en gelaten moesten de deze judoka's toekijken hoe met name Fransen en Koreanen hun technische vaardigheden etaleerden in de finales.

Daar tussen de atletische en behendige wereldtoppers had Mark Huizinga ook willen, en zelfs kunnen staan. Want met zijn techniek, atletisch vermogen en uitstraling kan hij zonder twijfel wedijveren met 's werelds beste judoka's.

Maar om een of andere reden slaagde de Vlaardingse middengewicht (boven 86 kilo) er niet in de Cubaan die hij in vier vorige ontmoetingen nog tweemaal met een vol punt had verslagen, op zijn rug te gooien. Tevergeefs zocht hij naar de reden van zijn nederlaag.

Dat de arbiter niet ingreep bij de hoge mate van passiviteit van Despeigne, was de nog de meest waarschijnlijke oorzaak.

Duidelijk is - en dat weet hij uit ervaring - dat Huizinga altijd moeite heeft met de eerste partij van een toernooi. Hij groeit naarmate de titelstrijd vordert. Zo had hij ook al in de eerste ronde van de Olympische Spelen verloren. Eerst nadat zijn overwinnaar, de Korean Jeon Ki Young, tot de eindstrijd was doorgedrongen, kon Huizinga zich opmaken voor de herkansing en daarin de bronzen medaille veroveren. Misschien schort het aan zijn opwarming, misschien wordt hij in de ochtenduren te veel gehinderd door flegma. Wie weet de waarheid wanneer gefilosofeerd wordt over de mysterieuze krachten van de sport?

Voorlopig is Huizinga na zijn hemelbestormingen terug op aarde. Het kan geen kwaad, zo drukte zijn clubtrainer De Korte de neergang diplomatiek uit. Een nederlaag op het podium waar hij zijn talent had kunnen bekronen met een wereldtitel, komt hard aan voor een gewetensvolle en intelligente judoka als Huizinga. Zo nauwgezet als hij zich altijd voorbereidt en zo nauwgezet als hij de technische en tactische ontwikkelingen op video-opnamen bestudeert, zo zijn er weinig in Nederland. Hij had zich kunnen scharen in het rijtje Geesink-Ruska, de twee enige Nederlanders die ooit een wereldtitel behaalden - wat voldoende zegt over de zeldzaamheid van een talent als Huizinga.

Misschien is het klimaat van koestering wel funest voor een sportman. Zeker wanneer hij de enige is en nauwelijks concurrentie ondervindt, slaat zelfgenoegzaamheid snel toe. Daarnaast voelen Nederlandse sportmensen zich beter in de rol van underdog, dan in die van favoriet. Nederlanders kunnen doorgaans niet als Fransen, Duitsers en Amerikanen gloriëren wanneer zij als kanshebber beginnen. Nederlanders plegen op het sterkst te zijn wanneer niemand iets verwacht.

De weg naar de wereldtop is voor Huizinga nu plotsklaps weer heel lang. Nog minimaal twee jaar wachten voordat er weer een kans komt, beseft hij. Misschien dat de verschuiving van de gewichtsklassen (86 tot 95, wordt 81 tot 90) hem gunstig gezind is, zoals De Korte veronderstelt. Maar Huizinga denkt daar anders over. Hij is nu rond 86 kilo en veel zwaarder meent Huizinga voorlopig niet te kunnen worden. Door krachttrainingen zal hij hooguit 88 kilo worden. En judoka's die nu 92 kilo wegen, kunnen gemakkelijk twee kilo kwijtraken wanneer zij dat willen.

Zoals Huizinga weet staat de concurrentie ook niet stil. Niet alleen Fransen, Koreanen, Japanners en Cubanen beschikken over meer trainingsfaciliteiten dan de Nederlanders - nog afgezien van de grotere aanwas van talent in deze landen waar judo razend populair is. Frankrijk telt 500.000 judoka's, judo is bovendien in veel Franse departementen een verplicht onderdeel van de lichamelijke oefening op basisscholen. Wie dezer dagen het sportpaleis Bercy binnenloopt, kan de passie van Fransen voor judo niet ontgaan.

Mark Huizinga zou in Frankrijk moeten leven. Daar zou hij gekoesterd worden als een van de vele talenten, gewaardeerd worden om zijn technische judo en financieel rijkelijk ondersteund worden.

Maar hij woont in Nederland en daar is het behelpen voor topsporters in het algemeen en judoka's in het bijzonder.