Gekonkel om olie in de onderbuik van Rusland; Een Kaukasische tragedie

Op de landkaart heeft de Kaukasus iets weg van een brede sokkel, waarop Europees Rusland rust, massief, stevig, onaantastbaar.Schijn bedriegt. Dit is Ruslands kwetsbaarste plek: hier lopen breuklijnen die nauwelijks te beheersen zijn. En dat terwijl het gebied geopolitiek steeds belangrijker wordt. Het is een toneel van felle internationale rivaliteit. De inzet: miljarden vaten olie.

Hier maakten een eeuw geleden Nobel en Rothschild en Deterding hun fortuinenVier, vijf oorlogen op rij, opstanden, staatsgrepen, bloedbaden, verwoeste stedenPeter MichielsenOp 8 augustus 1993 werd, vlakbij de Georgische hoofdstad Tbilisi, CIA-agent Fred Woodruff vermoord. Zittend in een auto naast de chef van de Georgische veiligheidsdienst, Eldar Goegoeladze, werd hij van grote afstand in het hoofd geschoten. De moord was voor de directeur van de CIA belangrijk genoeg om ervoor naar Tbilisi te reizen. Er werd een dader gevonden: ene Anzor Sjajmadze bekende het fatale schot te hebben gelost.

Het was 'een daad van gewone criminaliteit', zo heette het officieel in Tbilisi, en in Washington. Een 'daad van willekeurig geweld'.

Niemand geloofde dat. Tijdens het proces trok Sjajmadze zijn bekentenis in - die was hem door marteling afgeperst. Op 7 februari 1994 kreeg hij niettemin vijftien jaar gevangenisstraf.

In diezelfde maand februari 1994 werd in Washington een hoge CIA-functionaris, Aldrich Ames, ontmaskerd als spion voor Moskou - een van de belangrijkste spionnen die Moskou in de VS heeft gehad. Tevens werd bekend dat Aldrich Ames een week vóór de moord op Fred Woodruff in Tbilisi was geweest. Hetgeen een geheel nieuw licht wierp op de moord.

Waarom Fred Woodruff werd vermoord weten we niet, noch wat spion Ames in Tbilisi te zoeken had, of waarom de zaak zo belangrijk was dat de CIA-chef het lijk zelf kwam ophalen, of hoe een schutter van 150 meter afstand een man in een rijdende auto kon treffen. Maar het incident maakte duidelijk dat een land als Georgië, hoe ver weg en hoe onbetekenend ook, voor geheime diensten interessant genoeg was.

En nog is. In augustus klaagde de Russische president Boris Jeltsin over de toegenomen activiteit van de CIA in de Kaukasus. “Onze invloed in het gebied neemt helaas af. De Amerikanen beginnen er door te dringen.”

De Kaukasus. 'Berg der talen', zo noemen de Arabieren de bergketen tussen de Zwarte en de Kaspische Zee. Een zeldzaam gecompliceerde wirwar van volkeren en volkjes, clans, stammen, culturen, religies, alfabetten, tradities, gebruiken.

Primitieve bergbewoners naast eeuwenoude cultuurvolken. Armenië is 's werelds oudste christelijke natie, Georgië het Kolchis van de oudheid, waar Jason en de Argonauten het Gulden Vlies zochten. De Russen hadden in de vorige eeuw driehonderdduizend man en veertig jaar nodig om de Kaukasus in te lijven - en hoe: hele volken werden verdreven. Er wonen sindsdien meer Tsjerkessen, Abchaziërs en Kabardijnen in Turkije en elders in het vroegere Ottomaanse rijk dan in hun eigen land.

Sinds de desintegratie van de Sovjet-Unie in december 1991 is de noordelijke Kaukasus de zuidgrens van het rijk van Moskou. Het is een verre van rustige grens, deze rits van zes autonome republieken. Tsjetsjenië scheidde zich in een bloedige oorlog af. Rusland heeft er de facto niets meer te vertellen.

Toen Moskou vorige maand klaagde over de islamitische wetgeving in Tsjetsjenië, zei de Tsjetsjeense vice-president Vacha Arsanov dat hij “op Rusland spuugt” en dat de Russische leiders wegens genocide moeten worden geëxecuteerd.

De andere republiekjes aan de ruige noordkant van de Kaukasus zijn nauwelijks minder lastig. Straatarme landjes: van de tien armste regio's van Rusland liggen er zes hier, in de noordelijke Kaukasus, met een gemiddeld inkomen per capita dat maar twintig procent is van dat in Moskou. Dagestan, Ingoesjetië, Kabardino-Balkarië, Karatsjajevo-Tsjerkessië, Noord-Ossetië - overal smeult het. Dagestan telt twaalf grote etnische groepen, maar slechts één ervan maakt de dienst uit: de Avaren - een recept voor spanningen. Een van de andere volken, de Lezgins, ijvert inmiddels voor onafhankelijkheid. Midden september werd de vrouw van de leider van de Lezgin de keel doorgesneden. Een week later werd de financier van de afscheidingsbeweging van Lezgin vermoord. In Kabardino-Balkarië wilde eind vorig jaar een mysterieus Congres van het Balkaarse Volk de Balkaarse onafhankelijkheid uitroepen. Eerder stond Karatsjajevo-Tsjerkessië op springen door ruzies tussen de Karatsjai en de Tsjerkessen, en door het verlangen een eind te maken aan de knellende supervisie van Rusland.

StokenDe zuidrand van de Kaukasus dan: Georgië, Azerbajdzjan en Armenië, onafhankelijke maar roerige republieken: nergens in de ex-USSR is zoveel gevochten als hier. Georgië maakte drie oorlogen op rij mee: de afscheidingsoorlog van de Zuid-Osseten, een burgeroorlog na de verdrijving van president Zviad Gamsachoerdia en de afscheidingsoorlog van de Abchaziërs. Van die oorlogen zijn er twee nog onbeslist, ingevroren, onderwerp van vredesoverleg dat niet opschiet, want welke status Zuid-Ossetië binnen Georgië krijgt is nog niet beslist en dat geldt ook voor Abchazië. Het zijn conflicten die elk moment kunnen oplaaien, die voortdurend de druk op de ketel houden. Die druk is een mooi instrument voor wie wil stoken, in Georgië.

Azerbajdzjan en Armenië bevechten elkaar al sinds 1988 om Nagorny-Karabach, de door Armeniërs bewoonde enclave in Azerbajdzjan. De Armeniërs uit die enclave bezetten sinds 1993 naast 'hun' Karabach een groot deel van Azerbajdzjan. Een miljoen Azeri - een op elke zeven - is op de vlucht gedreven. Voor Azerbajdzjan geldt wat voor Georgië geldt: de druk blijft op de ketel, een troebel water waarin manipulators kunnen vissen.

Manipulators? Sinds 1991 heeft Moskou op alle denkbare manieren getracht Armenië, Georgië en Azerbajdzjan - ondanks hun onafhankelijkheid - onder controle te houden. Toen in Azerbajdzjan de fel anti-Russische Abulfaz Elbey president werd, stelde Moskou zware wapens ter beschikking van een rebelse kolonel, die in een vloek en een zucht opmarcheerde naar Baku. Exit Elbey.

Waren het de Armeniërs die de Azeri in de strijd om Karabach op de knieën dwongen? Het waren eerder de Russen. Toen Azerbajdzjan onafhankelijk werd, haalden de Russen ijlings al het Sovjet-wapentuig uit de republiek weg.

Tweehonderd Sovjet-tanks die niet tijdig konden worden geëvacueerd, werden in zee gereden om te voorkomen dat ze in handen van de Azeri zouden vallen.

Vervolgens werden de Armeniërs bewapend. Pas deze zomer is duidelijk geworden op welke schaal: in het geheim werd de Armeniërs voor één miljard dollar wapentuig geleverd, voor symbolische bedragen die - in een schandaal dat naar de Armeense hoofdstad Yerevangate wordt genoemd - in de campagnekas van de grote Russische partijen terechtkwamen (reden waarom in Rusland niemand Yerevangate wil onderzoeken). In 1992 en 1993 liepen de Armeniërs de Azeri prompt onder de voet. Met dank aan Moskou.

Verdeel en heers. Ook in Georgië. Moskou steunde de opstanden van de Osseten en de Abchaziërs. Vooral de Abchaziërs kregen volop Russische wapens - tot de Georgische president Edoeard Sjevardnadze, wanhopig over de desintegratie van zijn land, in oktober 1993 zwichtte: hij maakte Georgië lid van het GOS en stond de Russen vier militaire bases in Georgië toe. Toen Moskou Georgië eenmaal in de houdgreep had, liet het de Abchaziërs als een baksteen vallen.

Toch zijn Georgië en Azerbajdzjan niet ten onder gegaan in deze Russische machtspolitiek. Niet voor niets worden deze landen geleid door leiders - Haydar Aliyev van Azerbajdzjan en Edoeard Sjevardnadze van Georgië - die de machtspolitiek van Moskou door en door kennen, van binnenuit: ze hebben haar zelf tientallen jaren lang in de praktijk gebracht, als partijleiders, als KGB-chefs, als stadhouder van het Sovjet-bewind in hun republieken, als lid van het Sovjet-politburo. Zij weten hoe Moskou het spel speelt.

En beiden hebben gezorgd voor rugdekking: Sjevardnadze heeft zich tot de Amerikanen gewend - er is een militair akkoord met Washington en er wordt gepraat over militaire manoeuvres - en tot Rusland-niet-welgezinde landen als de Oekraïne. Aliyev heeft zoveel mogelijk buitenlanden betrokken bij de winning van de Azerbajdzjaanse olie, Amerikanen, Saoediërs, Japanners, Noren, Turken en Britten doen mee in de vijf miljardenconsortia die inmiddels betrokken zijn bij de oliewinning in de Kaspische Zee. Ook hij schurkt aan tegen de VS: vorige maand beval hij alle Azerbajdzjaanse ministeries “de dialoog en samenwerking” met de VS op elk gebied te intensiveren - vóór alles op militair gebied.

Armenië is wèl volop voor de Russische bijl gegaan. Het is klein en weerloos en straatarm en voelt zich al een geschiedenis lang omsingeld door vijandige buren: Georgië, Azerbajdzjan, Iran, erfvijand Turkije.

Op 29 augustus van dit jaar ondertekenden de presidenten Boris Jeltsin van Rusland en Levon Ter-Petrosian van Armenië een vriendschapsverdrag dat verder gaat dan enig ander soortgelijk akkoord sinds 1991. Dat geldt voor alles voor de militaire clausules. In het akkoord verplicht Rusland zich zelfs Armenië te hulp te komen als het wordt aangevallen. Een dergelijke verplichting is Rusland met geen enkele andere bondgenoot aangegaan.

In Armenië wordt inmiddels druk geijverd voor aansluiting van Armenië bij het Unieverdrag tussen Rusland en Wit-Rusland. President Ter-Petrosian vindt dat niet zo nodig, want het 'strategische partnerschap' met Rusland gaat volgens hem nog verder dan dat unieverdrag tussen Moskou en Minsk. Niettemin zijn in Armenië al meer dan een miljoen handtekeningen opgehaald (op een bevolking van 3,7 miljoen) in de campagne voor toetreding tot de unie en heeft de Russische Doema Armenië (met 345 stemmen tegen één) al heel hartelijk tot die toetreding uitgenodigd.

Azerbajdzjan reageerde uiteraard verbijsterd op het Russisch-Armeense vriendschapsverdrag. Een adviseur van president Aliyev opperde nog even voorzichtig dat Jeltsin “niet op de hoogte was” van wat hij had ondertekend, dat vriendschapsverdrag was het werk van de Armeense lobby in Moskou. Maar uit Moskou kwamen geen geruststellingen en sindsdien bestaat in Baku veel verbittering over de alliantie van Rusland en 'de agressorstaat' Armenië.

PijpleidingEen Kaukasische tragedie: vier, vijf oorlogen op rij, opstanden, staatsgrepen,bloedbaden, verwoeste steden. Gekonkel, chantage, intriges en manipulaties.

En steeds duidelijker een dubbele as: Rusland, Wit-Rusland en Armenië aan de ene kant, Azerbajdzjan, Georgië en de Oekraïne aan de andere.

Waarom dat alles?

Het antwoord is simpel: om de olie. Om de gigantische reserves van Azerbajdzjan. Om tweehonderd miljard vaten olie onder de Kaspische Zee. Om de minimaal vijftig miljard kubieke meter gas. Boven de Azerbajdzjaanse hoofdstad Baku hangt al honderd jaar de geur van olie. Hier maakten een eeuw geleden Nobel en Rothschild en Deterding hun fortuinen. Het gaat in die Kaukasische tragedie om de exploitatie van die olie. En om het transport ervan.

De afgelopen jaren zijn alle grote oliemaatschappijen richting Baku getrokken, uit de VS en Saoedi-Arabië, Groot-Brittannië en Japan en Noorwegen en Turkije en Iran en Rusland. De slimme president Aliyev heeft ze keurig tegen elkaar uitgespeeld, vijf internationale consortia zijn gevormd, met contracten ter waarde van in totaal bijna twintig miljard dollar, en in elk nieuw consortium werd het aandeel van de Azerbajdzjaanse oliemaatschappij Socar groter en dat van de Russische oliegigant Lukoil kleiner. In de laatste twee kwam Lukoil niet eens meer voor.

Waar het nu om gaat is het transport, want hoe moet al die olie waarheen? En dat gevecht is net zo bitter als dat om de deelname aan de consortia.

Er bestaat vanuit Baku maar één oliepijpleiding: die loopt naar de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny en vandaar naar Novorossijsk aan de Zwarte Zee.

Die leiding verklaart mede de woede waarmee de Russen hebben getracht de opstandige Tsjetsjenen op de knieën te dwingen: ze levert immers Rusland niet alleen heel veel geld op aan olietransportheffingen, maar ook het monopolie op de Azerbajdzjaanse olie-export en daarmee een middel om het potentieel zo rijke Azerbajdzjan te controleren.

Op 9 september ondertekenden de Russen een akkoord met de Tsjetsjenen: Rusland betaalt Tsjetsjenië 854.000 dollar voor het transport van de eerste 200.000 ton Azerbajdzjaanse olie die - tot 1 januari 1998 - over 153 kilometer Tsjetsjeens territorium naar Novorossijsk wordt vervoerd. Daartoe moet de pijpleiding wel eerst worden gerepareerd, op kosten van Moskou.

De afspraak met de Tsjetsjenen is uit nood geboren. Er zijn immers geen alternatieve pijpleidingen. Hij is ook méér dan riskant, want de Tsjetsjenen kunnen de leiding op elk gewenst moment afsluiten en zelfs opblazen. En ze kunnen ook meer geld eisen dan Rusland wil geven: over de transitprijs voor de 1,2 miljoen ton olie die in 1998 uit Azerbajdzjan naar Novorossijsk moet worden vervoerd, is na maandenlang touwtrekken géén akkoord bereikt.

Geen wonder dat de Russische vice-premier Boris Nemtsov, op dezelfde dag waarop het akkoord met de Tsjetsjenen werd getekend, de aanleg van een alternatieve oliepijpleiding aankondigde, een van Azerbajdzjan via Dagestan naar Novorossijsk, 283 kilometer lang, om Tsjetsjenië heen. Maar ook dat is de oplossing niet: die pijpleiding is net zo kwetsbaar als die door Tsjetsjenië.

De Azeri zitten intussen niet stil. Zij (en niet alleen zij) hebben alle belang bij het vinden van alternatieven voor het Russische monopolie op het transport van hun olie. Op dezelfde 9de september waarop de Russen en de Tsjetsjenen hun akkoord sloten over het transport van Azerbajdzjaanse olie via Grozny, bespraken in Baku president Aliyev en de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ismail Cem de aanleg van een pijpleiding van Baku naar de Turkse haven Ceyhan, aan de Middellandse Zee. Die pijpleiding zou een noordelijke koers kunnen volgen, via de Georgische hoofdstad Tbilisi, of een zuidelijke, via Armeens grondgebied. Armenië heeft voor die laatste route natuurlijk veel belangstelling, maar het probleem Nagorny-Karabach maakt die route voorlopig onmogelijk.

Dat is goed nieuws voor Georgië, dat graag een graantje meepikt van de transitopbrengst. En voor de Oekraïne, dat Georgië al heeft gevraagd mee te helpen aan een oliedeal van Kiev met Baku: die zou de Oekraïense afhankelijkheid van Russische energie verkleinen. Het project heeft de warme belangstelling (en instemming) van de Verenigde Staten.

De Tsjetsjenen, beseffend dat aan alle kanten wordt getornd aan hun transit-monopolie, hebben van hun kant de Azeri benaderd met een plan. Een pijpleiding aan te leggen van Grozny naar Tbilisi in Georgië. Dan zou de Azerbajdzjaanse olie dus niet meer via Rusland worden geëxporteerd. Toen de Tsjetsjeense vice-president Arsanov - dezelfde die op Rusland spuwt - dat plan begin deze maand in Azerbajdzjan wilde toelichten, kreeg zijn vliegtuig opeens geen toestemming door Russisch luchtruim te vliegen. Dat bracht de woedende Tsjetsjenen er nog even toe alle Russische vertegenwoordigers uit te wijzen.

200 miljard vatenDe strijd om de olie en om invloed op de Kaukasus is nog lang niet gestreden.

Het duurt nog jaren voor de cruciale beslissingen over het olietransport zijn genomen. Het is een strijd met grote regionale implicaties, ook voor landen als Turkije en Iran. Niet alleen de CIA is hier actief - ook de geheime diensten van heel wat andere landen, tot de Israelische toe. In maart brak de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken een bezoek aan Baku af, na te hebben geklaagd dat Israel te veel invloed heeft in Baku en “op weg is naar de controle over de hele Kaukasus”. Deze maand nog veroordeelden de Azeri een Iraanse spion tot twaalf jaar cel. Jeltsin had géén ongelijk toen hij klaagde dat de Russische invloed afneemt: Moskou vist inmiddels achter vele netten, het Tsjetsjeense, het Azerbajdzjaanse, het Georgische.

De plaatsvervangende Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Strobe Talbott gaf onlangs toe dat de VS veel belangstelling hebben voor “een gebied waar men op tweehonderd miljard vaten olie zit.” Washington denkt al op lange termijn: er zijn ambitieuze plannen voor de met Amerikaans, Saoedisch en Japans geld te financieren ontsluiting van de Kaukasus, met snelwegen die deel gaan uitmaken van wat al 'een nieuwe zijderoute' wordt genoemd, een Euraziatische transportweg die Moskou verbindt met Beiroet en Parijs met Shanghai. Investeren is stabiliseren: als al die volkeren en volkjes het beter krijgen, is er minder animo voor geweld - en dat is héél belangrijk met tweehonderd miljard vaten olie onder de grond.