Fietsers strijden tegen losse tegels

Fietsen is gezond, goedkoop en effectief in de strijd tegen files. Maar de fietser heeft het moeilijk. Fietspaden zijn slecht, fietsenstallingen schaars en de waarde van de fiets daalt door een vicieuze cirkel van stelen en helen. Offensief voor een nationaal symbool.

AMSTERDAM, 11 OKT. De weg ligt bezaaid met takken en bladeren. Een paar honderd natte fietszadels staan 's ochtends vroeg in een rij klemmen voor het Amsterdamse NS-station Lelylaan. De fietskluizen van het station, die 1,50 gulden per dag kosten, zijn minder aantrekkelijk dan ze lijken: regelmatig breken dieven ze open, vertelt de lokketist en ja, ook buiten worden veel fietsen gestolen. Alleen de fietser die verzekerd is, krijgt iets terug - de NS is niet aansprakelijk.

Fietsen is gezond, goedkoop en effectief in de strijd tegen files. Maar de fietser heeft het moeilijk. Fietspaden zijn slecht verlicht en worden amper onderhouden, fietsenstallingen zijn schaars en de waarde van de fiets daalt door een vicieuze cirkel van stelen en helen.

De landelijke Fietsersbond ENFB, die 35.000 leden telt, voert sinds de zomer een offensief voor de opwaardering van fiets en fietser. Zo bepleit de bond investeringen in 20.000 fietsklemmen bij NS-stations. Want veel van de 180.000 dagelijks fietsende treinreizigers 'parkeren in het wild', zoals de NS het noemt, en dat lokt dieven en vandalen. NS-medewerker H. Van Tongeren: “We voelen ons verantwoordelijk voor alles dat er rondom het station gebeurt. Maar onze financiële middelen zijn beperkt en de bouw van stallingen en fietsklemmen is duur.” Bovendien hebben reizigers zelf weinig voor een beveiligde fiets over, zegt een andere NS-woordvoerder. Veel bewaakte stallingen zijn vaak half leeg.

Een ander aandachtspunt van de ENFB is fietsongelukken, als gevolg van slechte fietspaden. Naar aanleiding hiervan publiceerde de bond vorige maand een folder: 'Hoe stel ik de gemeente aansprakelijk?'.

“De vele losliggende tegels, gaten in de weg en spekgladde bruggetjes zijn gevaarlijk voor fietsers”, zegt A. de Jong van de ENFB. De bond wil dat gemeenten, en niet de fietsers, voor de schade opdraaien.

En dan is er nog de fietsendiefstal - inmiddels een 'gewoon' verschijnsel voor de burger. In Nederland worden jaarlijks 900.000 fietsen gestolen. Met een Postbus 51-spotje stelde de overheid de vervaagde normen op dit gebied aan de kaak. Bij de criminaliteitscijfers laten statistici fietsendiefstal vaak buiten beschouwing. Nederland zou anders vergeleken met buurlanden een uitermate gevaarlijke indruk maken, omdat de criminaliteitscijfers dan zeer hoog zouden uitvallen.

Volgens de ENFB is de waarde van de fiets door het hoge aantal diefstallen gedaald. Het stelen en verkopen van een fiets geldt nog maar zelden als een grove overtreding, zegt De Jong. “Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: stelen en helen van een fiets wekt geen gewetensbezwaren en het verlies van een fiets veroorzaakt steeds minder verdriet.”

De laatste anderhalf jaar lijkt er op beleidsniveau een kleine herwaardering voor de fietser te komen. Klein, want de overheden trekken weinig geld uit voor maatregelen ten bate van fietsers. Bovendien gaat het vooral om maatregelen tegen criminaliteit en regelingen voor schadevergoedingen.

Zo riep de nieuwe Amsterdamse korpschef, J. Kuiper, op om prioriteit te geven aan bestrijding van de kleine criminaliteit, waaronder fietsendiefstal. Een nieuwe algemene plaatselijke verordening (APV) moet in Amsterdam de verkoop van fietsen op straat verbieden. Zodra iemand een aanbod krijgt of waarneemt, mag hij volgens de APV ingrijpen. Heling is nu vaak moeilijk aantoonbaar: veel slachtoffers doen geen aangifte van diefstal, verkoper en koper worden zelden op heterdaad betrapt en verklaringen van omstanders zijn niet rechtsgeldig.

Daarnaast laat het ministerie van Justitie een elektronische anti-diefstalchip voor fiets en motor ontwikkelen, waardoor agenten met een scanner kunnen zien of een fiets is gestolen. Een agent mag een willekeurige fietser niet vragen zijn chip te laten scannen, maar wie door een rood verkeerslicht fietst en wordt betrapt, kan erom worden gevraagd. Verder ligt bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel om automobilisten aansprakelijk te stellen voor schade bij een aanrijding met een fietser, zelfs als de fietser de fout maakte. De auto-lobby klaagt steen en been: dan gaan fietsers nog onveiliger rijden dan ze al doen. De Jong van de ENFB: “Onzin, een aanrijding is meer dan een kostenpost.”

Twee jaar geleden creëerde staatssecretaris Vermeend (Financiën) een regeling om het fietsen te stimuleren: de lease-fiets.

Werkgevers kunnen de huur van een fiets aftrekken van de belasting; werknemers leveren hun kilometervergoeding in, maar krijgen een verzekerde fiets die ze ook thuis kunnen gebruiken. Voorwaarde is wel dat ze ten minste om de dag met de fiets naar het werk gaan.

Bankmedewerkster Nientje Soochit in Vlissingen, heeft sinds juni zo'n lease-fiets.

Ze fietst dagelijks zes kilometer heen en weer naar haar werk op een fiets van de baas. “Ik ben maandelijks 43 gulden onkostenvergoeding kwijt, maar ik heb een prachtige fiets. Het is gezond, goedkoop en goed voor het milieu”, zegt Soochit. Alleen tegen de wintermaanden ziet ze op.

Op lokaal niveau wil de provincie Noord-Brabant een voorbeeld stellen. De provincie gaat “veel geld” investeren in het eerste hoge snelheids-fietspad in Nederland, tussen Helmond en Eindhoven, vertelt ambtenaar H. Broess. Het pad wordt vijftien kilometer lang - ongeveer de gemiddelde afstand tussen steden in Noord-Brabant. Het zal 24 uur per dag verlicht zijn en een middenberm, twee banen per richting en een windscherm krijgen. Het hoofddoel van het project is filebestrijding. Volgens de provincie en gemeenten is vijftien kilometer gemakkelijk per fiets af te leggen.