Egypte; Schertsproces is in Egypte een vorm van politiek

KAIRO, 11 OKT. Een Egyptische advocaat heeft bij een rechtbank in Alexandrië een proces aangespannen tegen de Egyptische ministers van Onderwijs en Hogere Opleidingen, om Hebreeuwse les af te dwingen op scholen en universiteiten. “Hoewel de joden doorgaan de islam en Arabieren te bestrijden, moeten we hun taal leren zodat ze ons niet kunnen bedriegen”, zegt aanklager Mustafa Raslan. Hij baseert zijn eis op een hadith (uitspraak van de profeet Mohammed) die moslims oproept om vreemde talen te leren.

Raslan is geen onbekende voor de rechtbank. Hij behoort tot een groep Egyptenaren die steeds vaker rechtszaken aanspannen die soms aan het bizarre grenzen en altijd de pers halen. Dat steeds meer individuen dat doen, duidt niet alleen op hun honger naar faam. Het is ook een methode om, als eenling, de natie tot handelen te dwingen. Ofwel, om politiek te bedrijven die via het geëigende kanaal, het parlement, niet door de regering wordt getolereerd.

Een toenemend aantal rechters heeft sympathie voor een dogmatische opvatting van de islam (de helft, schatten ingewijden). Zij laten de nationale wetten steeds vaker voor wat ze zijn en passen de shari'a toe - het islamitisch recht, dat multi-interpretabel is.

Ook rechters met een andere politieke agenda bedienen zich van de wetten alsof ze zich in een supermarkt bevinden. In de jaren zeventig, onder president Sadat, werd de grondwet zo vaak en haastig veranderd, dat het rechtssysteem vol inconsequenties zit.

“Het rechtssysteem is een Russische roulette geworden”, zegt voormalig opperrechter Said al-Asmawi. “De uitkomst van de zaak hangt af van de rechter die je treft. Soms heb je geluk, soms heb je pech.” Asmawi wordt wegens zijn kritische houding vaak bedreigd. Hij vertoont zich zelden meer in het openbaar. De aanklagers des temeer: het loont om een kansje te wagen.

Tot dusver verloor Mustafa Raslan de meeste zaken. Zo probeerde hij koningin Elizabeth te dwingen om de Steen van Rosetta van het British Museum terug te sturen naar Egypte. Ook sleepte hij Engeland, Frankrijk en Duitsland voor het gerecht met de eis dat zij mijnen gingen ruimen die sinds de Tweede Wereldoorlog in Egypte zijn achtergebleven. In juli eiste Raslan dat de Israelische premier Netanyahu een miljard korans zou drukken als schadevergoeding voor een poster waarop een joodse koloniste in Hebron de profeet als varken had afgebeeld. Ook is Raslan bezig om het graf van een joodse rabbi in Damanhur (Noord-Egypte) naar Israel verhuisd te krijgen. Duizenden joden bezoeken dat graf elk jaar. “Er moet iets gebeuren”, aldus Raslan, die in Damanhur woont, “voordat het mausoleum een tweede Klaagmuur wordt.”

Al vinden veel Egyptenaren de aanklacht en het proces overdreven, de teneur van de zaken heeft vaak hun sympathie. De gedagvaarden zijn onveranderlijk Israelisch, Westers, anti-islamitisch, anti-Egyptisch, of een combinatie van die vier. Dat zijn populaire thema's: veel Egyptenaren geven Israel en het Westen de schuld van het moeizame vredesproces met de Palestijnen. In die zin zijn de rechtszaken van Raslan een graadmeter voor de publieke opinie. Het speet velen dat de advocaat Mustafa Ashub eind augustus zijn rechtszaak tegen CNN verloor. CNN had met een reportage over de besnijdenis van een jong meisje Egypte beledigd, zo vond hij. Een andere advocaat overweegt nu een zaak tegen het wasmiddelenmerk Ariel omdat het logo zou lijken op de Davidsster.

Op de stroom van deze ludieke zaken drijft een ernstiger slag processen mee. Dat zijn de processen die voormalig opperrechter Ashmawi en andere gematigden binnen en buiten de regering ècht zorgen baren. Veel daarvan worden ingediend door sjeik Yousef Badry, bijgenaamd de 'instant-sjeik', die ooit het parlement voorstelde om islamitische opera te promoten. Het was Al-Badry die het voor elkaar kreeg dat de filosoof Nasr Abu Zeid wegens 'afvalligheid van de islam' moest scheiden van zijn vrouw Ibtihal.

De eerste rechter veroordeelde Abu Zeid. Abu Zeid ging in beroep. De tweede rechter sprak hem vrij. Voor het Hooggerechtshof gaf de derde rechter Al-Badry gelijk. Abu Zeid woont nu in Nederland.

Kort geleden kreeg Al-Badry een bioscoopeigenaar achter de tralies omdat diens posters hem te vrijzinnig waren. Deze zomer maakte Al-Badry via de rechter een ministerieel verbod op vrouwenbesnijdenis ongedaan. In ongeveer de helft van de gevallen krijgt Al-Badry zijn zin. In het zelfvertrouwen dat hij daaraan ontleent, vraagt hij Westerse journalisten soms honderden dollars 'interview-geld'.

In een felle aanklacht tegen het 'schizofrene rechtssysteem' omschreef een Egyptische krant de motieven van Al-Badry en andere 'rechtbankpersonalities' als: “Niet geschoten is altijd mis. Je kunt het altijd proberen.” Of dat credo ook Mustafa Raslan naar zijn eerste overwinning zal voeren, is nog afwachten. De rechter beslist op 15 oktober of het Hebreeuwse les voortaan verplicht wordt in het Egyptische onderwijs.