Een tweede Wassenaar in Friesland

De 16 miljoen inwoners van de voormalige DDR ontvangen per jaar 150 miljard gulden aan steun uit Bonn. Zo kunnen de oostelijke deelstaten snel inlopen op het rijkere westen. Bij ons in Nederland zijn de 1,6 miljoen Groningers, Friezen en Drentenaren een stuk armer dan de rest van het land. Nu stelt een commissie onder leiding van oud-minister Langman voor om daar iets aan te doen voor een bedrag van 1 miljard gulden per jaar. De financiële hulp die Langman voorstelt, is dus per noorderling niet meer dan 7 procent van de steun aan de Oost-Duitsers.

Dat zou financieel moeten kunnen, zeker nu Nederland zich zo comfortabel heeft gekwalificeerd voor de ene Europese munt. Ook omdat ondertussen wèl enorme bedragen beschikbaar blijken te zijn voor andere doelen. Zo moet het Rijk bijvoorbeeld in totaal ruim 10 miljard bijdragen aan de uitvoering van het huisvestingsbeleid in de zeven zogenaamde BON-gebieden en daarvan gaat geen cent naar de drie noordelijke provincies. Een miljard per jaar voor het noorden is dus helemaal niet excessief, maar het gaat er natuurlijk om of dat geld verstandig wordt aangewend.

Langman wil het jaarlijkse miljard voor het noorden steeds in drie delen splitsen. Een derde moet naar de arbeidsbureaus voor extra scholing in Groningen, Friesland en Drente. De banen zijn er nog niet, maar met veel extra geschoolde werklozen “op de plank”, zoals een noordelijke burgemeester het uitdrukt, wordt het noorden extra aantrekkelijk voor nieuwe bedrijven. Dan moet volgens Langman één derde deel naar de Noordelijke Ontwikkelings-Maatschappij. Die kan met dat geld subsidies geven aan bedrijven die hun fabriek in het noorden willen vestigen. Dan blijft per jaar nog ongeveer 300 miljoen gulden over, die Langman wil gebruiken voor land- en tuinbouw en voor betere verbindingen met de Randstad en met Noord-Duitsland. Bij het vervoer gaat het om een hele reeks kleinere projecten, niets spectaculairs. Dus geen zweeftrein naar Hamburg. Geen hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Groningen. Dat is trouwens precies de essentie van het rapport: er staat niets bijzonders in.

Daarmee vergeleken is het nieuwe rapport van McKinsey over Nederland veel gedurfder. Cijfers, grafieken, een 'executive summary'. Voor ieder probleem een precieze oplossing. Zo merkt McKinsey bijvoorbeeld op dat in Friesland niet meer dan 3,2 procent van het grondgebied wordt ingenomen door woningbouw. In Holland en Utrecht is dat 10-11 procent en omdat in West-Nederland ook ruimte moet blijven voor het Groene Hart, wordt daar steeds propperiger gebouwd op almaar kleinere kavels.

In de BON-gebieden gaat de kavelgrootte voor een nieuwe eengezinswoning naar 200-250 vierkante meter per huis, tegen bijvoorbeeld 700 vierkante meter in Duitsland, 1.230 vierkante meter gemiddeld in Frankrijk en bijna 1.600 vierkante meter in de Verenigde Staten. Een vreemde, Nederlandse, trend die alle belastingbetalers tezamen de al genoemde 10 miljard gulden gaat kosten, waarna een aantal van hen wel heel dicht op elkaar moet gaan wonen op peperdure grond in Wateringen bij Den Haag, IJburg in Amsterdam en Leidsche Rijn in Utrecht.

McKinsey gunt de Nederlanders wat meer ruimte tegen lagere kosten en pleit voor een ander grondbeleid. Dat moet inhouden: villa's buiten de Randstad op behoorlijke kavels die niet drie of vier keer kleiner zijn dan in Duitsland en Frankrijk. Waarom dus niet voor 3,5 miljard gulden (schatting van prof. Oosterhaven uit Groningen) een HSL aangelegd van Amsterdam naar Groningen die stopt in Oranjewoud bij Heereveen? Met een reistijd naar Amsterdam van minder dan 30 minuten kan de private sector daar een tweede Wassenaar bouwen. Friese bouwvakkers bouwen de villa's en daarna zorgen Friese bakkers, onderwijzers, zeilinstructeurs en middenstanders er voor, dat het in Oranjewoud nog fijner wonen is dan in Wassenaar. De toekomstige bewoners krijgen hun huis tonnen goedkoper dan in de overvolle Randstad en kunnen voor een deel van het uitgespaarde geld een HST-jaarkaart aanschaffen.

Ook los van de merites van zo'n eigenwijze (maar voor de hand liggende) invulling van de analyse van McKinsey, denk ik dat Langman te vaag en te voorzichtig is gebleven. Groningen, Friesland en Drente scoren bijzonder laag voor wat betreft het aantal huishoudens in de bovenste regionen van de inkomensverdeling. Friesland en Drente hebben ook opmerkelijk weinig inwoners met een hogere opleiding. Maar het zijn precies de hoger opgeleiden met een goed inkomen die nodig zijn als kader voor nieuwe en groeiende bedrijven. Met een tweede Wassenaar in Oranjewoud trekt het Noorden het soort inwoners aan dat werk kan scheppen (andersom was het immers ook de excessieve nadruk op sociale huurwoningen in Rotterdam die het soort inwoners heeft aangetrokken dat nu helaas moet leven van een uitkering).

Zo bloeit bijvoorbeeld de software-industrie in de Schotse Hooglanden, niet omdat het arbeidsbureau alvast met scholing was begonnen, maar omdat de creatieve types en de ondernemers er graag wonen. En wat kan in Pitlochry, kan natuurlijk ook in Oranjewoud, zodra onze politiek de durf heeft om wat minder de oren te laten hangen naar de geforceerde uitbreidingsdrift van de huidige grote steden, en wat meer nadenkt over de wensen van veel Nederlanders om ruimer en groener te wonen.

Tenslotte heb ik ook nog twee wetenschappelijke bezwaren tegen het rapport-Langman. Scholing 'op voorraad' is zinvol aan de universiteit of hogeschool omdat studenten meestal nog niet weten waar zij later gaan werken. Maar voor lager opgeleide functies is werk, al is het tijdelijk en gesubsidieerd, veruit de beste voorbereiding op meer werk. Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt werken concrete oplossingen veel beter dan op zichzelf staande scholingsacties zonder duidelijk perspectief op een baan.

Bovendien is Langmans pleidooi voor subsidies op fabrieken en machines onlogisch. Nu al heeft het noorden meer industrie dan gemiddeld in Nederland, maar vaak gaat het dan om dure, met ons belastinggeld gesubsidieerde machines met maar heel weinig mensen die er aan werken. De kapitaal-intensiteit van de productie is in Noord-Nederland al hoger dan gemiddeld; meer subsidies maken die scheefgroei alleen nog maar erger.

Laat daarom de Friese koeien maar een heel klein beetje inschikken om ruimte te maken voor een tweede Wassenaar.

Nog steeds heeft de gemiddelde koe dan gegarandeerd twintig keer zoveel ruimte als de gemiddelde Fries. Maar het dwaze ideaal van minister De Boer, enthousiast gesteund door Kamerlid Duivesteijn, van 52 woningen per hectare blijft dan tenminste beperkt tot Madurodam.