Dijkstals daden

DE POLITICUS Hans Dijkstal bestaat uit twee personen. Er is de vice-premier, annex aanvoerder in het kabinet van het VVD-blok bewindslieden en er is de minister van binnenlandse zaken.

Als vice-premier heeft Dijkstal zich de afgelopen jaren prima van zijn taak gekweten. Het samengaan van de (voormalige) politieke tegenpolen PvdA en VVD in één kabinet was een waagstuk. De dualistische rol die VVD-leider Bolkestein van het begin af aan voor zichzelf als fractievoorzitter opeiste, maakte de paarse coalitie tot een nog gewaagder experiment. Waar Bolkestein langs de zijlijn het kabinet opjaagt en eigenzinnige standpunten inneemt, moet Dijkstal in het kabinet zorg dragen voor het bewaren van de cohesie. Daarin is hij tot nu toe keer op keer geslaagd. Gulle lach, kwinkslagen en een onuitputtelijk vermogen tot relativeren zijn de instrumenten van de 'communicator' Dijkstal. Zijn altijd apaiserende woorden hebben de coalitie tot nu toe veel chagrijn bespaard.

Dat geldt overigens ook voor de VVD zelf. In het nog niet zo verre verleden kende de VVD het 'duolisme' waarmee tot uitdrukking werd gebracht dat de toenmalige eerste man van de partij in het kabinet, vice-premier De Korte en de voorzitter van de Tweede Kamerfractie, Voorhoeve, gezamenlijk leiding gaven. Het werkte slechts contraproductief. Dijkstal daarentegen kent zijn plaats. In de partijhiërarchie van de VVD is hij ondergeschikt aan Bolkestein. Maar dit betekent niet dat hij in het kabinet slechts de zetbaas is van de VVD. Wat zijn rol in het kabinet betreft beroept Dijkstal zich op hetzelfde dualisme als Bolkestein en eist hij een eigen verantwoordelijkheid op. Met deze houding heeft Dijkstal zich binnen paars ontwikkeld tot de ideale bindende factor.

MAAR DEZE POSITIEVE waarneming lijkt een keerzijde te hebben. Het was PvdA-woordvoerder De Cloe die deze week bij de behandeling van de begroting van Dijkstals departement opmerkte dat deze meer minister van coalitiezaken was dan van Binnenlandse Zaken. Of dit met de dubbele taak van Dijkstal te maken heeft is onduidelijk; een feit is slechts dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de eerste drie paarse jaren niet heeft overgelopen van ambitie. De lijst met behaalde resultaten is zondermeer mager te noemen.

De vraag is of anders verwacht had mogen worden. Minister Dijkstal zei in antwoord op de breed geventileerde kritiek dat hij nadrukkelijk niet de behoefte heeft om telkens iets nieuws te verzinnen. Gewoon je werk goed doen, oftewel “ordentelijk bestuur”, daar gaat het volgens hem om. Dat is een respectabele opvatting, maar wel één die niet spoort met de verwachtingen zoals die zijn gewekt bij het aantreden van het kabinet. Toen werd in het regeerakkoord gezegd dat bestuurlijke vernieuwing in velerlei opzicht geboden was. Juist op dit punt heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het af laten weten. Iets dat overigens niet alleen minister Dijkstal maar ook zijn staatssecretarissen Van de Vondervoort en Kohnstamm valt aan te rekenen.

Dat neemt niet weg dat Dijkstal als minister de eindverantwoordelijkheid draagt. Hem kan verweten worden dat hij dit begrip vaak juist te letterlijk neemt en zaken te lang op hun beloop laat. Zo ging hij zich bij de aandienende mislukking van de stadsprovincies Rotterdam en Amsterdam pas in een zeer laat stadium met het probleem bezighouden. In moeilijke politiekwesties verschuilt Dijkstal zich graag achter de gedecentraliseerde besluitvormingsstructuur. De voorbereidingen voor het wetsvoorstel om te komen tot het in het regeerakkoord overeengekomen correctief referendum verliepen uiterst moeizaam, maar Dijkstal liet dan ook niet na om te zeggen dat het referendum voor hem niet had gehoeven. Van de beloofde aanpassing van de kieswet om de burgers meer bij het bestuur te betrekken is nauwelijks iets terecht gekomen. De verzelfstandiging van onderdelen van departementen is onder zijn verantwoordelijkheid voortgezet.Maar het resultaat van deze operatie is inmiddels dat een college als de Raad van State zich afvraagt wie er nu nog politiek aanspreekbaar is.

NATUURLIJK HEEFT Dijkstal als minister ook enkele zaken bereikt.

Tamelijk geruisloos heeft hij 1,5 miljard gulden op de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel weten te bezuinigen. De financiële afdrachtregeling aan gemeenten en provincies is vernieuwd. Als coördinerend minister voor minderheden wordt hij alom beschouwd als een betrokken bestuurder die het gesprek met alle vertegenwoordigers op gang heeft weten te houden. Maar de resultaten steken mager af tegen de lange lijst van zaken die niet zijn bereikt.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken staat in politiek en ambtelijk Den Haag bekend als het moederdepartement. In het in de zomer van 1994 afgekondigde 'paarse tijdperk' had daarom bij uitstek van dit departement elan verwacht mogen worden. Dit elan is echter uitgebleven. Binnenlandse Zaken wordt geleid door een vrolijke bestuurder, en dat is altijd meegenomen. Nog beter zou het zijn als het departement zou worden geleid door een daadkrachtige bestuurder.