Deja vu

Al in de ochtend van 20 april 1980 sneeuwt het in Luik. Ruim 170 wielrenners rijden de Ardennen in voor de 244 kilometer lange klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Na dertig kilometer staken verkleumde renners al de strijd. Getooid met bivakmutsen, lange broeken en dikke handschoenen rijden anderen door in de sneeuwstorm.

Enkele renners ontvluchten de kou en warmen zich in huizen of tussen de bomen aan vuurtjes.

Aan de kop van de groep fietst onverstoorbaar Bernard Hinault.

Tachtig kilometer voor de finish versnelt hij. Niemand volgt. Na zeven uur koers komt hij alleen aan, twee vingers zijn bevroren.

Negen minuten later wordt Hennie Kuiper tweede. Slechts 21 renners halen de finish. Drie maanden later moet Hinault door een knieblessure de Tour de France staken, waardoor Joop Zoetemelk wint. Eind augustus neemt Hinault revanche. Vanaf de start van het wereldkampioenschap in Sallanches rijdt hij vooraan. Met nog tachtig kilometer te gaan voert hij op de beklimming van de Domanchy het tempo op. Slechts tien concurrenten volgen. Hinault trapt op zijn zwaarste verzet. Een voor een vallen de anderen af. Alleen Baronchelli houdt hem bij.

Op de Domanchy, acht kilometer voor de finish, versnelt Hinault nog één keer. De Italiaan blijft uitgeput achter. Wanneer de Breton hard fietste zoals toen, hield niemand hem bij. Renners als Hinault bestaan niet meer.