De verbeelding aan de macht

ALS ER ÉÉN uitvinding is die de mensheid gevormd heeft, dan is het wel die van het schrift. Het schrift, pen en papier, is de harde schijf van onze soort.

Opgeschreven kennis trotseert de tand des tijds veel beter dan kennis in een mensenhoofd. Zo'n hoofd bevat immers alleen maar een vergankelijk werkgeheugen. Drukt magere Hein op de uit-knop, dan is alles wat in ons hoofd zat opgeslagen voorgoed verloren.

Ook bij leven is het menselijk geheugen om goede evolutionaire redenen een onveilig opslagmedium. Herinneringen veranderen, vervagen, of verdwijnen.

Ze kunnen zelfs uit het niets ontstaan.

Politiemensen hebben daar bij het verhoren van getuigen heel wat mee te stellen. Kennis die is opgeschreven, of dat nu is op een kleitablet, papyrus, een A4-tje of een harde schijf, is heel wat minder kwetsbaar, en bovendien gegarandeerd onveranderlijk. Papier vergeelt wel, maar vergeet niet, als je tenminste goede inkt gebruikt.

Opgeschreven kennis kan bovendien afstanden overbruggen die voor het hoofd waar die kennis oorspronkelijk in ontstond vaak niet haalbaar zijn.

Niet alleen kan papier door elke willekeurige reiziger worden overgebracht zonder dat die reiziger zelf ook maar het minste benul hoeft te hebben van wat hij vervoert, je kunt papieren kennis ook tegelijkertijd naar verschillende plaatsen laten reizen. Dan maak je gewoon een kopietje, en dat stuur je met weer een andere reiziger mee. De uitvinding van het schrift schiep zo niet alleen enorme mogelijkheden voor het behoud en de verspreiding verspreiding van eenmaal opgedane kennis, we kunnen er bovendien door beschikken over veel meer kennis dan zelfs het grootste genie, de grootste geheugenkunstenaar kan onthouden. Op die manier heeft het schrift onze moderne samenleving letterlijk van a tot z mogelijk gemaakt.

Hoed af voor het A-4tje dus.

Maar zoals altijd heeft de medaille twee kanten. Papier, en dat wil vooral zeggen de brief, het boek en de lijst, heeft ons allemaal zo diepgaand gevormd, dat we nauwelijks meer in staat zijn om aan de specifieke praktische beperkingen ervan voorbij te zien. Boeken waren, voordat de boekdrukkunst werd uitgevonden, een kostbaar en zeldzaam bezit, dat voor slechts weinigen was weggelegd. Nu, zes eeuwen later, heeft de boekenkast nog altijd de heilige status van een altaar, ook als er alleen maar gemakkelijk vervangbare paperbacks van Konsalik instaan. Verder barst het nog altijd van de mensen die vinden dat zelfs van zo'n snelgelijmde stapel faxen de rug niet gebroken mag worden. Vol eerbied turen ze ongemakkelijk in het halfduister tussen de nauwelijks vaneengebogen pagina's. Minder dan een eeuw geleden waren foto's in een boek of krant ondenkbaar, en kwam aan een tekening duur en moeizaam graveerwerk te pas. Het gevolg is dat illustraties nog altijd als luxe worden gezien. Onlangs nog bleek uit onderzoek dat wetenschappers maar weinig waarde hechten aan gegevens in foto's, tekeningen en grafieken. Niet omdat de informatie niet zou deugen, maar zuiver omdat het om plaatjes gaat.

Hetzelfde onbuigzame conservatisme zie je nu ook op het World Wide Web.

Enerzijds heb je de 'diehards' die het Web verketteren om het simpele feit dat je er plaatjes mee kúnt laten zien.

Anderzijds zie je dat diegenen die daar geen bewust bezwaar tegen hebben, toch zelden of nooit verder komen dan een elektronische versie van iets dat net zo goed op papier gemaakt had kunnen worden. Het gros van de sites ziet er op zijn best uit als een doodgewone papieren brochure of reclamefolder, met als enige toevoeging wat 'hyperlinks', doorverbindingen naar andere pagina's, die dan ook nog geregeld blijken dood te lopen. Inkopen doen op het Web onderscheidt zich in niets van wat postorderbedrijven al decennia lang doen. Alles gaat precies zo als het per telefoon of papieren bestelbon zou gaan. De 'nieuwe media' zijn vooralsnog weinig meer dan oude media in een elektronisch jasje.

Dat is jammer, want voor ouderwetse toepassingen voldoen de oude media vaak beter dan de nieuwe, terwijl de unieke mogelijkheden die juist de computer biedt, onbenut blijven. Immers, de computer kan wat papier nooit zal kunnen: pagina's laten leven. Niet door er domweg bewegende beelden op te zetten (dat is ook weer een imitatie zo'n oud medium: film), maar door ze te laten reageren op de omstandigheden en de behoeften van degene die ernaar kijkt. Het gereedschap om dat te doen is er al een tijd: Java en JavaScript, twee heel verschillende dingen.

Java is een programmeertaal. Je maakt er programma's mee, die je vervolgens in Web-pagina's kunt opnemen. Zulke programma's heten Applets, en ze hebben met de rest van de pagina maar weinig te maken. Ongeveer net zo veel als uw tekstverwerker te maken heeft met de 'desktop', de achtergrond van uw Windows-machine of Macintosh. Javascript, dat van Java is afgeleid, biedt hele andere mogelijkheden. Het is een taaltje waarmee je een pagina zichzelf echt aan de omstandigheden kunt laten aanpassen. U heeft bijvoorbeeld een pagina waarop plaatjes staan met bijbehorende tekst.

Je kunt dan met behulp van Javascript zorgen dat een bezoeker die vanuit Frankrijk inlogt automatisch de tekst in het Frans te zien krijgt, en één uit Duitsland een Duitse versie. Kom daar maar eens om als je een papieren boek of brochure openmaakt! Je kunt ook stukken van een pagina automatisch laten vernieuwen als iemand te kennen geeft op een bepaald punt meer te willen weten, plaatjes veranderen, muziek laten horen, en ga zo maar door. Je kunt er, kortom, tekst mee maken die net zo interactief is als een heus computerprogramma.

De broncode van een pagina met JavaScript lijkt daarom maar weinig op een gewone boekpagina. Het is een mengeling van tekst en programmaregels. Dat is de essentie van wat het Web biedt: de vereniging van ouderwetse tekst en beeld met computerprogramma's. Dat maakt het Web tot een uniek medium, met mogelijkheden die geen ander medium kent. Maar wel mogelijkheden die nu vooral nog liggen te wachten om benut te worden. De verbeelding moet serieus aan de macht.