De droomstopper

De fabriek Sony heeft een dream machine gemaakt.

Het stond in een advertentie van een uitzendbureau met de afbeelding van het apparaat erbij.

Het zag eruit als een gewone wekkerradio die in dit geval op zeven uur twaalf stond. Dit ene woord roept drie vragen op. Bedoelt Sony dat ze een droom van een machine heeft gemaakt, d.w.z. iets weergaloos waarvan je had verondersteld dat zoiets alleen in je droom zou kunnen bestaan, tot je deze wekkerradio zag? Of is dit een werktuigje dat bij de eigenaar dromen veroorzaakt? Of is het een van die gelegenheidskletskoekwoorden die door reclametekstschrijvers worden gebakken?

Het ding ziet eruit als een van de gewone doosjes met batterijtjes, transistors en chipjes. Bijna niemand weet hoe het in zijn werk gaat, maar ze doen dingen waarvan je vijftig jaar geleden niet had kunnen dromen. Uit deze dream machine beginnen - veronderstel ik - geluiden te komen op een tijdstip dat je zekere tijd van tevoren hebt bepaald. Dit is waarschijnlijk een tijdstip waarop je nog slaapt, zodat je van deze geluiden wakker wordt. Je zou dus eerder zeggen dat dit een end the dream-machine was. Maar laten we geen spijkers op laag water zoeken. Het gaat om een oude vraag. In het algemeen: waar gaat het met het Nederlands naar toe? En in dit geval: waarom heet dit dingetje niet 'droommachine', of 'droomstopper'?

In Frankrijk wordt van tijd tot tijd de strijd aangebonden tegen het 'Franglais', de mengelmoes waarin een Frans woord door een Engels is vervangen, hoewel aan het Franse niets mankeerde.

Wilde Jack Lang, die alleen al door zijn naam iets goed te maken heeft, het niet strafbaar stellen? Bij ons is de strijd tegen het Engels op zijn felst onder verdachte omstandigheden gevoerd, in de jaren van de bezetting toen alles 'verdietst' moest worden. Dat is mislukt, niet alleen doordat de nazi's en hun vrienden de oorlog hebben verloren. De 'verdietsing' leidde, zoals het uit het woord zelf al blijkt, tot levenloze flauwekul.

Maar voor de mensen die van het Nederlands leven, niet alleen voor de schrijvers en de journalisten, nee, voor allen die zich zo nauwkeurig mogelijk willen uitdrukken, blijft de opmars van een bepaald soort Engels een bedreiging. Het gaat daarbij niet om de Engelse woorden waarvoor geen gelijkwaardig Nederlands bestaat. Het is bijvoorbeeld onvermijdelijk dat alles wat tot de computers hoort in Engelse termen wordt benoemd.

Die termen gaan dan vanzelf tot het Nederlands horen. Niemand zal voor computer nog het woord rekentuig gebruiken, en evenmin tekstverwerker, want wat we met computer bedoelen is veel meer, en nog iedere dag komt er iets bij.

Zo groeit er een taal waarop de Engels sprekende volken ook geen bijzondere aanspraken meer kunnen maken. Het is nieuw internationaals. De Fransen noemen een computer nog ordinateur. Dat is in dit geval geen overwinning voor het Frans, maar een bijdrage tot het isolement van Frankrijk, want nergens anders weten ze wat met ordinateur wordt bedoeld. Ik weet nog hoe trots ik me als Nederlander voelde toen ik hoorde dat we het eenvoudigste elektronische rekentuig hier een zakjapannertje noemen. “Heb jij nog geen zakjapannertje”, werd me gevraagd. Intussen zijn er aanmerkelijk veelzijdiger apparaten te koop, die organizers heten. In werkelijkheid niets anders dan zakjapanners.

Er is een ander soort woorden: de Nederlandse die we zonder slag of stoot prijsgeven, om er een woord voor in de plaats te gebruiken dat dezelfde betekenis schijnt te hebben, maar in werkelijkheid waarschijnlijk de gebruiker een loze allure extra verleent. Ik begrijp dat niet. Ik vraag het de gebruikers. Die kunnen het ook niet verklaren.

Waarom zegt u ticket als u kaartje bedoelt. Met een vliegkaartje kom je in hetzelfde vliegtuig terecht als met de ticket, als je tenminste naar uitgang D 12 gaat.

Keet D 12 zul je bedoelen. Is belastingvrije winkel hetzelfde als taxfree shop? Je ziet ze in ieder geval de teksfriesjop uitkomen, beladen als kamelen met goedkope jenever. Met de boordingpaas via de teksfrie naar de keet en dan de pleen in, een nosmokingfleit (flijt). Drink een cola leit, dat is er goed bij. En dat is merkwaardig: als je het op z'n fonetisch-Nederlands spelt, is de glans eraf. Zo'n spelling wekt zelfs de indruk dat je een agressieve bijbedoeling hebt. Wie zich van dit nieuwe steenkolen-Engels bedient, wil het zich wel in de oorspronkelijke spelling blijven voorstellen.

Praktische vraag: valt er tegen te vechten. Ik zag dat Jan Mulder in de Volkskrant de strijd weer heeft aangebonden. Het is de bierkaai. Langzamerhand ontstaan alweer twee nieuwe groepen mensen. Je hebt er die het een pleziertje vinden, zich zo nauwkeurig mogelijk in het Nederlands uit te drukken, en soms tot hun verbazing verdienen ze daar ook nog een beetje geld mee. En je hebt de anderen die het niks kan bommen, of verfukken. Een jaar of wat geleden waren dat de volgelingen van Sjef Rademakers, de taal- en letterenfaculteit van Azjemaarbegrijpwaddikbedoel. Die is nu opgegaan in de joenowoteimien-school.

Het is niet typisch Nederlands of Frans. Het nieuwe steenkolen-Engels breidt zich uit over de hele wereld, het Dorp Wereld.

De Engelsen zelf zijn er ook niet blij mee, want van de weeromstuit keert het tot het land van oorsprong terug. Ook in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ontstaan twee soorten mensen. Lees de stukjes over de taal van Russell Baker en William Safire. Ook zij strijden tegen deze bierkaai.