COELACANTH

Naar aanleiding van een publicatie in het Duitse natuurwetenschappelijk tijdschrift 'Naturwissenschaften' over de verwantschapsrelatie tussen kwastvinnigen (Latimeria), longvissen en viervoeters wordt in een artikel in de wetenschapsbijlage van 27 september ('Coelacanth is toch niet de voorvader van alle viervoeters') gesteld dat op basis van recent DNA-onderzoek een vraagteken moet worden geplaatst bij de heersende opvattingen over de herkomst van de landdieren.

De heersende opvattingen zijn echter niet zoals die in het artikel zijn weergegeven en ook de recente onderzoeksgegevens moeten in een ander licht worden geplaatst dan door de auteur van het stukje, A.J. van Loon, is gedaan. Het vaststellen van onderlinge verwantschap tussen organismen op grond van DNA-studie heeft vanzelfsprekend, op enkele uitzonderingen na, alleen betrekking op nog levende organismen. Het gemelde onderzoek geeft daarom slechts een visie op de onderlinge verwantschap tussen levende vertegenwoordigers van kwastvinnigen (Latimeria), longvissen en gewervelde landdieren (om precies te zijn: kikkers).

Over de afstammingsgeschiedenis van landdieren zegt het onderzoek niet veel, gewoonweg omdat de afstammingslijn van vis naar viervoeter uitsluitend bekend is van fossielen. Volgens de al enige tijd geldende opvattingen zijn landdieren voortgekomen uit een specifieke groep kwastvinnige vissen, de Rhipidistia. De levende kwastvinnige vis Latimeria hoort evenwel tot een andere groep kwastvinnigen en is, net als zijn naaste fossiele verwanten, nooit serieus beschouwd als voorouder van gewervelde landdieren.

Uit onderzoek aan fossiele zowel als levende longvissen is een afstamming van viervoeters uit longvissen ook nooit aangetoond.

Overigens is de verwantschap tussen Latimeria, longvissen en viervoeters en hun voorouders al jaren gemeengoed onder paleontologen en biologen. Door recente vondsten van amfibie-achtige kwastvinnigen en zeer primitieve amfibieën kan langzamerhand een steeds duidelijker beeld worden geschetst van de veranderingen die hebben plaatsgevonden bij de evolutie van vis naar viervoeter. Of coelacanthen (de levende Latimeria en ongeveer 40 fossiele soorten) meer verwant zijn aan viervoeters en hun voorouders dan longvissen (6 levende en ongeveer 280 fossiele soorten) of juist omgekeerd, is nog altijd een punt van discussie. Onder paleontologen wordt de mogelijke positie van longvissen als naaste verwanten van de gewervelde landdieren al jaren serieus genomen. Latimeria zien hun positie als meest aan ons landdieren verwante vissen al jaren wankelen.