CDA'er Van der Burg bezorgd over devaluatie parlement: 'Kamer dreigt stempelmachine te worden'

Hij is één van de langstzittende Kamerleden en maakt zich ernstig zorgen over de positie van het parlement. Mr. drs. V.A.M. van der Burg: “Het is tegenwoordig eerder een last dan een verdienste dat je Kamerlid bent.”

DEN HAAG, 11 OKT. Hij wil niet eindigen als cultuurpessimist.

Maar de voortekenen zijn in zijn ogen ongunstig: de Tweede Kamer verliest aan gewicht; het Kamerlidmaatschap aan gezag. Als senior-parlementariër windt hij zich daar hevig over op. De jurist Vincent van der Burg (52) kwam in 1979 vanuit de KVP in de Tweede Kamer en is volgend jaar niet meer herkiesbaar. De CDA'er is één van de langstzittende Tweede-Kamerleden, is voorzitter van de Kamercommissie Justitie en maakte deel uit van twee parlementaire enquêtecommissies. Hij geldt als eigenzinnig en als iemand met strakke opvattingen, waaraan hij de bijnaam 'de paus van Zeist' dankt.

Met PvdA'er Piet Stoffelen diende hij begin jaren tachtig een initiatief-wetsvoorstel in dat een minderheid in de Tweede Kamer het recht van enquête verleende. Later ijverde hij voor een wetgevingscommissie om de rol van de Kamer als medewetgever te versterken. Beide voorstellen haalden het niet. Het relaas van een Kamerlid dat tegen de stroom ingaat.

Waarom bent u bezorgd?

“Ik vind het heel ernstig wat er momenteel in de Kamer gebeurt. In deze parlementaire periode zijn meer moties niet uitgevoerd dan ooit tevoren. We bevinden ons in gevaarlijk vaarwater. Het functioneren van de Kamer wordt steeds meer afhankelijk van het coalitiebelang en van het gebrek aan moed van individuele Kamerleden om scherp te varen.

Neem de gang van zaken rond de motie van PvdA en D66 om studenten hun keuzevrijheid bij het gebruik van de ov-jaarkaart te laten behouden. Eerst de brutaliteit van minister Zalm die toeterde “we voeren hem niet uit” en daarna de stupiditeit van de regeringsfracties die er vrolijk om lachten. Dan ga ik als ouder Kamerlid door de grond.

Als je ook ziet hoe er door het kabinet geklungeld wordt met een aangenomen paarse motie om adelijke titels via de vrouwelijke lijn te laten vererven. De regering zegt glashard: wij voeren hem niet uit en de initiatiefnemers laten het er vervolgens gewoon bij zitten. Ik zeg niet dat het kabinet iedere keer had moeten worden weggestuurd, maar de Kamer moet wel de juiste instrumenten hanteren om scherp te stellen waar de verantwoordelijkheden liggen. Maar dan niet voortdurend met schoten hagel in de lucht schieten, terwijl er geen enkele gans te vinden is.''

U verwijt de Kamerleden gebrek aan durf of is er meer aan de hand?

“Het is ook een gebrek aan ambachtelijkheid. Ik zie dat steeds minder collega's het reglement van orde kennen en daarom de mogelijkheden om de regering te attaqueren niet onder de knie hebben.

Ik zie het aan de stommiteiten die worden begaan door Kamerleden, aan de dingen die men laat schieten. Je merkt dat Kamerleden, en het gebeurt met Kamerleden van alle partijen, zich te snel tevreden laten stellen door een bewindspersoon zonder dat ze een duidelijke toezegging binnen hebben. Hoe gaat zoiets dan verder: de ambtenaren leggen het verzoek onder in de la en daarmee is het punt weg.

En ja, de minister en de ambtenaren lachen in hun vuistje.''

Ambachtelijkheid valt te leren.

Overdrijft u niet?

“Ik vind de situatie heel zorgelijk.

Het is niet alleen een gebrek aan ambachtelijkheid dat het parlement parten speelt; het is ook een gebrek aan onafhankelijkheid. Je ziet dat naarmate partijen kleiner worden hun macht over de volksvertegenwoordigers toeneemt.

Maar een Kamer heeft niets aan mensen die zich van a tot z laten dirigeren. We hebben mensen nodig die durven zeggen: dit kan niet zo.

Ik ben zelf in de CDA-fractie wel eens anderhalf uur door Elco Brinkman gekapitteld over de invoering van de identificatieplicht, omdat ik niet deed wat de leiding van de partij had bedacht. Ik heb niet toegegeven en uiteindelijk bleef de fractie ook achter me staan. Ik heb het ook nooit van mezelf gedaan gekregen om teksten die in het Torentje waren uitgeschreven in de Kamer voor te lezen. Ik vind dat, hoe sterk de particratie in Nederland ook is, je een zekere mate van onafhankelijkheid moet proberen te handhaven.''

Hoe ziet u de status van het Kamerlid?

“Je merkt momenteel dat mensen van buiten heel beducht zijn om Kamerlid te worden. Ze zien dat het Kamerlidmaatschap gedevalueerd is en dat je er eerder last mee hebt dan dat het als een verdienste wordt gezien wanneer je terugkeert in de maatschappij.

Je ziet een heel groot verschil met landen als Engeland en Frankrijk. Daar weet men nog wat een Kamerlid is, daar word je gewaardeerd als volksvertegenwoordiger.

Dat is niet alleen goed voor het Kamerlid zelf, maar voor de totale democratie. Wat dat betreft is er in Nederland een enorme erosie van het publieke domein aan de gang.

Je ziet het ook aan het verlies aan decorum. Marijnissen die tegen de Kamervoorzitter roept 'effe dimmen' als hij tot de orde wordt geroepen. Zo spreek je in een parlement niet tegen de voorzitter. En dat heeft niets te maken met vormelijkheid.

Ik heb wel meegemaakt dat een collega met z'n regenjas nog aan de vergadering van een Kamercommissie binnenkwam. Dat kan dus ook niet. Ik ben iemand die daar dan iets van zegt: 'het is hier geen wachtkamer van een station'.

Maar daar moet je tegenwoordig heel voorzichtig mee zijn, want je wordt al snel niet meer begrepen.

De Kamer is geen gemeenteraad van Tietjerksteradeel, de Kamer is in onze democratie het hoogste orgaan van de Staat. Dat vereist een zeker decorum, dat vereist ambachtelijkheid en het vereist dat, ook al zit je in een coalitie, het kabinet zijn plaats weet.''

Uw eigen partij, het CDA, kiest voor een grootscheepse vernieuwing van de zittende Kamerfractie.

Is dat de oplossing?

“De vernieuwing schiet veel te ver door. Kostbare ervaring wordt zo weggespoeld. We moeten juist de andere kant op: waarom zouden we geen Kamerleden kunnen hebben die dertig of veertig jaar zitten?

Je ziet het in andere landen ook, Kamerleden met een enorme staat van dienst, waarom zou dat hier niet kunnen? Mijn idee is: zet een aantal mensen van langere levensadem in het parlement, omdat anders het collectieve geheugen verdwijnt. Er is niets ergers dan wanneer je strijdt tegen een steeds sterker wordende bureaucratie, terwijl het collectieve geheugen kleiner wordt.

Is een kleinere Kamer misschien een remedie?

“Ik zie niks in de oplossing van Wallage om de Kamer terug te brengen tot honderd leden. Ik geloof niet dat de parlementariërs zich dan ineens met de hoofdlijnen bezig gaan houden. Het zit in de keuze van de mensen, in het selecteren van onafhankelijke types.”

Het Kamerlidmaatschap is een full-time beroep geworden. Is dat ook een oorzaak van de malaise?

“De ontwikkeling om neven-functies te beperken is niet goed geweest. De advocaat, de boer, de middenstander is praktisch uit het parlement verdwenen. Ik zou zeggen: beperk het Kamerwerk tot drie dagen - er is geen parlement dat zo lang werkt als het Nederlandse - en wees ruimer met nevenfuncties. Je kunt dan als partij makkelijker afscheid nemen van iemand die niet bevalt, want het is niet zijn boterham die in gevaar komt. Een Kamerlid draait zo maatschappelijk mee en hij ziet ook veel meer. Want met alle respect: die stages die Kamerleden in de zomermaanden ondernemen, zijn natuurlijk een lachertje. Dan laten bedrijven je alleen maar in alle fraaiheid zien wat er gebeurt.”

Weet de samenleving wat het Kamerlidmaatschap voorstelt?

“Ik moet voorzichtig zijn, maar ik geloof dat veel mensen niet echt weten wat het Kamerwerk inhoudt. Je hebt niet zomaar ervaring, je hebt niet zomaar een netwerk, je hebt niet zomaar een profiel. Dat moet je opbouwen en dat kost tijd. Zo ben ik altijd zeer actief geweest in de contacten met de kerken, met name met de katholieke kerk. Je leert die wereld als je binnenzak kennen. Dan krijg je ook vertrouwen, word je op de hoogte gehouden en krijg je dingen te horen. Maar dat zijn contacten die naar buiten toe onzichtbaar blijven.”

Ziet u minister Melkert als een bondgenoot?

“Ik ben heel blij met de Machiavelli-rede van minister Melkert, waarin hij begin deze week waarschuwde voor het verlies aan deskundigheid in de Kamer als partijen hun Kamerfracties vergaand vernieuwen. Ik zou zeggen: laten ook in andere partijen de Melkerts opstaan om dat te signaleren. Het is nu nog niet te laat. Ik denk wel dat, als we nog vier jaar zo doorgaan, de Kamer alle gezag heeft verloren en ze is verworden tot, wat ik noem, een stempelmachine.”

Wie zou u selecteren voor het Kamerlidmaatschap?

“Kijk, vroeger recruteerden we vanuit de zuilen mensen die kwaliteit hadden. Ik zou zeggen: als goeie mensen uit de intellectuele elite in Nederland bijvoorbeeld niet bij de universiteit zouden blijven zitten - waar ze makkelijk een beetje schreeuwen en praten om met een dik salaris 's avonds onder de wollen deken te gaan liggen - maar gewoon hier eens een aantal jaren de hitte van de dag verdragen, dan zouden we de parlementaire democratie een geweldige dienst bewijzen.”