Brussel wil debat financiering met verslag sussen

BRUSSEL, 11 OKT. Met een gisteren gepresenteerd verslag over de bijdragen van de lidstaten aan de Europese Unie probeert de Europese Commissie het debat over de toekomstige financiering in rustiger vaarwater te brengen. Een debat dat, zo wordt gevreesd, de toetreding van nieuwe lidstaten kan blokkeren.

De discussie werd gestart door Duitsland en Nederland die vinden dat ze netto te veel aan Brussel betalen in verhouding tot hun welvaart. Zuidelijke lidstaten vrezen dat zij als gevolg van deze klacht straks minder krijgen uit Brussel en moeten opdraaien voor de kosten van de uitbreiding, waarvoor in december de eerste kandidaten moeten worden uitgenodigd. Om te voorkomen dat die uitnodiging geblokkeerd wordt, probeert de Commissie de gelddiscussie te 'objectiveren'.

Nederland en Duitsland baseren zich in hun roep om rechtvaardiger betaling op het begrip nettobijdrage aan Brussel: het verschil tussen wat ze betalen en terugkrijgen. Ook de Europese Commissie presenteerde gisteren cijfers over het percentage dat de lidstaten bijdragen aan de EU-begroting en wat ze terugkrijgen aan subsidies voor landbouw en aan structuurfondsen voor armere regio's. Voor Nederland is dat respectievelijk 6,2 en 3, voor bijvoorbeeld Griekenland 1,6 en 7,6 en voor Frankrijk 17,5 en 17,7.

Een woordvoerder van de Commissie onderstreepte dat de Commissie voor het eerst dergelijke percentages presenteert. Toch blijft de Europese Commissie bij haar standpunt dat je in het algemeen niet kunt spreken over een nettopositie ten opzichte van de Europese Unie. Als voorbeeld wordt aangehaald dat geld dat een land krijgt uit structuurfondsen vaak wordt uitgegeven aan goederen en diensten uit andere lidstaten, zodat niet duidelijk is wie hoeveel profiteert. Ook zijn de voordelen van de interne markt volgens de Commissie niet in geld uit te drukkenVoor Nederlandse diplomaten in Brussel is de studie van de Commissie toch een bewijs dat het probleem van sommige nettobetalers niet wordt ontkend. Juist om die reden presenteerde minister Zalm (Financiën) vorige maand zelf cijfers waaruit de onrechtvaardige Nederlandse nettopositie moest blijken.

Overigens zijn er opmerkelijke verschillen tussen dit Nederlandse staatje (uitgedrukt in ecu) en de percentages van de Commissie. Zo komt Nederland tot de conclusie dat Luxemburg netto vorig jaar 720 ecu per hoofd van de bevolking ontving uit Brussel, terwijl volgens de Commissiecijfers het percentage dat Luxemburg bijdroeg aan de EU-begroting (0,2 procent) even hoog was als het percentage dat het terugkreeg aan subsidies. Een verschil tussen de Nederlandse en de Brusselse cijfers is dat de Commissie alleen de posten landbouw en structuurfondsen meerekent bij inkomsten uit Brussel (samen goed voor 83 procent van de EU-uitgaven) terwijl Nederland aan de ontvangstkant van Luxemburg ook voordelen meetelt die voortvloeien uit de Europese instellingen in het Groothertogdom. De Nederlandse conclusie leidde tot grote woede van Luxemburg, dat vond dat het ten onrechte werd afgeschilderd als profiteur.

In haar studie komt de commissie tot de conclusie dat de afdrachten van lidstaten aan Brussel in verhouding tot hun bruto nationaal product steeds rechtvaardiger worden. Wat de inkomsten uit Brussel betreft, wijst de Commissie op besluiten die de lidstaten in 1992 hebben genomen over landbouwhervorming en structuurfondsen. De achterliggende gedachte is dat landen die klagen over het te lage bedrag dat ze terugkrijgen uit Brussel, eerst bij zichzelf te rade moeten gaan. Ze hebben immers zelf de besluiten genomen over de criteria op grond waarvan subsidies worden uitgekeerd.

De Commissie lijkt met haar studie, die maandag zal worden besproken op een bijeenkomst van de ministers van Financiën in Luxemburg, alle partijen een beetje gelijk wil geven. Met het aangeven van percentages van de betalingen aan en subsidies uit de Europese Unie, geeft ze aan dat er iets zit in klachten over negatieve nettoposities.

Tegelijkertijd zegt ze dat de totale nettopositie niet in geld is uit te drukken en dat de bruto bijdragen aan Brussel in grote lijnen eerlijk verdeeld zijn. De Commissie hoopt volgens een diplomaat dat lidstaten voorlopig niet meer zelf met staatjes komen, die de discussie doen oplaaien.