BLOEDDONATIE

Bloed geven halveert het risico op hart- en vaatziekten bij niet-rokende mannen. Dat zou volgens B. Meijer van Putten (W&O, 27 september) blijken uit Amerikaans onderzoek. De genoemde conclusie blijkt na een gecontroleerde analyse onhoudbaar en had als slogan achterwege moeten blijven. In Meijer van Puttens uitleg ontbreekt relevante informatie om tot een afgewogen risicoschatting te komen.

In een telefonische enquête bij een groep van 655 donoren en 3.200 niet-donoren (mannen èn vrouwen) zeiden 64 donoren (9,7%) en 567 niet-donoren (17,7%)

hart- en vaatklachten te hebben. Een verschil van bijna vijftig procent, concludeert Meijer van Putten. Het is maar hoe het verschil wordt beschreven: het verschil in klachtenpercentage tussen beide groepen is acht. Niettemin, een relevant verschil dat statistisch significant is.

Nadat gecontroleerd wordt voor het effect van een aantal 'storende'factoren op dit resultaat blijkt het gunstige effect van bloed geven te zijn verminderd, maar het bleef toch altijd nog dertig procent, aldus Meijer van Putten. Dat percentage van dertig zegt niets, als de lezer niet wordt verteld op basis van welke getallen het is berekend, zoals bij de eerste (ongecontroleerde) analyse wel werd gedaan. De werkelijk informatieve percentages, die ten grondslag liggen aan een controleerbare conclusie voor mannen en vrouwen, ontbreken.

Stel namelijk dat de gecorrigeerde percentages na controle op storende factoren 1,00% voor de donoren en 1,33% voor de niet-donoren zouden zijn geweest, dan is er een verschil van dertig procent, als we de rekenwijze van Meijer van Putten volgen. Maar een percentageverschil van 0,33 stelt niets voor. Het is niet relevant en statistisch ook niet significant. De lezer moet maar hopen dat het oorspronkelijke artikel in 'Heart' wel directe controle van onderzoeksconclusies mogelijk maakt.