Besluit uitlevering Turk aangehouden

DEN HAAG, 11 OKT. De bekendmaking van het besluit over de uitlevering van de Koerdisch-Turkse zakenman H. Baybasin aan Turkije is deze zomer door de Nederlandse regering een maand uitgesteld in een poging om een internationaal aanhoudingsbevel tegen een politieman uit Venray ongedaan te maken. Een woordvoerder van het ministerie van justitie heeft dit gisteren bevestigd.

De Turkse autoriteiten willen een ex-brigadier van politie die betrokken was bij de gewelddadige dood van de uit Turkije afkomstige H. Köksal in Venray in 1993 alsnog in hun land vervolgen. “Het bericht over de uitlevering (van Baybasin - red.) is bewust enige tijd opgehouden om de andere kwestie in positieve zin te regelen. Het is overigens niet gegaan zoals de regering het wilde”, aldus de woordvoerder.

Dat is geprobeerd beide zaken met elkaar in verband te brengen, blijkt uit een vertrouwelijke 'telefoonnotitie' die op 15 juli 1997 werd opgesteld door een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in Breda. Deze heeft telefonisch overleg gevoerd met een hoge ambtenaar van de afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken op het ministerie. “Hij (de justitie-ambtenaar - red.) deelt mee dat de uitleveringsbeschikking nog niet uit kan.

De zaak Baybasin wordt gebruikt als drukmiddel teneinde in een andere zaak iets van de Turkse autoriteiten gedaan te krijgen”, schrijft de medewerker van de IND. Hij voegt er aan toe dat “momenteel hierover overleg wordt gevoerd door Buitenlandse Zaken”. De notitie bevindt zich in het justitie-dossier van Baybasin.

De in zijn land van heroïnehandel verdachte zakenman Baybasin, die in Amsterdam is ondergedoken, kreeg eind juli bericht dat minister Sorgdrager (justitie) had besloten om te voldoen aan het uitleveringsverzoek. Baybasin vreest daar voor zijn leven, omdat de Turkse regering en “zeker politie en justitie” het hem naar eigen zeggen bijzonder kwalijk nemen dat hij verklaringen heeft afgelegd over directe betrokkenheid van hoge militairen en belangrijke politici bij de handel in drugs. Met de opbrengsten hiervan werd volgens Baybasin onder meer de Turkse tak van de geheime NAVO-organisatie 'Gladio' gefinancierd.

Pag.3: Baybasin in verzet tegen uitlevering

Baybasin voelde zich in zijn verzet tegen de gedwongen terugkeer naar zijn land gesteund door een uitspraak van de Hoge Raad dat hij bij uitlevering aan Turkije moet vrezen voor foltering of zelfs zijn leven.

De Turkse autoriteiten vaardigden in 1995 een internationaal aanhoudingsbevel uit tegen de ex-politieman Krouwel uit Venray. Hij was in 1993 betrokken bij de gewelddadige dood van de uit Turkije afkomstige H. Köksal, tegen wie volgens een rapport van de rijksrecherche “disproportioneel geweld” was gebruikt toen hij werd gearresteerd. De agenten veronderstelden dat Köksal met zijn auto tegen een paaltje was gereden, omdat hij onder invloed verkeerde.

Bij de arrestatie werd door de agenten veel geweld gebruikt, omdat zijn gedrag daar aanleiding toe zou hebben gegeven, Pas tien uur na de aanhouding werd een arts gewaarschuwd, die een hersenbloeding constateerde. Köksal overleed de volgende dag aan de gevolgen van de bloeding. Volgens het autopsierapport kon de hersenbloeding zijn “geprovoceerd” door de gewelddadige arrestatie.

De rechtbank in Den Bosch sprak de brigadier echter vrij, maar hij kon niet terug naar zijn korps.

Twee andere agenten die bij de zaak betrokken waren, kregen een berisping.

In Turkije ontstond over de gebeurtenis in Venray grote onrust, aangewakkerd door berichten over racisme tegen Turken in Nederland.

In 1995 vroeg de Turkse regering om heropening van het onderzoek, maar dat werd door Nederland afgewezen omdat de brigadier in eigen land al voor de rechter was geweest en iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan worden vervolgd. Turkije heeft zich daar totnutoe niet bij neer willen leggen.

De woordvoerder van justitie spreekt met klem tegen dat Baybasin nu zal worden uitgeleverd om Nederland in de kwestie-Krouwel alsnog haar zin te geven. “De beslissing dat Baybasin kan worden uitgeleverd is door de minister eind juni al genomen. Met het op papier zetten is vervolgens enkele weken verstreken en daarna is de bekendmaking nog enige tijd opgehouden om te zien of er resultaat kon worden behaald in de andere zaak. Ik vind het woord drukmiddel hier niet echt op zijn plaats”, aldus de woordvoerder.

De advocaat van Baybasin, mr.V. Koppe in Amsterdam, is verontwaardigd over deze gang van zaken. “Het is schandelijk dat de integriteit van mijn cliënt wordt verkwanseld voor een ander belang. Hij loopt het risico te worden gedood. Voor zoiets moet een minister aftreden”, aldus Koppe. Hij zegt zich hoogstens een dergelijke overweging te kunnen voorstellen als het er om zou gaan een Nederlander uit een Turkse cel te krijgen.

“Maar dan nog zou ik protest aantekenen tegen de gang van zaken”, aldus Koppe.

Belangrijker vindt Koppe het dat de minister in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer door GroenLinks, CDA en VVD in beide kwesties gesteld op verschillende data, geen inzicht heeft gegeven in wat er op de achtergrond meespeelde. “De Kamer had daar toch zeker recht op?”, aldus Koppe.

Volgende week dient in Den Haag een kort geding dat Baybasin heeft aangespannen tegen zijn dreigende uitlevering.