Al in een boerensloot

HALF OKTOBER culmineert de trek van de trekvogels in massale verplaatsingen langs Neêrlands smalle kust. Trekvogelliefhebbers lopen te hoop op dijken en duinen om de evacuatie van Scandinavië op de voet te volgen. De een met bonzend hart omdat er weer nieuwe soorten in beeld komen, de ander met een brok in de keel omdat de herfsttrek makkelijk weemoedig stemt.

Aan aandacht voor de najaarstrek van vogels is geen gebrek. Minder is het gesteld met de belangstelling voor de seizoensverplaatsingen van andere diergroepen. Zoals die van kikkers, padden en salamanders. Zonder enig vertoon stappen de amfibieën deze dagen weer terug in de sloot waarin ze, om het zo eens te zeggen, alleen de bruidsdagen doorbrachten (afgezien van de groene kikker die praktisch het hele jaar door in de sloot zit). Ook de trek naar de modder culmineert zo'n beetje in deze maand. Eind maart, begin april komen kikkers en padden weer eens kijken hoe de vlag erbij hangt.

Geen grimmiger winterslaap dan de winterslaap in de modder van een boerensloot. Geen resoluter afscheid van de ijdelheden van het dagelijkse bestaan dan een retraite diep in de zachte drek waaraan het Hollandse laagveen zo rijk is. Maar ook geen raadselachtiger leven dan die winterslaap. Want hoe rooien kikkers en padden het daar eigenlijk in de diepte?

Onder water vervalt de gewone longademhaling, de dieren zijn er geheel aangewezen op hun welbeschreven huidademhaling. Maar is die voldoende?

De Nederlandse modder is zuurstofloos, zoals met moderne meetapparatuur in een wip is aangetoond.

Niet een beetje zuurstofloos, maar volstrekt zuurstofloos. Nee, erger nog: de modder heeft een enorme zuurstofvraag. Schudt men een fles modder krachtig met lucht, dan nog komt het zuurstofgehalte niet boven nul.

Hoe zacht is de slaap zonder zuurstof? De geraadpleegde literatuur kwam er niet helemaal uit. Dat er een moeilijkheid ligt is al lang geleden doorgedrongen. Brehms Tierleben (de editie van 1910), die een hartverwarmende beschouwing over de gewone groene kikker (Rana esculenta)

heeft, is ook niet al te pertinent over het slapen in de modder. De kikker overwintert 'entweder im Schlamme oder in einer Höhlung'. Je zou niet durven zeggen wat prettiger is, maar voor de zuurstofvoorziening maakt het veel uit. Zelfs al zijn de longen van kikkers maar primitieve gevalletjes, ze leveren bij niet al te lage temperatuur per tijdseenheid al gauw twee keer zoveel zuurstof als de huidademhaling. Daalt de temperatuur tot tegen het vriespunt dan kan de huidademhaling de longademhaling in zuurstoftransport gaan overtreffen (aldus het handboek 'Animal physiology: adaptation and environment'

van Knut Schmidt-Nielsen). Maar dan moet er wel zuurstof zijn.

In de meeste modder ìs geen zuurstof. Zo staat het ook in 'Life in the cold - an introduction to winter ecology' van Peter Marchand (University Press of New England, 1991). In de loop van de winter, als de rotting van water- en oeverplanten doorzet en algen beginnen te lijden onder het verminderde lichtaanbod, wordt het er niet beter op, zelfs al kan koud water in principe meer zuurstof opnemen dan warm. Nog erger wordt het als het wateroppervlak bevriest en het ijs besneeuwd raakt; dan kan de hele waterkolom boven de modder geleidelijk zuurstofloos (anaeroob) worden.

Dat zijn de situaties waarin natuurvrienden bijten in het ijs hakken om vissen tegen verstikking te beschermen. Toch is juist bij sommige vissen (en veel reptielen, zoals ook hagedissen) aangetoond dat zij perioden van zuurstofloosheid goed doorstaan door over te schakelen op een zogenoemde 'anaerobe ademhaling' met melkzuur en niet koolzuur als eindproduct. Het mechanisme is ook bekend van humane spieren die te snel of te zwaar belast worden.

Is dat dan misschien de uitweg van de kikker: anaerobe ademhaling? Op zoek naar Nederlandse kikkerkundigen. Dr. M.S. Hoogmoed van het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden houdt zich als herpetoloog/systematicus voornamelijk bezig met de taxonomie van amfibieën en reptielen. Ellendig genoeg omdat uitgerekend met de groene kikker van alles aan de hand is dat spot met het moderne soortbegrip. De groene kikker is geen soort in de zin van de wet maar een niet-steriele kruising van twee ander soorten, een soort vruchtbare muilezel. Voor de slaap in de modder verwijst Hoogmoed naar de ecoloog dr. H. Strijbosch in Nijmegen. “Die weet het wel.”

Niet bekend

Zodra het 's winters een tijdje warm is vallen verplaatsingen waar te nemen.

Dan belanden de dieren weer in de fuiken en valkuilen die Strijbosch voor ze heeft klaar staan.

Zelfs de fractie kikkers, padden en salamanders die onder water overwintert houdt contact met de omgeving. Daalt de zuurstofspanning te zeer, dan zoeken ze het hoger op. Een flinke vorstperiode kan de dieren letterlijk in grote benauwdheid brengen.

Dat laatste werd Strijbosch duidelijk toen hij tijdens een vorstperiode een bijt hakte om een amfibieënfuik te plaatsten en al de volgende dag zijn fuik geheel met kikkers gevuld vond.

Allemaal op licht en lucht afgekomen.