Wereldpremière na honderdzeventien jaar; Oerversie van Mahlers 'Das klagende Lied' voor het eerst uitgevoerd

Wat Gustav Mahler in 1880 alleen geluidloos in zijn hoofd heeft gehoord, weerklonk deze week eindelijk in Manchester: de oorspronkelijke versie van zijn muziekstuk 'Das klagende Lied', dat tot nu toe alleen in een latere versie bekend was. “Het is muziek die onmiddellijk aangrijpt, die de luisteraar achterlaat met een kras op de ziel.”

Kent Nagano dirigeert de originele versie van Das klagende Lied nogmaals in november in Hamburg en in april 1998 in Parijs. In april brengt Erato de cd-opname uit.

Manchester, een regenachtige dinsdag. De stad, ooit wereldberoemd en welvarend door de bruin-geribbelde Manchester-broekenstof, ligt er treurig bij. De verdwenen textielindustrie heeft overal in het centrum grote gaten achtergelaten. Voor een deel worden ze gebruikt als parkeerterrein, andere zijn gevuld met nieuwbouw in slecht geïmiteerde Le Corbusier-stijl. Wat er nog staat van vroeger - stations als kastelen en hoge stalen spoorbruggen, reusachtige bakstenen pakhuizen en protserige Victoriaanse bouwkunst - verkeert in staat van verval of is zojuist in oude glorie hersteld. De voormalige grandeur van Manchester is veranderd in een grof verstelde lappendeken.

Is dit Manchester de vanzelfsprekende plaats voor de wereldpremière van een groot Mahlerwerk? Nee, natuurlijk niet. Het is zelfs ernstig de vraag of Gustav Mahler wist dat Manchester bestond, toen hij in 1880 in Wenen als twintigjarige de compositie voltooide van Das klagende Lied. Op zijn vijftiende ging hij al naar het conservatorium. Hij las ook veel literatuur en filosofie, wat zal hij nog van aardrijkskunde hebben geleerd?

Toen ik voor het concert rondkeek in Manchester kreeg ik er toch vrede mee dat de oerversie van Das klagende Lied hier in première zou gaan, gevolgd door een cd-opname. Manchester beleefde zijn hoogtijdagen in de romantische tijd dat Das klagende Lied werd geschreven. In 1878, toen Mahler begon te componeren, was in Manchester net het nieuwe stadhuis voltooid, een van de grootste openbare Engelse gebouwen uit de Victoriaanse tijd. Het stadhuis, met een 87 meter hoge toren, is opgetrokken in neo-gothische stijl. Buiten en binnen staan beelden van strijders in harnassen, die zo uit Das klagende Lied afkomstig lijken.

Das klagende Lied is een geweldig muziekstuk met een sprookjesachtig verhaal, spelend in ridderlijke tijden. Daar is de hoofsheid van een koningin, die wil trouwen met de man die haar de mooiste bloem komt brengen. Maar daar is ook de barbarij, als de ene broer de andere ombrengt. De drie delen zijn geschreven voor groot bezet orkest, koor en vocale solisten en het duurt meer dan een uur. Het geheel is majestueus breed opgezet met opzienbarende theatrale effecten. Die zijn heel beeldend en maken van deze cantate een 'luister-opera'. Het bijzonderste fenomeen is het 'Fernorchester', een extra orkestje dat buiten de zaal is opgesteld.

Mahler stuurde zijn stuk in 1881 in voor de Beethoven-compositieprijs, maar het werd afgewezen door een jury, waarin de conservatieve Johannes Brahms zitting had. Franz Liszt moest er ook niets van hebben. “Dat gedicht!”, schreef hij afkeurend terug aan Mahler. Hij moet erg teleurgesteld geweest zijn over de reactie van de progressieve Liszt. Die tekst had de componist al op zijn zeventiende zelf in elkaar gezet, net zoals Wagner zijn eigen teksten maakte.

Spannend

Later maakte Mahler een andere versie van Das klagende Lied. Hij schrapte het eerste deel en bewerkte de andere twee. Nooit heeft hij zijn cantate gehoord in de originele driedelige vorm, die nu was te horen in Manchester, gespeeld door het Hallé Orchestra, het oudste orkest van Engeland. Het orkest gaf zijn eerste concert in 1858 in Manchester onder leiding van Charles Hallé.

In de fraaie concertzaal Bridgewater Hall, nog slechts een jaar geleden geopend, werd het werk onder leiding van dirigent Kent Nagano uitgevoerd voor 2300 bezoekers. Het was een van de spannendste concerten die ik heb bijgewoond: hoe verschillend van de zo vaak op de plaat en af en toe in de concertzaal gehoorde versies zou dit origineel van Das klagende Lied klinken?

Het eerste deel bracht uiteraard geen nieuws, want dit heeft tot nu toe altijd geklonken in de originele vorm. Mahler is wel begonnen om het te herschrijven, maar liet het weg uit zijn definitieve versie. De twee laatste delen brachten echter veel verrassingen van allerlei soort. Mahler heeft zijn muziek in allerlei details veranderd en vereenvoudigd om die gemakkelijker uitvoerbaar te maken. Ook schrapte hij een stukje muziek voor het Fernorchester, dat bij deze uitvoering nu juist het interessantst bleek.

Mahler voegde later in de stemvoering van het koor en vooral in de instrumentatie ook van alles toe. Dat was deels perfectionering, maar ook de wens tot een rijker en steviger klankbeeld. Het origineel klonk nu opzienbarend veel kaler en vaak scherper, schrijnender en schriller dan wat we tot nu toe van Das klagende Lied hebben gehoord. Daarmee kregen we voor het eerst een echt goed en compleet beeld van wat Mahler al in zijn jonge jaren wilde componeren: muziek die onmiddellijk aangrijpt, die de luisteraar verplettert en stil maakt en uiteindelijk achterlaat met een kras op de ziel, die onuitwisbaar is.

Gustav Mahler baseerde zijn tekst voor Das klagende Lied, in de eerste versie 'Ballade' geheten, op verschillende versies van middeleeuwse verhalen. Het eerste deel, Waldmärchen, gaat over een koningin die zal trouwen met de ridder die haar een rode bloem brengt, net zo mooi als zij zelf. Twee broers gaan daarnaar op zoek, de ene mooi en aardig, de andere ruw en slecht. De aardige broer vindt de bloem, maar hij wordt vermoord door de ander. Hij mag dus met de koningin trouwen.

Ondertussen vindt in het tweede deel, Der Spielmann, een minstreel het geraamte van de vermoorde broer en maakt een fluit van een van de botten. Als hij in het derde deel, Hochzeitsstück, op het huwelijksfeest die fluit aan zijn mond zet, verhaalt het zingende bot van de moord en klaagt de broer aan. De huwelijksgasten vluchten weg, het kasteel stort in elkaar. 'Ach Leide' klinkt het jammerlijk.

Ook de droom van Mahler om zich met Das klagende Lied erkenning te verwerven stortte ineen. Later klaagde hij dat zijn leven als componist heel anders zou zijn verlopen, als hij niet om den brode carrière had hoeven te maken als dirigent. Die carrière maakte hem tot leider van de Weense Hofopera en de beroemdste dirigent van zijn tijd. Voor componeren had hij alleen nog tijd in zijn vakanties.

Op de middag voor de wereldpremière was er in Manchester een symposium over de gecompliceerde historie van de verschillende versies van Das klagende Lied. Achter de tafel zat een internationaal gezelschap Mahlerdeskundigen, onder wie baron Henry-Louis de La Grange en Donald Mitchell. Zij zijn de prominentste leden van wat wel eens wordt betiteld als de 'Mahler-mob'. De beide Mahlerbiografen waren in 1995 ook betrokken bij het Amsterdamse Mahler Feest en afgelopen vrijdagavond waren ze weer in Amsterdam, bij de presentatie van een boek over Mahlers Vijfde symfonie en het Koninklijk Concertgebouworkest, waaraan ze beide meewerkten.

Mahlerianen

De grote man onder de Mahlerianen op dit symposium was Reinhold Kubik, de hoofredacteur van de kritische editie van Mahlers werk en vice-voorzitter van de Internationale Mahlergesellschaft. Kubik heeft drie jaar gewerkt aan het speelklaar maken van de originele versie van Das klagende Lied. Mahler heeft in de jaren 1893 en 1898 in zijn manuscript zóveel wijzingen aangebracht, dat het vaak moeilijk is te lezen of te begrijpen wat hij oorspronkelijk precies wilde.

Mahler zelf was bij die bewerking van zijn oude manuscript hoogst verbaasd over wat hij in zijn jeugd had geschreven. Hoewel hij op het conservatorium wel meer had gecomponeerd, herkende hij zichzelf in dit stuk voor het eerst als 'Mahler'. Das klagende Lied was daarom zijn 'Opus 1'. In de visie van Pierre Boulez is in Das klagende Lied alles wat Mahler in zijn volgende elf grote werken zou componeren al in essentie aanwezig: de thema's leven en dood en het andere leven na de dood.

Ondanks die fascinatie met zijn eigen werk besloot Mahler bij de revisie het eerste deel Waldmärchen te schrappen. Het was een forse ingreep, omdat de voorgeschiedenis van het verhaal daarmee wegviel. De tekst van het vervolg moest worden aangepast om het alsnog begrijpelijk te maken. Das klagende Lied werd tenslotte, na een tweede revisie in 1898, door Weinberger uitgegeven. De Weense première in 1901 was geen echt groot succes.

Er is veel gespeculeerd over de verwijdering van Waldmärchen. Vaak is betoogd dat Mahler het verhaal over de broedermoord zou hebben geschrapt, vanwege een soort schuldgevoel over de vroege dood van zijn eigen broer Ernst. Maar die veronderstelling wordt nu algemeen afgedaan als onzin: Mahler heeft zijn broer immers niet vermoord en de overblijvende twee delen gaan nog altijd over de gevolgen van de broedermoord.

Anderen zien puur muzikale redenen voor het schrappen van Waldmärchen. Veel van de muziek keert terug in de volgende twee delen. Dat alsmaar herhalen van hetzelfde zou door Mahler overbodig zijn gevonden. Kubik ziet het nu nog wat anders. In 1893 was Mahler niet mordicus tegen enige reductie van de vaak exorbitante lengte van zijn stukken, wellicht ook om de publieke acceptatie van zijn muziek gemakkelijker te maken. Zo schrapte hij uit de Eerste symfonie, die hij toen reviseerde, het tweede deel Blumine.

De Mahlerdeskundigen verschillen van mening over wat er precies gebeurde met het manuscript van Waldmärchen, nadat Mahler het uit Das klagende Lied had geschrapt. Volgens de één zou Mahlers zuster Justine het als geschenk hebben gekregen, toen zij trouwde met de violist Arnold Rosé. Volgens de ander zou Justine het hebben gered uit de prullenbak, waarin Mahler het zelf had gegooid. Kubik: “Als ze dat niet had gedaan, hadden we vanavond niet dit concert.”

Alle drie de delen kwamen in bezit van hun zoon Alfred Rosé, die in 1935 in het Tsjechische Brno een eerste uitvoering gaf van Das klagende Lied in driedelige vorm. Daarbij ging het om het originele Waldmärchen, gevolgd door Der Spielmann en Hochzeitsstück in de door Mahler gereviseerde vorm. Sindsdien werd het werk in twee vormen uitgevoerd: in de uiteindelijk door Mahler zelf uitgebrachte tweedelige versie of in de gemengde driedelige versie. Kubik vindt dat het afgelopen moet zijn met die laatste versie: óf de gereviseerde tweedelige, óf zijn originele versie.

Kubik maakte die op basis van het manuscript dat uiteindelijk terecht kwam in de bibliotheek van de Yale Universiteit in New Haven. Met een projector toonde Kubik daaruit in Manchester een aantal pagina's. In het origineel staan allerlei suggestieve aanwijzingen die later zijn vervallen, zoals 'pauze lang en schrikwekkend', 'als ver klokgelui' en 'met helse wildheid'. Het aardigste zijn de vele kringelige figuren die Mahler in zijn manuscript tekende, terwijl hij kennelijk zich voorstelde hoe meeslepend alles zou klinken.

Drie verschillen bleken tijdens het concert het meest op te vallen. Ten eerste het stuk Fernorchester in Der Spielmann, dat Mahler er later uitschrapte. Het is maar kort - acht maten - en is plots van buiten de zaal te horen. Het is alsof iemand per ongeluk even de deur van de zaal opent terwijl er daar in de foyer een rumoerig feestje aan de gang is.

Het door Mahler bedoelde effect is vreemd en angstaanjagend, het is een vooruitblik op de muziek bij het feest in het derde deel, waaraan de klagende fluit een eind zal maken. Die paar maten zijn een avantgardistisch unicum in de 19de eeuwse muziek - het eerste radicale voorbeeld van originaliteit en eigenzinnigheid van de jonge Mahler.

In strijd met Mahlers hecht gestructureerde aanpak van het origineel is de passage in het slotdeel waarin de muren van het kasteel inzakken. Terwijl in het hele stuk daar naartoe wordt gewerkt met steeds herhaalde dalende noten, blijft het op het beslissende moment bij 'Die alten Mauern sinken' - een wel erg afgemeten constatering op zo'n dramatisch moment. Dat moet Mahler later ook hebben gevonden, want bij zijn revisie voegde hij er nog twee keer 'sinken' aan toe. Die herhalingen klinken steeds lager: een letterlijke illustratie van het in elkaar zakken van het kasteel.

Het derde belangrijke kenmerk van het origineel, is het inzetten van vier jongenssopranen. Zij zingen, elkaar vaak per regel afwisselend, de tekst van de fluit, die klaagt over de broedermoord. 'Um ein schön farbig Blümelein/ Hat mich mein Bruder erschlagen!' Ook het 'Ach Leide' aan het slot werd door een van de jongens gezongen, als een kermende kreet.

In tegenstelling tot de faam van Engelse jongenssopranen leek het alsof de vier knapen die nu op het podium stonden niet echt mooi konden zingen. Maar juist dat schrille en directe wilde Mahler zelf hier horen. Niet de perfectie en klankschoonheid van een sopraan, maar akelig huilerig en jammerend klagen. Na een Amsterdamse uitvoering van Das klagende Lied in 1903 schreef Mahler in de gereviseerde versie dat het schrappen van de jongenssopranen weer ongedaan moest worden gemaakt.

Mahler rekende af met esthetiek en propageerde fel-realistische expressiviteit. Dat is precies waarom Mahler lange tijd zo omstreden was - omdat in de concertzaal geen aangename geciviliseerde 'kunst' klonk maar het verontrustende rauwheid van het leven en de schrikwekkendheid van de dood.

Hoewel ik op onderdelen Das klagende Lied wel beter heb horen spelen en zingen, was deze uitvoering daarom toch werkelijk historisch te noemen. Het publiek was na afloop enthousiast maar ook aangegrepen. Het besefte bevoorrecht te zijn geweest: na honderdzeventien jaar had men kunnen luisteren naar wat alleen Mahler ooit geluidloos in zijn hoofd heeft gehoord.

Men kan blijven twisten over de vraag of zo'n uitvoering is te rechtvaardigen, of men Mahlers eigen keuze voor een andere versie niet moet respecteren. Een zelfde soort discussie woedt ook nog steeds rond Mahlers onvoltooide Tiende symfonie, waarvan sinds de uitvoeringsversie van Deryck Cooke (1964) nog door anderen versies zijn gemaakt. Mag men uitvoeren wat de componist zelf niet voor uitvoering heeft vrijgegeven of later heeft veranderd?

Bernard Haitink houdt zich uitsluitend aan de 'officiële' Mahler. Voor dirigent Ken Nagano vormen andere versies geen probleem. “Iedere componist heeft de droom minstens één keer te horen wat hij met zijn verbeelding heeft gecomponeerd. Mahler heeft dit zelf niet kunnen horen. Laten we blij zijn dat wij nu wel kennis kunnen nemen van zijn droom.”