Studie Europese Commissie; Brussel wijst claims af over 'netto betaling'

BRUSSEL, 10 OKT. De Europese Comissie wijst het gebruik van het begrip 'netto betaling' aan de Europese Unie van de hand. Dit verschil tussen wat een land afdraagt aan en terugkrijgt van de EU is niet op een betrouwbare manier te berekenen, aldus de Commissie vanmiddag.

Met dit standpunt gaat de Europese Commissie in tegen het betoog van minister Zalm (Financiën), die vorige maand in Luxemburg eiste dat de Nederlandse afdracht zou verminderen. Zalm baseerde zich hierbij juist wel op het begrip 'netto betaling'. Volgens Zalm betaalt Nederland netto veel meer dan op grond van het bruto binnenlandse product redelijk is.

De Europese Commissie komt tot haar conclusie in een vanmiddag gepresenteerde studie naar de afdrachten van de lidstaten aan de Europese Unie. De studie is bedoeld om een discussie over betalingen aan de Europese Unie te 'objectiveren' en zal aanstaande maandag worden besproken door de ministers van Financiën, die dan bijeenkomen in Luxemburg.

Het begrip 'netto betaling' houdt volgens de Commissie geen rekening met voordelen van de Europese Unie die niet direct in geld zijn uit te drukken, zoals de liberalisering van de handel en de Europese economische integratie. Het begrip netto betaling is volgens de Commissie “aantrekkelijk, omdat het simpel lijkt, maar het voldoet niet.”

De Commissie komt tot de conclusie dat de bijdrage van de lidstaten aan het budget van EU in grote lijnen evenredig is met hun bruto binnenlands product. De bijdragen moeten daarom gezien worden als “in het algemeen fair”.

De Commissie beloofde de studie uit te voeren, op een informele bijeenkomst van de EU-ministers van financiën vorige maand in het Luxemburgse Mondorf-les-Bains waar een discussie werd gevoerd over de afdrachten aan Brussel.

Vooral Nederland en Duitsland klaagden over hun netto betaling: het verschil tussen wat ze betalen aan en krijgen uit Brussel. Nederland levert volgens minister Zalm relatief de grootste netto bijdrage aan de EU, wat des te onrechtvaardiger zou zijn omdat Nederland “in termen van welvaart” op de achtste plaats staat. Ook Duitsland vindt dat het te veel betaalt, met een netto afdracht van ruim 20 miljard D-mark, waarmee het volgens minister Waigel (Financiën) tweederde van de totale nettobetalingen voor zijn rekening neemt.

De Commissie heeft zich steeds verzet zich tegen het begrip netto betaling dat Nederland en Duitsland hanteren, omdat deze onmogelijk te berekenen zou zijn. In Brussel wordt wel het voorbeeld gehanteerd van de aanleg met Europees geld door een Duits bedrijf van het nieuwe vliegveld in Griekenland. De vraag is wie er profijt van heeft: Duitsland of Griekenland.