Statische roman van McEwan; Een psychopaat biedt uitkomst

Ian McEwan: Enduring Love. Jonathan Cape, 247 blz. ƒ 37,60. (De Nederlandse vertaling verschijnt bij uitgeverij De Harmonie)

En het begon zo mooi: Joe Rose, de hoofdpersoon van Ian McEwans nieuwe roman, gaat samen met zijn van een studiereis teruggekeerde geliefde Clarissa even buiten Londen picknicken om hun hereniging te vieren. De fles wijn in nog niet open of ze zijn getuige van een bizar ongeluk: een grote heliumballon is op drift geraakt en dreigt te worden weggesleurd door de wind. In de mand bevindt zich een klein jongetje en even verderop hangen levensgevaarlijke hoogspanningskabels. Vijf mannen die het zien gebeuren, onder wie Joe Rose, proberen de ballon aan de grond te houden. Door een windstoot worden ze echter omhoog getrokken en stuk voor stukken laten ze de mand los. Behalve één man, een leraar uit Oxford. Hij gaat de lucht in en valt voor de ogen van de anderen te pletter.

Het is een scène die in zijn morele dubbelzinnigheid doet denken aan Joseph Conrads Lord Jim, waarin de zeeman Jim een boot vol slapende pelgrims aan zijn lot overlaat door op een beslissend moment in een reddingboot te springen. Wie liet het eerste los, vraagt Rose zich af. Wat gaf de doorslag, ratio of instinct? Hij is ervan overtuigd dat de ballon gewoon weer in bedwang gehouden kon worden als ze allemaal maar hadden vastgehouden. En hij kan het weten, want hij is een man van de wetenschap, al heeft hij zijn loopbaan aan de universiteit verruild voor het minder glorieuze bestaan van wetenschapsjournalist.

Het lijkt het begin van een subtiel verhaal over verantwoordelijkheid en schuld, maar McEwan vond het kennelijk niet interessant genoeg, want hij plakt er eigenlijk al meteen een tweede aan vast. Een van de 'redders', een jonge, knokige man met een paardestaart, vat op de plek des onheils een allesoverheersende hartstocht voor de middelbare Joe op en begint hem thuis lastig te vallen met telefoontjes, brieven en achtervolgingen. Hij blijkt het irrationele element dat plotseling het ordelijke leven van Rose en zijn mooie vriendin binnendringt, met desastreuze gevolgen voor hun relatie.

Dit tweede verhaal, wat het eigenlijke verhaal van Enduring Love blijkt te zijn, moet zijn spanning aan het thrillerelement (hoe gevaarlijk wordt de stalker Jed Parry en wat gaat hij doen?) ontlenen. Helaas heeft McEwan behalve de intrige ook de clichés en het melodrama van het genre overgenomen. Waar Raymond Chandler zijn collega's die vast zaten met hun verhaal eens adviseerde om een man met een pistool de kamer binnen te laten komen, lijkt tegenwoordig de onberekenbare psychopaat uitkomst te bieden in iedere roman waarin de personages maar niet op gang willen komen. Parry lijdt, ontdekt Rose, aan het syndroom van Clérambault, waarvan ik direct wil aannemen dat het echt zo genoemd wordt, al ken ik die naam alleen als die van een componist uit de Franse barok.

Hoe dan ook, syndroom of geen syndroom, Parry blijft een personage geknipt uit het goedkoopste bordkarton, een dreinende godsdienstwaanzinnige die slechts één register kent: zijn overtuiging dat Joe waanzinnig veel van hem houdt en dat ze samen een gelukzalige toekomst tegemoet gaan in het stralende licht van de Heer.

Ook Enduring Love zelf blijkt een statische roman. Je krijgt alles meegedeeld, maar je ziet het niet gebeuren. De personages ondergaan niets, de schrijver werkt zijn idee uit over hun hoofden heen. De noodzaak van de verbeelding enzerzijds, het gemak waarmee de menselijke verbeelding ontspoort en de werkelijkheid vervormt, die schrijnende ambivalentie vormt de spil van McEwans roman. Dat is een belangrijk thema. Maar McEwans gegeven van de rationele man die op de rand van de afgrond komt te balanceren door onbeheersbare, emotionele krachten, vindt zijn beslag in een pijnlijk voorspelbare desintegratie van Joe's schijnbaar zo gelukkige relatie. Zijn vriendin, die niet wetenschappelijk maar juist heel romantisch is (ze bestudeert de gedichten van Keats), lijkt vraagtekens te zetten bij zijn verhaal. Ze ontdekt dat hij in haar laden snuffelt en begint te vermoeden dat de hele affaire met Parry zich enkel in het hoofd van haar geliefde afspeelt, een product is van zijn zo lang onderdrukte verbeeldingskracht. De politie schijnt dat ook te denken en het is duidelijk McEwans bedoeling dat de lezer uiteindelijk eveneens zijn twijfels krijgt over Joe Rose's betrouwbaarheid als verteller. Rose komt helemaal alleen te staan. Uiteindelijk schaft hij dan ook een pistool aan.

Tegen het eind van zijn roman grijpt McEwan naar steeds zwaardere middelen om zijn verhaal in beweging te krijgen. Terwijl Joe met zijn Keats citerende Clarissa in een restaurant zit te eten, wordt hun buurman overhoop geschoten door een huurmoordenaar. Het genadeschot wordt nog op het nippertje verhinderd door een andere gast, in wie Rose onmiddellijk en vanzelfsprekend zijn belager Parry herkent. Rose gaat ervan uit dat de kogels voor hem bedoeld waren. Die notie wordt door iedereen weggehoond, want de neergeschoten man bleek al eerder een geliefd doelwit voor Arabische terroristen.

Je hoopt als lezer aan het einde van Enduring Love, eigenlijk nog meer voor McEwan dan voor jezelf, dat het toch Rose is die al die tijd knettergek is geweest. Een verteller die het verkeerde verhaal vertelt, is weliswaar ook voorspelbaar, maar het lijkt de enige manier waarop de roman aan zijn eigen absurditeit kan ontkomen. Maar helaas: Joe, de bedachtzame, redelijke wetenschapper, heeft het volkomen bij het rechte eind met zijn diagnose van het syndroom van Clérambault. En wanneer Parry aan het eind Clarissa een mes op haar keel zet, moet zij het toch ook wel geloven. Gelukkig is daar het pistool. Er moet nog even een subplot thematisch worden rechtgebreid (de vrouw van de doodgevallen man was ervan overtuigd dat hij daar in de velden aan het picknicken was met een geheime maitresse, geheel ten onrechte, natuurlijk), maar dan kan het moeizaam herstelproces van de relatie van Joe en Clarissa beginnen. Enduring Love eindigt met een uitgebreid psychiatrisch essay over het syndroom en het geval van Parry, met literatuurlijst en al.

Dat net echte rapport achterin het boek is een laatste valse noot. Door het geval Parry plotseling een menselijke achtergrond te geven, probeert McEwan hem alsnog tot een invoelbaar personage te maken, terwijl hij hem zijn hele roman lang als een spanning opwekkende psychopaat heeft gebruikt. Nu blijkt die hartstocht van Parry opeens een gevoelig klankbord voor Rose's liefde voor zijn Clarissa. De suggestie is dat de gruwelijke ervaring een gevoeliger, emotioneel meer betrokken mens van Rose hebben gemaakt.

Maar op dat moment weet je inmiddels beter: het extreme geval van Parry brengt iets veel pijnlijkers aan het licht dan de sleetse plekken in het gevoelsleven van Joe Rose. Het is de schrijver zelf wiens wereld kleurloos dreigt te worden, het is McEwan zelf die bij gebrek aan innerlijk drama zich op uitwendig effectbejag verlaat. Gaat hij zo door, dan heeft hij binnenkort niets meer te vertellen.