Schoonheid als vloek

Anne Provoost: De Roos en het Zwijn Querido, 109 blz. Vanaf 13 jaar, ƒ 24,90

Bij 'een nieuwe Anne Provoost' denkt wie haar werk kent automatisch aan een realistisch verhaal over hedendaagse jongeren, een ingenieus geconstrueerde geschiedenis met een onderliggend actueel thema. Het was steeds dat thema dat je bij bleef, niet zozeer haar soepele, meeslepende stijl.

In 1990 debuteerde de jonge Vlaamse schrijfster met Mijn tante is een grindewal dat (voor een deel) over incest gaat. Haar doorbraak kwam in 1994 met Vallen, waarvoor ze zowel een Boekenleeuw (de Vlaamse pendant van de Gouden Griffel), de Libris Woutertje Pieterseprijs, de Gouden Uil, een Zilveren Griffel als de Interprovinciale Prijs voor Jeugdliteratuur kreeg.

Vallen vertelt hoe onwetendheid en onzekerheid kunnen leiden tot een gevaarlijke vatbaarheid voor rechts-extremistische retoriek. De verleidelijkheid voor de veertienjarige hoofdpersoon Lucas van de veel oudere Benoit, die alles zeker weet en alles kan verklaren, is bijna voorstelbaar. Bijna, omdat zijn buurmeisje Caitlin het hoofd koel houdt en overal argumenten tegenover stelt. Mede daardoor bleef Vallen behalve een spannend toch vooral een moralistisch boek.

Provoosts nieuwe boek De Roos en het Zwijn verscheen bij een voor haar nieuwe uitgeverij, Querido, en het is zoals van dit kinder- en jeugdboekenfonds te verwachten valt dan ook een 'literairder' boek. Ditmaal geen actueel thema, maar iets van alle tijden. Geen alledaagse realiteit, maar een sprookjeswereld. Geen moraal, maar eerder een soort overkoepelende waarheid. En, al is ook deze Provoost zeker wel spannend en meeslepend, meer aandacht voor de taal, voor de beeldspraak. Het boek is prachtig uitgegeven in de nieuwe 'Querido-jeugdboekstijl'. Een portret van Albrecht Dürer van een fijnzinnig blozend jong meisje met rode baret siert het omslag. Het boek ziet er 'volwassen' uit, geheel terecht want op je dertiende ben je kinderachtige plaatjes beu.

De Roos en het Zwijn is gebaseerd op het sprookje 'Belle en het Beest'. Drie zussen, waarvan de jongste de mooiste en de meest bescheiden is, wonen met hun vader in een bos. Hij vertrekt vaak op handelsmissie. Voor de zussen moet hij allerhande luxegoederen meebrengen, maar de bescheiden jonge Belle, zijn oogappel, vraagt slechts om zijn behouden terugkeer en een roos. Zij heeft het vermogen haar vader in de spiegel op zijn reizen te volgen. Zo ziet ze hoe haar wens bijna zijn ondergang betekent en hoe ze het aan zichzelf te wijten heeft dat ze bij een afzichtelijk monster in een afgelegen paleis moet gaan wonen.

Geraffineerd maakte Anne Provoost van dit oude sprookje een heel nieuw verhaal, wat ten dele op historie gebaseerd lijkt. Je ziet Antwerpen voor je als machtige handelsstad rond, waarschijnlijk, het begin van de zestiende eeuw. Het uitbreken van de pokken en de daarmee samenhangende golf van bijgeloof is heel voorstelbaar, al wordt de schrijfster nooit nadrukkelijk uitleggerig. Het is een van haar grootste verdiensten in dit boek: schijnbaar zonder moeite schept ze een wereld waarin religie onlosmakelijk verbonden is met het dagelijks leven, net als eten en drinken en slapen.

Provoosts Belle, die aanvankelijk naamloos is (omdat ze zo teer is dat ze wel snel zal sterven) en later Rosalena wordt genoemd, lijkt allesbehalve bescheiden: 'Van mij wordt gezegd dat ik de mooiste vrouw ter wereld ben. Ik heb rode lippen, een sneeuwwitte huid en handen als kostbare schelpen. In de Onze-Lieve-Vrouwenkerk staan heiligenbeelden die naar mijn beeld zijn geschapen. Mensen denken dat ik op de Heilige Maagd lijk, maar de waarheid is dat de Maagd op mij lijkt; de beeldhouwers zijn het me met tranen in de ogen komen opbiechten.'

Wie Rosalena precies is, blijft in zekere zin geheim. Net als al het andere in dit boek, mens, dier en sprookjeswezen, heeft ze twee kanten. Een goede en een slechte, een mooie en een lelijke. Ze ervaart haar schoonheid als een vloek, een door een Hogere Macht opgelegde last. Ze gelooft in elfen en engelen en bosgeesten. Ze wordt overal op de voet gevolgd door een knobbelzwijn. En dat is nog maar één van de vele, intrigerende vormen waarin het Beest zich in De Roos en het Zwijn manifesteert.