Reve's boeken en 'onkuise' brieven op de veiling

Bubb Kuyper, Jansweg 39, Haarlem. Catalogus ƒ 25, alleen verkrijgbaar in combinatie met andere catalogi. (giro 37.55.327 o.v.v. 'catalogi decemberveiling'). Kijkdagen 28/11 t/m 1/12. Veiling 3/12. G. Postma, Noorderhaven 25, Groningen. Catalogus ƒ 25. (giro 34.06.21 o.v.v. 'veilingcatalogus Reve'). Kijkdagen 17 t/m 20/10 en 22 t/m 24/10. Veiling 24/10.

GRONINGEN, 10 OKT. Bij het Groningse veilinghuis G. Postma zullen op 24 oktober 400 merendeels ongepubliceerde brieven van Gerard Reve worden geveild. Ze maken deel uit van de zeven brievencollecties die de verzamelaar Hans Evers laat veilen en zijn afkomstig uit de periode 1968-1987.

Het valt te betreuren dat de brieven door de verkoop verspreid zullen raken onder de talrijke verzamelaars. Zo wordt een toekomstige uitgave van de verzamelde brieven en het werk van een Reve-biograaf bemoeilijkt. Tenzij één instantie, zoals het Letterkundig Museum, alles zou opkopen. De directeur, Anton Korteweg, zegt nog niet te weten of het museum op de brieven zal bieden, want het kan zich financieel ten hoogste een deel van de brieven permitteren.

De brieven zijn gericht aan 'kunstbroeders' (Frans Pannekoek, Aldert Koop) en geliefden van Reve, zoals Teigetje (Bruno van Albeda) en Woelrat (Henk van Manen), de 'jonge Indiese Nederlander R.' (Ronald Lucardi) en Vincent Steinmetz. Aan de laatste schrijft hij: 'De lichamelijke liefde tussen ons liet ten zeerste te wensen over, en was meer een concessie jouwerzijds dan echte geilheid. Ik kan altijd, en wil ook altijd, en daardoor heb ik al dat prachtige haar nog steeds'. De brieven bevatten veel meer van zulke informatie over Reve's liefdesleven - waar de echte Reve-liefhebbers nooit genoeg van krijgen.

Ongeveer een maand later, op 3 december, wordt er nog een belangrijke Reve-verzameling geveild. Het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper biedt dan de volledige officiële werken van Reve aan, in handels- en bibliofiele edities, uit de collectie van Reve's levensgezel Joop Schafthuizen. Hetzelfde veilinghuis verkocht vorig jaar november het manuscript van De Avonden, ook uit het bezit van Schafthuizen, aan het Letterkundig Museum voor 160.000 gulden.

De collectie van Schafthuizen, die 253 nummers omvat, zal volgens veilinghuis Kuyper tussen de 70.000 en de 100.000 gulden opbrengen. Van het geld wil Schafthuizen 'een groot ding' aanschaffen voor zijn kunstverzameling. De te veilen boeken zijn vanaf Een Circusjongen (uit 1975, het jaar dat Schafthuizen met Reve ging samenwonen) gesigneerd op de eerste dag van verschijnen, en bevatten opdrachten als 'Voor Matroos Vosch van zijn Broer Wolf'. Een van de hoogtepunten is een serie van zes bij Elsevier uitgegeven romans, gebonden in bruin marokijn, die 1500 tot 2000 gulden per stuk moeten opbrengen. Een ander literair kleinood is een eerste proefdruk van Een Circusjongen met correcties in zwarte inkt van Reve, die bijvoorbeeld twijfelt of hij 'Vorstin' nu wel of niet met een hoofdletter zal schrijven.

Daarnaast bevat de collectie drukwerkjes, in zeer beperkte oplage verschenen, die revianen vast en zeker een 'naderend gevoel van zaligheid' zullen verschaffen. Zo is er bijvoorbeeld het dankwoord dat Reve uitsprak toen hij zijn ridderorde in ontvangst nam. Of een brief, rondgestuurd aan vrienden, waarin hij, ter gelegenheid van de vijfenzestigste verjaardag van prins Bernhard in 1976, deze 'Hooggeplaatse Persoon' en de rest van het vorstenhuis in bescherming neemt tegen de 'valse aantijgingen van de rode terreur'.

Ook het scenario van Reve's enige gepubliceerde toneelstuk, Commissaris Fennedy, zal geveild worden. En er is een van de drie exemplaren in typoscript van de oorspronkelijke Engelse versie van het stuk (Captain Kennedy uit 1961), met voorin het nooit gepubliceerde 'About the author', een inleiding waarin Reve onder andere zijn beweegredenen om in het Engels te schrijven uiteenzet.

De brieven, agenda's van Reve en bibliofiele uitgaven die bij G. Postma geveild worden, moeten minimaal 100.000 gulden opleveren. De catalogus biedt de nieuwsgierigen slechts een kleine selectie fragmenten uit de brieven. Die selectie was blijkbaar toch aanstootgevend genoeg voor de eerst aangezochte, christelijke drukker om te weigeren de catalogus te drukken. En dit terwijl Reve toch aan pastoor Jan Hendrikx schrijft: 'Eigenlijk is de lichamelijke erotiek niet mijn wezenlijke probleem. De religieuze erotiek, mijn relaatsie met God dus, daar gaat het bij mij om'. Die religieuze erotiek keert heel letterlijk terug in een brief aan Aldert Koop, waarin Reve de schilder verzoekt een schilderij te maken van de Moeder van God: '(Het) schilderij moet mij afbeelden bij het liefdesspel in M. haar armen. Ik moet nette klederen aan hebben, en er aantrekkelijk uitzien. Of misschien moet ik afgebeeld worden, geknield voor M., die aan de linker borst het kind houdt, terwijl ik aan haar rechter borst zuig'. Over de kennismaking met Matroos Vos (Schafthuizen) in 1974 schrijft hij aan Frans Pannekoek: 'Ik (-) werd terstond getroffen door zijn voorbeeldige karakter, schoonheid, vroomheid en trouw. Nadat wij ons in een verlaten flessenspoelerij in lichamelijke liefde verenigd hadden, vroeg ik hem ten huwelijk'. En tegen Aldert Koop: '(Matroos Vos is) zo ongeveer de eerste liefdesvriend waar geen geld bij hoeft'. Over zijn eigen brieven schrijft Reve: 'Ik kan niet verlangen een boek van niveau te mogen schrijven zonder een gelijktijdige korrespondentie van zeer triviaal en onkuis karakter af te scheiden. Alleen door de zondeval is onze Verlossing denkbaar'. Alle aanstootgevendheid staat dus in dienst van een hoger doel.