Rebellen Bougainville gaan akkoord met wapenstilstand

WELLINGTON, 10 OKT. Vertegenwoordigers van de afscheidingsbeweging op het eiland Bougainville en de regering van Papoea Nieuw Guinea zijn vandaag op de Nieuw-Zeelandse legerbasis Burnham overeengekomen de vijandelijkheden te staken. Zij spraken verder af de situatie op het eiland te normaliseren en te streven naar vrede en verzoening.

Bougainville, 800 kilometer ten noordwesten van de Papoeaanse hoofdstad Port Moresby, is negen jaar het toneel geweest van een bitter conflict dat aan duizenden mensen het leven heeft gekost. De minister van Buitenlandse Zaken van Nieuw Zeeland, Don McKinnon, die bemiddelde bij de besprekingen, zei dat hij “met verrukking” kennis had genomen van “de prachtige woorden Bestand van Burnham”.

Het akkoord volgt op een eerdere doorbraak tussen de officiële provinciale regering en enkele rebellenleiders op dezelfde basis in juli. De betekenis van de nieuwe overeenkomst is dat nu ook de centrale regering in Port Moresby erbij is betrokken, terwijl ook een groot aantal militaire rebellenleiders uit de jungle zijn handtekening onder het akkoord heeft gezet.

De overeenkomst van vandaag belooft nog geen oplossing van de oorzaken van het conflict. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het eiland de onafhankelijkheid zal krijgen waarvoor de rebellen hebben gestreden. De nieuwe premier van Papoea Nieuw Guinea, Bill Skate, heeft dat, net als een aantal voorgangers, nadrukkelijk uitgesloten.

De onafhankelijkheidsbeweging, bestaande uit de interim-regering van Bougainville en het Revolutionaire Leger van Bougainville (BRA), hebben een bestand zonder voorwaarden vooraf waarschijnlijk geaccepteerd omdat de eilandbewoners het conflict, dat Bougainville sociaal en economisch volledig heeft ontwricht, meer dan moe zijn.

Het conflict wortelt in de wens van de eilandbewoners om de opbrengsten van de kopermijn van Panguna, de grootste ter wereld, eerlijker te verdelen. Ook de milieuschade veroorzaakt door de mijn was de bevolking van Bougainville een doorn in het oog. De eilandbewoners zijn etnisch nauwer verwant aan de inwoners van de nabije Solomon Eilanden dan aan die van de rest van Papoea Nieuw-Guinea. Die etnische verschillen en de verbolgenheid over de gang van zaken rond de mijn leidden tot de eis van onafhankelijkheid.

Toen de BRA in 1988 aanslagen pleegde op de mijn, greep het federale leger van Papoea Nieuw Guinea in. Zonder veel succes. De mijn werd het jaar daarop wegens veiligheidsredenen gesloten. Daarna begon de regering in Port Moresby een economische blokkade, die door honger en gebrek aan geneesmiddelen aan duizenden inwoners van Bougainville het leven kostte. Onafhankelijke waarnemers hebben gemeld dat zowel het regeringsleger als de BRA de rechten van de mens hebben geschonden. Beide partijen bleken onmachtig om een militaire doorbraak te forceren.