Neogotiek reactionair maar ook modern

Tentoonstelling: 'De ingenieuze neogotiek. Techniek en kunst 1852-1925', Predikherenkerk, Onze-Lieve-Vrouwstraat, Leuven. T/m 7 dec. open di-wo 9.30-17.30 u, do-vr 9.30-21.30u, za-zo 13.30-18.30u.

Vooraan het parcours staat een negentiende-eeuwse stoommachine, en toch gaat deze tentoonstelling niet over industriële archeologie. Waarover wel, dat maakt de vormelijke aankleding van het ding duidelijk: dit is een 'Balans-stoommachine in neogotische stijl.'

De ingenieuze neogotiek, een expositie in de Leuvense Predikherenkerk, kon zich geen beter embleem bedenken dan dit gespleten huwelijk van industrie en romantiek. Ze belicht immers een onbekend aspect van de in Vlaanderen alomtegenwoordige neogotiek: de moderne materialen en technische innovaties achter de gotische opsmuk. Dat doet 'De ingenieuze' met weinig pronkstukken, en veel ontwerptekeningen, architectuurfoto's, reproducties en prenten. Een lange stelling op de middenas van de kerk dient als ophangsysteem, en als ruwe toonkast voor boeken en schaalmodellen. Naast een slalom-parcours van glazen tafels liggen roestige constructie-elementen van een neogotische kerk.

Drie delen bevat deze tentoonstelling. Het eerste toont de grote inbreng van ingenieurs en architecten in de vormgeving van de nieuwe industriële wereld. Ingenieurs trekken fabrieksgebouwen op, leggen spoorwegen aan en bouwen metalen bruggen. Hun technisch vernuft dringt ook door in de stedelijke architectuur, waar de glas- en ijzer-look opduikt in overdekte markten, galerijen, hallen en stations. Deel twee van de tentoonstelling gaat over de opkomende belangstelling voor de Middeleeuwen. We leren dat het 'gotische' aanvankelijk op een oppervlakkige manier werd toegepast, en dat het rond 1830 uitgroeide tot een nationale stijl waarmee de nieuwe staten zich historisch konden legitimeren.Maar bij de Brit en de Belg die hier de meeste aandacht wegkapen, Augustus Welby Northmore Pugin en Jean-Baptiste Bethune, is gotiek noch romantische galanterie noch een nationaal identiteitslabel. De gotiek van hun gebouwen en ontwerpen is gebaseerd op archeologische studie van de middeleeuwen én gefundeerd in een strenge katholieke ideologie. Het is een 'archeologisch-liturgische neogotiek'.

Pugin meed ijzer en glas omdat die materialen niet strookten met zijn ideeën over ambachtelijke authenticiteit. Bethune flirtte wel eens met ijzer, maar dacht er verder even middeleeuws over. Het beperkt aantal ambachtelijke kunstvoorwerpen op de tentoonstelling staat dan ook vooral op naam van de Belg en zijn confraters.

Maar uitgerekend de volgelingen van diezelfde Bethune gingen verder op de weg van ijzer, glas en staal. Zo belanden we in deel drie, waar drie Bethuniaanse architect-ingenieurs en hun leerlingen worden voorgesteld. Deze ontwerpers trachten de katholieke neogotiek te verzoenen met de toepassing van de genoemde onkatholieke materialen. De eerste uit het rijtje, Arthur Verhaegen, was een te brave Bethuniaan om daarin ver te gaan. Joris Helleputte echter, hoezeer hij de exclusiviteit van de neo-gotiek voorstond, voorzag de Luikse Sint-Franciscus-van-Saleskerk van ijzeren pijlers en een dito dakgebinte. De meest 'ingenieuze' architect was Louis Cloquet. Hij en zijn compaan Stephane Mortier tekenden voor de torenspits van het (onuitgevoerde) postgebouw in Doornik een schaamteloos bloot gietijzeren skelet.

Met haar nadruk op nieuwe materialen en technieken lijkt 'De ingenieuze neogotiek' veel op een cursus in tentoonstellingsvorm. Het betoog is goed gestoffeerd, maar erg technisch en beschrijvend. Toch wordt duidelijk dat de moderniteit niet enkel in de gietijzeren kolommen zit. Wanneer Cloquet in zijn 'Traité 'Architecture' voor een rationele constructie pleit, en stelt dat de functie van een bouwwerk de vorm moet bepalen, lijkt hij wel een modernist in een middeleeuws jasje. Enkele leerlingen van Helleputte en Cloquet, zoals Huib Hoste, deden dit jasje uit. Hoste zou nog wel de neogotische opvattingen hebben gekoesterd, maar zijn ontwerpen zijn zuiver modernistisch.

Eén Frans theoreticus lijkt de gespletenheid van deze 'half-moderne' stijl in zich te verenigen, en keert daarom meermaals terug: Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc. Hij had geen religie nodig om de gotiek te verdedigen. De spitsboog, zo vond Viollet-le-Duc, was de rationeelste overspanning, en de gotiek in het algemeen de rationele stijl bij uitstek. Vanuit die optiek kon de Fransman in één adem pleiten voor de gotiek en voor nieuwe materialen en technieken. Natuurlijk, dat hij een modernistische verdedigingsrede hield voor een historiserende stijl maakt zijn neogotiek nog niet tot modernisme. Door haar middeleeuws manteltje aan te houden, vervalst zelfs de meest rationele neogotiek haar eigen moderniteit. Neogotiek is dubbelhartig, daarom nam de industrialisatie ze in dienst: de neogotische huls rond een stoommachine is een nostalgische pijnstiller voor de ontmenselijking. Hoe goed neogotiek met industriële vooruitgang rijmt, wordt bij Bethune onverhoeds zichtbaar. Zijn neogotisch canon was al even verstikkend als de industrialisatie, die door de vroegere gotiek wel eens werd opgefleurd.

Het merkwaardige is evenwel dat je precies bij de 'reactionaire' katholieke neogotiek op andere parallellen met het modernisme stoot. Zo was Bethune een allesvormgever. Geen voorwerp en architecturaal detail, of hij heeft er wel een ontwerp voor getekend. Precies deze 'de wereld als totaalkunstwerk' tendens vind je ook terug bij de latere art nouveau, en in sommige takken van het modernisme, zoals in het werk van bijvoorbeeld Henry van de Velde. De associatie met neogotiek zou waarschijnlijk weinig modernisten bevallen, en dat is een reden temeer om dit soort verbanden verder te verkennen. Misschien is dat iets voor een volgende tentoonstelling.

Nevenmanifestaties in Leuven: 'Joris Helleputte. Architectuurfoto's en -tekeningen' in ABB-galerij, Leuven, t/m 7 nov.; 'Neogotisch Leuven: een nostalgische blik' in KADOC, Leuven, t/m 7 dec.; 'Joris Helleputte en de Leuvense neogotische ateliers' in Stedelijk Museum Van der Kelen-Mertens Leuven, t/m 21 dec.; 'Het neogotische boek', Centrale Universiteitsbibliotheek Van 6 nov. t/m 20 dec.; 'Helleputte en de monumentenzorg', Arenbergkasteel, Kardinaal Mercierlaan, Heverlee, t/m 25 okt.