Minister wijst alternatief varkensplan af

DEN HAAG, 10 OKT. Minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) ziet niets in het alternatieve plan van de land- en tuinbouworganisaties (LTO) en de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren (PVE) voor herstructurering van de varkenssector.

De belangrijkste overweging daarbij is dat van de overheid wordt verlangd 600 miljoen gulden bij te dragen aan het opkopen van 288.000 zeugen en een miljoen vleesvarkens, zo maakte Van Aartsen gisteren tijdens de afronding van het debat over zijn begroting duidelijk.

De minister heeft in augustus tot drie maal toe in beslotenheid gepraat met LTO en PVE over het alternatieve plan. Naar nu blijkt is de eis van de sector om met 600 miljoen gulden over de brug te komen het breekpunt geweest bij dat overleg. Overigens toonde de bewindsman zich al met al verheugd over het feit dat de sector toch met een plan is gekomen. “Dat was een jaar geleden volstrekt ondenkbaar geweest. De afspraken die we in het verleden hebben gemaakt zijn nooit nagekomen en mede om die reden voel ik helemaal niets voor convenant-achtige afspraken. Het kabinet gaat dus gewoon op de ingeslagen koers door”, zo stelde Van Aartsen in antwoord op het verzoek van CDA-woordvoerster Van Ardenne, die het plan van LTO en PVE 'een faire kans' wil geven. De bewindsman houdt dus vast aan een generieke korting op de varkensstapel van 25 procent.

Mevrouw Van Ardenne kwam door haar pleidooi voor het alternatief in aanvaring met de rest van de Kamer, vooral omdat zij dat koppelt aan het intrekken van Van Aartsens plannen. Zij diende een motie in, die de minister verzoekt zijn herstructureringsplannen voor de varkenssector in te trekken en opnieuw aan tafel te gaan zitten met het bedrijfsleven. Met name VVD-woordvoerder Blauw acht het onzinnig om de minister te verzoeken de voorstellen, die inmiddels zijn vervat in een Reconstructiewet in te trekken, terwijl de Kamer de inhoud daarvan niet kent en de Raad van State zich er nog over buigt. Ook de andere fracties toonden zich er voorstander van eventuele alternatieven pas naar voren te brengen als eind november over die wet wordt gedebatteerd.

Van Aartsen ziet voorlopig geen mogelijkheid het fokverbod in verband met de varkenspest op te heffen. De veterinaire situatie in de pestgebieden geeft daar nog geen aanleiding toe. Met name de fractie van het CDA had om snelle opheffing van het fokverbod gevraagd.

Het aantal uitbraken van varkenspest op bedrijven is de afgelopen tijd teruggelopen en stabiliseert zich nu op een viertal per week. “Het is verheugend dat we op de weg terug lijken te zijn, maar daarmee gaan we een grijs gebied in en dat vereist extra voorzichtigheid,” aldus de minister.

De opkoopregeling van dieren op besmette bedrijven is inmiddels opgeschort, terwijl met de veeartsen een principe-overeenstemming is bereikt om het doden van jonge biggen uiterlijk 20 oktober te stoppen. Het fokverbod blijft voorlopig gehandhaafd.

De bewindsman is niet ingegaan op de eis van met name het CDA om een parlementair onderzoek in te stellen naar de wijze waarop hij heeft geopereerd in de strijd tegen de klassieke varkenspest, die begin februari uitbrak. Volgens CDA-woordvoerster Van Ardenne tekent zich in de Kamer een meerderheid af die zo'n enquête wil. Die meerderheid is er echter bij lange na niet, zo bleek uit de woorden van PvdA-woordvoerder Huys. Die sluit een parlementair onderzoek niet uit, maar daarbij zou het niet zozeer om Van Aartsens handelwijze gaan als wel om de ontwikkelingen binnen de intensieve veehouderij sedert de jaren tachtig, die steeds haaks hebben gestaan op de wil van de politiek.