Mina Loy, Engels dichter; De zon is een grap

Mina Loy vond het bespottelijk als iemand haar een dichter noemde, maar niemand ging zo eigenmachtig om met de taal als zij. Haar gedichten zijn uit het zicht geraakt. Haar leven kon moeilijk kleurrijker zijn dan het was, 'en juist dat is fnuikend voor haar werk'.

Mina Joy The Lost Lunar Baedeker - selected and edited by Roger L. Conover; Farrar, Strauss and Giroux, New York Carolyn Burke Becoming Modern - The Life of Mina Loy; Farrar, Strauss and Giroux, New York

Eindelijk werd het toneelstuk gerepeteerd en meteen sloeg een vrij in de ruimte hangende lamp tegen het middel van het meisje. Hij vatte vlam, schoot van haar lijf af en ontplofte. Het meisje bleef er kalm onder. Pas tientallen jaren later, toen het voorval een herinnering was geworden, wist ze door latere ervaringen waarom ze al in haar jeugd bij zo'n schokkende scène kalm was gebleven.

De gemiddelde mens raakt in paniek als z'n veiligheid wordt doorbroken. Bij haar was het omgekeerd. Een lichte vrees sprak voor haar vanzelf, ook als ze de gewoonste dingen meemaakte, net of ze aan het allereenvoudigste nooit had kunnen wennen. Ze merkte dat een ongeluk, als de ontploffende lamp, haar kalmeerde. Om zoiets zou ze zich werkelijk druk moeten maken en toch gebeurde dat niet. Het leek juist of zo'n ontsporing haar het normale leven introk, haar afleidde van het gevaar op de voor anderen zo rustige plekken.

Deze jeugdherinnering van de Engelse dichter Mina Loy (1878-1966) is minder ongewoon dan het lijkt. De lamp doet denken aan een verhaal dat J.M.A. Biesheuvel ooit in de Volkskrant publiceerde en dat hij tot nu toe niet in een boek heeft opgenomen.

De schrijver zit in een boekhandel te signeren en het zweet breekt hem uit. Er is niets aan de hand, veel publiek, iedereen is vriendelijk en toch heeft hij het gevoel dat zijn omgeving niet klopt. Pas als hij later door een voetgangerstunnel naar het station loopt, voelt hij zich bevrijd. In de verte naderen enkele woeste met kettingen zwaaiende figuren en die trekken hem zonder iets te doen naar een namiddag waarop weer iets overzichtelijks kan gebeuren.

Wie de herinnering van Loy wil lezen, dient zich goed in de uitgaven van haar verzameld werk te verdiepen. De Amerikaan Roger Conover bezorgde het in 1982 onder de titel The Last Lunar Baedeker, een toespeling op Loys bekendste gedichtenbundel. Nadat dit boek was uitverkocht, liet Conover het er niet bij zitten. Hij heeft nu een tweede uitgave van haar verzameld werk samengesteld die hij zonder enige uitleg The Lost Lunar Baedeker noemt. De jeugdherinnering staat alleen in het eerste boek.

Het hoort wel bij Mina Loy dat een a zomaar in een o verandert. Ze vond het bespottelijk als iemand haar een dichter noemde, 'I never was a poet'. De zon was volgens haar een grap, ze aarzelde om een forel te eten, die was misschienwel voor het circus getraind en ze deed grote delen van zichzelf aan de spiegel cadeau om hem dagelijks met persoonlijke geschenken te voeden.

Genoemde voorvallen staan niet netjes in het gelid. Ze sloeg met haar vuist op tafel en na die vrije val aanvaardde ze de nieuwe plaats van zon, forel, spiegel en al hun collega's. Lunar Baedeker heet haar eerste en laatste bundel. Het is een reisgids naar een kleurloze ui, je pelt hem, ontbalt hem tot het niets van zijn hart is bereikt en de geur van z'n slingers op je handen achterblijft. Een gids naar de bewegende schaduwen van wandelend meubilair, naar ogen van glas, naar een ironische zuchtende dwerg en een oudere Ophelia in de Lethe.

Dansende vrouwen

Mina Loy bracht in 1917 een bezoek aan de drieënvijftigjarige schilder met de als een verzinsel klinkende naam Louis Eilshemius, een Amerikaanse Rousseau le Douanier in New York. Hij schilderde dansende vrouwen, maanlicht en de duivel, steeds in een andere stijl. Bij hem was er geen enkele ontwikkeling te bekennen, in het wilde weg rondgestrooide zaden die eenmaal ontbot nooit familie werden. Ze leken onafhankelijk van elkaar te bestaan.

Loy schrijft dat zijn werk tot geen enkele school hoort. Academisch of niet-academisch, die begrippen gelden niet voor hem, geen theorie, geen 'isme' heeft zijn werk geraakt. Dan voorspelt ze dat het zal voortleven omdat geen handelaar erin wil speculeren. Nooit zal het in de mode raken.

Het was in dubbele betekenis een profetische uitspraak. De schilderijen van Eilshemius leiden nog steeds een marginaal bestaan. Ook de gedichten van Loy zijn intussen uit het zicht geraakt en ondanks de inspanningen van Roger Conover is het ondenkbaar dat ze ooit nog populair zullen worden.

Daar zal ook Becoming Modern - the Life of Mina Loy niet aan meehelpen. Het is haar door Carolyn Burke geschreven kloeke biografie die tegelijkertijd met haar verzamelde gedichten is verschenen. Een kleurrijker leven valt moeilijk te verzinnen en juist dat is fnuikend voor haar werk. Becoming Modern is het verhaal van een vrouw die na een korte roem langzaam in een zelfgekozen isolement terechtkomt.

Loy werd in Londen geboren als dochter van Julia Bryant en Sigmund Lowy, een Hongaarse kleermaker die naar Engeland was gevlucht. Ze mocht naar de academie voor beeldende kunst, studeerde daarna verder in München en Parijs, verwijderde de w uit de naam van haar vader en hield de artiestennaam Loy over. Dan volgt een stoet van minnaars, onbekende medestudenten tot en met de futuristen Marinetti en Papini en de bokser Arthur Cravan. Een dochter sterft heel jong aan hersenvliesontsteking en een zoon sterft als hij veertien is aan kanker. Gruwelijke gebeurtenissen die in dit boek jammer genoeg het meest doen denken aan de ongeleide bekentenis van een deelnemer aan een praatprogramma.

Mina Loy zag zelf niets in dit soort ontboezemingen. Ze bracht in het openbaar haar leven nauwelijks ter sprake. In haar gedichten gaat het op in een onderwerp of laat het zich hoogstens in enkele regels vermoeden. Vergeleken met de koelte van Lunar Baedeker lijdt Becoming Modern aan wat Luis Buñuel gevoelsinfectie noemt, een overmaat aan persoonlijke rampspoed die alleen maar aan de nieuwsgierigheid van de onbetrokken lezer tegemoetkomt.

De gids van Mina Loy leidt de reiziger naar het meisje wier woordloze gedachten groeien als planten met visioenen. Soms hoort het een woord, 'iarrhea', het weet nog niet waar het bij past, welk deel van haar omgeving door vreemde klanken wordt vervangen. Twee jaar na haar kennismaking met licht en ruimte, is het verontwaardigde meisje in de armen van haar moeder al door een andere baby vervangen.

Het nieuwe kind komt in vele handen terecht en die weven geen helder web. Van handen die dezelfde dingen te vaak hebben aangeraakt is niet veel goeds meer te verwachten. Bewapende torens hoog boven het tweede meisje en weer hoort haar oudere zus na een regenboogkleurige stilte 'iarrhea'. Ze verstaat het maar half, 'It is quite green', zegt iemand en dan werkt het geluid zich op tot wat het een leven lang zal blijven betekenen, niet meer weg te werken fetisj van de kleur.

Luchtig laat Loy het halfwoord betekenis krijgen zonder dat ze het officiële woord benoemt. De dichter verplettert de biograaf, die alleen maar kan zeggen dat er een paar jaar na Mina in de familie Lowy een ander meisje wordt geboren.

Anglo-Mongrols

Het door een kind halfbegrepen woord is een fragment uit Anglo-Mongrols and the Rose, Loys langste gedicht, dat ze in de jaren 1923-1925 schreef. Het staat in The Last Lunar Baedeker maar door plaatsgebrek niet in de The Lost Lunar Baedeker en dat is net zo vreemd als wanneer je uit de ooit te verschijnen verzamelde gedichten van Max de Jong Heet van de naald weg zou laten.

Carol Burke is niet de eerste die Anglo-Mongrols and the Rose autobiografisch noemt. Het blijft een misleidende karakteristiek. De Anglo-Mongrols mogen dan als Mina Loy en haar vader zijn ontmaskerd en wie weet is Rose werkelijk haar moeder, 't neemt niet weg dat Loy het woord autobiografie in verband met haar werk bespottelijk had gevonden. Het verlaagt haar dichtkunst tot verhaaltjes die iedereen kan meemaken.

Daaraan probeerde ze nu juist te ontkomen. Haar eigen geschiedenis vervormt ze tot een bedding met plaats voor de meest uiteenlopende voorvallen. Wat betekent een ei voor een biografie? Meestal niets of je moet het in de stijl van Mina Loy op de grond laten vallen. Dan wordt het een geaborteerde omtrek, een gele moord.

In de kinderkamer vermengt de angstvallige precisie van koele lucht en melk zich met de gekleurde stompzinnigheden in opengeslagen kinderboeken. Conover zegt dat Mina Loy in Amerika als eerste de durf had op papier met iedere regel te breken. Ze verkoos een eigen grammatica, improviseerde met de witregel en de interpunctie, schreef onbewimpeld over de straf en genoegens van haar eigen lijf en vond aan een stuk door nieuwe woorden uit. De bezorger van Loys verzameld werk rekent haar tot de generatie van Marianne Moore, William Carlos Williams en e.e. cummings. Die drie noemt ze ook zelf in 'Modern Poetry', een beschouwing die ze in 1925 schreef.

Dat stuk staat heel dicht bij haar beweeglijke poëzie. Als een tenniskampioen het in zijn hoofd haalt om gedichten te gaan schrijven, zou hij zich dan niet laten leiden door het onberekenbare ritme van de over het net vliegende ballen? Loy wilde dat de variëteiten van de grootstad in elk gedicht opgingen, geen vaste vorm, steeds weer de mogelijkheden van de straathoek, kluwen van voorbijgangers met onvoorspelbare bestemmingen.

Misschien hebben Moore, Williams en cummings betere gedichten geschreven dan Mina Loy. Ook mogelijk dat ze het langer hebben uitgehouden. Loys niet te temmen vernieuwingsdrang doet soms wel eens denken aan een uit de mode geraakte sportwagen met een naam als Bugatti of Delamare, je hoort de menggeluiden van niet meer bestaande kermissen en de Mexicaanse hond zit nog in de radio.

Gedateerde oppervlakkigheden? Nee, in één opzicht wint Loy het van de drie andere dichters. Zelden ontbreekt de tegen haar middel botsende lamp die het sinds haar jeugd tegen de algemene vrees moet opnemen. En tegelijkertijd neemt ze met die Bugatti en de Mexicaanse hond de poëzie niet te ernstig, houdt ze zich, meer nog dan Willams, Moore en cummings, ver van dichterlijke grootspraak.

Die instelling heeft de ontvangst van haar poëzie niet vergemakkelijkt. Ze noemt de vuilnisbak haar natuurlijke omgeving. Van een gedicht op een rekening luidt de eerste regel 'goede morgen' en de tweede 'goede nacht'. Die woorden kun je zo makkelijk uit het hoofd leren. Soms schiet ze in de Lunar Baedeker door naar het heelal, naar cirkels zonder ondeugd, wat zijn die voortreffelijk rond om ineens met het gedicht te stoppen. Ze is er net achtergekomen dat het huis waarin ze het schrijft ooit door een krankzinnige werd bewoond. Dat kan nooit goed zijn.

Mina Loy genoot ervan als ze werd verward met de filmster Myrna Loy, zeker toen ze het volgende gesprek over haar poëzie uit een oorhoek kon volgen. 'Myrna Loy? Ik wist niet dat die ook gedichten schreef. Die moeten wel goed zijn, ik houd van haar films'.