Kleur van de macht bepaalt gezicht WK judo

In Parijs wordt het wereldkampioenschap judo gehouden. Onder invloed van de televisie heeft de sport in de afgelopen jaren letterlijk meer kleur gekregen.

PARIJS, 10 OKT. Geel is de overheersende kleur in het interieur van Palais Omnisports de Paris Bercy, een van de vele prachtige staaltjes van moderne bouwkunst in de hoofdstad van het licht en het vertier. Overal binnen het immense stadion worden je ogen verblind door elegante mannen en aantrekkelijke vrouwen in het geel. De rokjes zijn geel en de jasjes zijn geel. Het zijn de gastheren en -dames van de Franse judobond. De kleur geel die door de keizers van de Chinese dynastieën werd vereenzelvigd met macht, bepaalt het gezicht van het wereldkampioenschap judo in Parijs.

Voorafgaande aan de judopartijen is het in de arena aardedonker. Maar dan gaan de lichten aan en worden de matten in het hart van de hal gevangen door een zwakrood licht, het licht van sfeer. Als het uur van de wedstrijden nadert, vult een zee van fel wit het strijdtoneel. Het kan niemand van de 13.000 toeschouwers ontgaan dat de door een brede rode band omringde grijze judomatten worden omlijst door een groene rand. En op die matten trekt een judoka in het wit tegen een andere judoka in het wit. Het is wit, de kleur van maagdelijkheid en onschuld. Want judo draagt de kleur van sneeuw, judo is van oudsher de zachte weg - zo heeft de Japanse bedenker Jigoro Kano het zo'n honderd jaar geleden gewild.

Kano leefde niet in de tijd van de televisie. Zelfs een toekomst van zwart-wit tv kon hij niet voorspellen. Van moderne Olympische Spelen hadden Kano en zijn samoerai-leerlingen ook nog geen vermoeden. Alleen in Japan deden ze aan judo. Maar zoals zoveel krijgsmethoden en spelletjes ontkwam ook judo niet aan de greep van mensen met expansiedrift. Tegenwoordig wordt in 175 landen gejudood. Niet meer op de manier zoals Kano het bedoelde, maar zoals bijna elke sport naar de wetten van Olympia. Geen sport wordt nog serieus genomen, als het niet wordt gespeeld volgens de regels van de Olympische Spelen en de normen van het Internationale Olympisch Comité.

Judo zoals het nu wordt bedreven en geaccepteerd, is onmiskenbaar beïnvloed door Anton Geesink. De Nederlander was de eerste niet-Japanse judoka die wereldkampioen werd, in 1961, en op de eerste Olympische Spelen waar judo (als demonstratiesport) op het programma stond, in 1964, een gouden medaille behaalde. Zonder zijn machtsgreep op de Japanners was judo niet zo snel een olympische sport geweest. Judo mocht na de coup van Geesink blijven. Maar in de loop der tijden, waarin het kapitaal van de tv-maatschappijen een steeds belangrijkere bron van inkomsten voor het IOC en zijn Spelen werd, heeft de judosport zich wel moeten aanpassen. Vandaar dat Geesink ook na zijn loopbaan als judoka, judobestuurder en judovernieuwer door het IOC - in het bijzonder voorzitter Samaranch die hem destijds in Tokio zag winnen - werd gevraagd om zich met de modernisering van judo bezig te houden.

Geesink stelde leerboeken samen over de ontwikkeling van judo. Hij probeerde de Japanse judoka's te overtuigen van de onzin van traditionele gebruiken, zoals buigen als een slaaf voor de scheidsrechter alsof die hun meester is wanneer zij een straf wegens passiviteit in het gevecht krijgen. Hij begreep dat twee in het wit gestoken judoka's zowel de scheidsrechter als de toeschouwer in verlegenheid brachten omdat niet viel waar te nemen wie wat deed en wie onder of boven lag. Tevergeefs vocht Geesink-san (heer Geesink), die in het land van zijn machtsgreep toch de status van een halfgod bereikte, tegen de orthodoxe stromingen in Japan en de judo-universiteiten die de regels dicteerden. Zelfs de Japanse voorzitter van de wereldjudofederatie, Matsumae, slaagde er niet in de vastgeroeste ideeën van de Japanse schriftgeleerden te veranderen.

De Europese federatie besloot een paar jaar geleden gehoor te geven aan de voorstellen van Geesink. Voortaan stonden een judoka in het wit en een judoka in het blauw tegenover elkaar. De waarschuwing van Samaranch, via zijn doorgeefluik Geesink, dat de wereldjudofederatie nu toch echt iets moest ondernemen om partijen op WK en Olympische Spelen herkenbaar voor het tv-publiek te maken, werd nauwelijks serieus genomen. Spelregels volgens de leer van Geesink werden weliswaar schoorvoetend aanvaard en sommige rituelen werden zelfs afgeschaft, maar daar bleef het bij.

Deze week besloot de wereldjudofederatie met ingang van januari 1998 dan toch op de toernooien die onder haar auspiciën vallen, judoka's in verschillende kleuren (blauw en wit) tegen elkaar te laten strijden. Ook de lengte van de partijen wordt verkort, want snelheid is in het tijdperk van de olympische televisie natuurlijk vereist. De nieuwe voorzitter van de IJF, de Koreaan Park, heeft de vernieuwingen er eindelijk doorgekregen. Het kan geen toeval zijn dat Geesink en de oud-voorzitter van de IJF de Engelsman Palmer deze week in Parijs tijdens het judohistorisch getinte congres werden verheven tot tiende dan, de hoogste onderscheiding in het judogilde.

Daar zat gisteren Geesink dan tijdens de eerste dag van de WK, temidden van alle grootheden van de judosport. De drievoudig wereldkampioen en 21-voudig Europees kampioen was niet alleen. Vorig jaar had hij IJF-voorzitter Park nog te verstaan gegeven alle voormalige wereldkampioenen en olympische kampioenen uit te nodigen voor het titeltoernooi in Parijs. Mensen die de judosport aanzien hebben gegeven dienen geëerd te worden, meende Geesink en hij bedoelde niet in het minst zichzelf. Vandaar dat Wim Ruska er eindelijk ook zat, op uitnodiging. Hij is tweevoudig olympisch kampioen en tweevoudig wereldkampioen. Een grote naam in de judowereld, een man die anders was en is dan Geesink, maar net zo groot als halfgod, een man die liever bescheiden als een kampioen voortleeft. De grote en sterke Ruska genoot. Eindelijk mocht hij weer genieten van het licht der schijnwerpers. Hij kreeg er een kleur van.

Mark Huizinga is vanmiddag op de tweede dag van het WK judo in Parijs uitgeschakeld in klasse tot 86 kilo. De tweevoudige Europese kampioen en de bronzen medaillewinnaar van Atlanta verloor in de eerste ronde van de Cubaan Despeigne. Omdat de Cubaan twee ronden later werd uitgeschakeld, was er geen kans meer voor Huizinga op een plaats in de herkansing. Edwin Steringa won in de tweede ronde van de Australier Kelly. Bij de dames verloor Edith Bosch in de tweede ronde van de Engelse Howey, maar gaat door naar de herkansing. Nancy van Stokkum ging in de eerste ronde onderuit tegen de Tunesische Traki en kan zich ook niet meer voor de herkansing plaatsen.