Italië gebaat bij kabinet zonder tijdbommen

Het centrum-linkse kabinet van premier Romano Prodi is door de communisten ten val gebracht. De crisis schaadt de reputatie van Italië en brengt de snelle toetreding in de Economische en Monetaire Unie in gevaar, maar kan ook positief uitpakken.

ROME, 10 OKT. Nadat premier Romano Prodi gisteren zijn aftreden had aangekondigd, schudden de twee enfants terribles van de Italiaanse politiek elkaar de hand. “Ik dacht dat je je in zou houden en het niet zou doen”, zei Umberto Bossi van de separatische partij Lega Nord tegen de communistische partijleider Fausto Bertinotti. “We wilden consequent blijven. Dat is fundamenteel voor ons”, was het antwoord.

Drie jaar geleden stapte Bossi uit de rechtse coalitie die de verkiezingen had gewonnen omdat hij bang was dat zijn partij in de knel zou komen. Om dezelfde reden heeft Bertinotti gisteren definitief de alliantie verbroken met het centrum-linkse kabinet.

De aanleiding is het conflict over de begroting en de prijs die het kabinet vraagt voor Europa. Maar de achtergrond is de angst van Bertinotti dat zijn partij uitgespeeld raakt. Hij profileert zich als de verdediger van de sociaal zwakkeren. Als een centrum-links kabinet erin slaagt het land Europa binnen te loodsen met zo min mogelijk pijn voor de zwakste groepen, iets waarin Prodi redelijk aan het slagen was, is er voor Bertinotti geen toekomst meer.

“Jullie hebben ervoor gekozen om een kabinet ten val te brengen dat dit land Europa binnenbrengt met een beleid van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid”, zei Prodi gisteren verbitterd tegen de 34 communisten in de Kamerbanken. Hij waarschuwde dat juist de sociaal zwakkeren een zware prijs zullen betalen als Italië hierdoor de aansluiting zou verliezen met de Economische en Monetaire Unie.

Ook de drie grote vakcentrales haalden hard uit naar Bertinotti, die in feite probeert hun rol over te nemen. “De crisis die door Communistische Heroprichting is uitgelokt, is een buitengewoon ernstige gebeurtenis die voor de arbeiders en pensioentrekkers ernstige consequenties zal hebben”, schreven zij in een gezamenlijke verklaring.

Toen de crisis dreigde, waarschuwden ministers en vakbondsleiders voor catastrofes en rampspoed. Nu zij er is, wordt geprobeerd het gevaar van een negatieve reactie op de financiële markten te bezweren. De Milanese beurs heeft gisteren gereageerd met een daling van bijna drie procent, maar de algemene houding in financiële kringen lijkt vooralsnog afwachtend te zijn.

Volgens minister van Industrie Pierluigi Bersani is er weinig aan de hand. Het meeste werk is gedaan. Italië voldoet nu aan vier van de vijf criteria voor toetreding tot de EMU - alleen de overheidsschuld is nog twee keer zo groot als de norm. Het tekort, eind vorig jaar nog 6,8 procent, zal dit jaar op of rond de 3 procent liggen. De inflatie is sinds april 1996 gedaald van bijna 5 procent naar 1,4 procent. De rentekloof met andere landen is aanzienlijk geslonken. “We hebben alles gedaan, en we hebben de resultaten”, zei Bersani.

Anderen zijn minder optimistisch. Als de begroting vast zou lopen, met de volgens alle deskundigen onvermijdelijke ingreep in de pensioenen, dreigen al die resultaten ongedaan te worden gemaakt. “Bij het ontbreken van een pensioenhervorming die door het parlement wordt gesteund, zal Italië veel moeite hebben om te laten zien dat niet alleen 1997 goed is, maar dat zijn resultaten op de middellange termijn ook goed kunnen zijn”, zei de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, dit half jaar voorzitter van de Europese Raad van Ministers.

Deze crisis biedt nieuw voedsel aan buitenlandse sceptici. Veel Duitse kiezers zien Italië bijvoorbeeld als een ideaal vakantieland, maar ook als een onbetrouwbare financiële partner waar altijd iets raars kan gebeuren - sprak Prodi zelf niet over “de waanzinnigste crisis van de hele wereld”? Het is een van Prodi's grote frustraties dat hij dit beeld niet wezenlijk heeft kunnen veranderen en de vijf jaar niet heeft kunnen volmaken. Veel van zijn ministers hebben grootschalige en moeizame hervormingen in gang gezet, waar hun voorgangers niet eens aan begonnen omdat hun horizon niet verder reikte dan een jaar.

Het gevaar van een negatieve internationale reactie is groot, maar toch zou deze crisis ook positief kunnen uitpakken voor de Italiaanse rol in Europa. Als het lukt om een stabiel kabinet te vormen, zonder ingebouwde tijdbommen als de communisten of de Lega Nord, is er meer ruimte voor duurzame hervormingen. En daarbij is het voor de buitenwereld niet eens zo belangrijk of dit een zakenkabinet is, een brede coalitie, of een gewoon kabinet dat na nieuwe verkiezingen steunt op een stevige meerderheid.

De breuk met de communisten is nu onherstelbaar. De PDS, de Democratische Partij van Links, praat over verraad. Fractieleider Fabio Musi zei dat de communisten “een zware historische verantwoordelijkheid dragen en daarvoor rekenschap moeten afleggen”. Vice-premier Walter Veltroni zei dat Bertinotti alleen maar aan zijn eigen partijbelangen heeft gedacht: “Hij heeft zich volslagen onverantwoordelijk gedragen.”

De frustratie in regeringskringen is ook zo groot omdat een aantal wezenlijke concessies op tafel zijn gelegd in een poging de breuk te lijmen. Over het meest omstreden punt, de inperking van de royale maar kostbare mogelijkheid om vervroegd met pensioen te gaan, is een compromis voorgesteld. Voor mensen die op zeer jonge leeftijd zijn gaan werken of die steeds bijzonder zwaar werk hebben gedaan, zou niets veranderen.

Bertinotti heeft al deze voorstellen van tafel geveegd. Het bleef onvoldoende. “Wat we ook voorstelden, er kwamen steeds weer nieuwe eisen”, zei Veltroni. Hij verweet de communisten een cynisch politiek spel rondom de begroting. Deze crisis laat opnieuw zien dat voor de Europese geloofwaardigheid van Italië economische sanering alleen onvoldoende is. Er moeten ook verdere maatregelen komen om de politieke stabiliteit te bevorderen.