Ingenaaid & Gebonden

Bijna was deze week de uitreiking van de Generale Bank Literatuurprijs in het televisieprogramma De Plantage afgeblazen. Van de vijf genomineerde auteurs dreigden drie niet naar de uitreiking te komen, gepland voor de uitzending van zondagmiddag 26 oktober. Aangezien het om de drie grootste kanshebbers gaat (A.F.Th. van der Heijden, Marcel Möring en K.Schippers) zou daarmee het hart uit de uitzending worden gerukt.

'We hebben overwogen om de uitzending af te lasten omdat er maar twee schrijvers aan tafel zouden zitten', zegt eindredacteur Cornald Maas van De Plantage. 'Dat had ik ook gezegd in het eerste gesprek dat we bij de VPRO hadden met sponsor de Generale Bank: ik doe het alleen als de schrijvers komen.' De stichting Jaarlijkse Literatuurprijs voor Fictie en Non-fictie, die de praktische organisatie van de prijs al sinds de eerste uitreiking in 1986 (toen hij nog de AKO-prijs heette) voor haar rekening neemt, reageerde verontrust toen bekend werd dat De Plantage erover dacht de vlag te strijken. Begin deze week gingen de partijen om de tafel zitten, waarna de redactie van het televisieprogramma er alsnog in slaagde om Van der Heijden en Schippers over de streep te trekken. Dat wil zeggen: Van der Heijden zal, zo meldt een andere bron, in een café de uitzending volgen, zoals hij eerder deed bij de uitreiking van de Gouden Uilen, zodat hij alleen voor de camera hoeft op te draven wanneer hij de prijs daadwerkelijk wint. Maas wil dit niet bevestigen. 'Van der Heijden zal er ongetwijfeld zijn', is alles wat hij erover kwijt wil.

Wie er ongetwijfeld niet zal zijn is Marcel Möring. Die geeft op de dag van de uitzending acte de présence op een congres in Parijs, dat nota bene mede georganiseerd wordt door Henk Pröpper - één van de juryleden van de Generale Bankprijs. 'Dat vind ik ook wel vreemd', reageert Maas. 'Maar Pröpper zegt dat het congres al maanden geleden was georganiseerd, voordat duidelijk werd dat Möring genomineerd werd voor deze prijs. Of dat waar is, weet ik niet. Ik heb er achteraan gebeld omdat ik er natuurlijk geïrriteerd over was, maar ik ben niets meer te weten gekomen.'

Prijzenmoeheid

Achterliggende oorzaak van alle heisa is de prijzenmoeheid die er zo langzamerhand is ingeslopen bij de schrijvers. Sinds een aantal jaren is het aantal grote literaire prijzen, en daarmee het mediacircus eromheen, flink uitgedijd. Elf jaar geleden werd de AKO Literatuur Prijs in het leven geroepen (met ingang van dit jaar dus de Generale Bankprijs) met een beloning van 100.000 gulden voor de winnaar. In 1994 kwam daar de Libris-prijs bij (eveneens ƒ 100.000), en een jaar later kregen we ook nog eens de Gouden Uil in Vlaanderen (ƒ 40.000 elk voor de winnaars in de categorieën fictie, non-fictie en jeugdboeken). De 'superprijzen' noemen de initiatiefnemers ze wel, een soort grand slam in letterenland.

Fijn voor de schrijvers, zou je zeggen: meer aandacht, meer geld. Dat geldt echter niet voor iedereen. Voor minder bekende auteurs is een nominatie een welkome schijnwerper op hun werk, altijd goed voor een paar extra oplages. Voor iemand als A.F.Th. van der Heijden begint het echter een sleur te worden om zich elke keer weer te moeten onderwerpen aan het domme gebabbel van de tv-presentatoren (Sonja Barend, die tijdens AKO'95 meer geïnteresseerd was in autobiografische ditjes en datjes dan het in literaire gehalte van de genomineerde boeken) of de opdringerige aandacht van journalisten (die Van der Heijden na de bekendmaking van Hugo Claus als de winnaar van Libris'97 meteen kwamen vragen hoe het was om niet gewonnen te hebben). Bovendien zal ook hij zich nog de bordjes-affaire (AKO'94) en de door een bommelding naar de stoep van Kentucky Fried Chicken verjaagde uitreiking van AKO'96 herinneren. Het was,elke keer weer, weinig verheffend.

Van der Heijden - die dit jaar óók nog genomineerd was voor een Gouden Uil, die hij won - besloot niet nog een keer voor joker bij een uitreiking te gaan zitten. In eerste instantie schijnt hij alleen in De Plantage te hebben willen verschijnen als de jury hem vantevoren vertelde dat hij gewonnen had. Maar dat wilde de jury weer niet, waarna uiteindelijk het genoemde compromis uit de bus kwam.

De Libris-prijs heeft zulk nominatieleed wat proberen te verzachten door vorig jaar de regel in te voeren dat elke genomineerde sowieso ƒ 5.000 ontvangt, ongeacht of hij of zij daadwerkelijk bij de uitreiking verschijnt. 'Het genomineerd-zijn brengt een zodanige stress met zich mee dat het niet meer dan redelijk is dat we daar iets tegenover zetten', aldus Caroline Damwijk van de Libris boekhandelsgroep.

Er zijn natuurlijk ook andere oplossingen denkbaar: de schrijvers moeten ophouden met zeuren, er zitten nu eenmaal keerzijdes aan alle media-aandacht voor hun boeken, ze verdienen uiteindelijk stevig aan de prijzen, en als ze niet van televisie houden kunnen ze altijd wegblijven. Zit wat in. Je zou ook vraagtekens kunnen stellen bij het grote aantal prijzen: wat is de meerwaarde van nóg maar weer eens een grote prijs die boeken in de schijnwerpers zet die daar al lang staan omdat ze in hetzelfde jaar al één of zelfs twee keer eerder zijn genomineerd voor een andere 'superprijs'?

Sponsor

Het antwoord op die vraag zijn natuurlijk de sponsors die de prijzen financieel vetmesten in hun eigen jacht op naamsbekendheid. De Generale Bank wilde, door de sponsoring van de prijs over te nemen van AKO, onder meer publiciteit kopen voor haar in 1996 opgerichte, gelijknamige dochterbedrijf in Nederland. 'Die wilden we een duwtje in de rug geven', zegt K. Steel, de Belgische directeur communicatie van de bank. Ze is echter not amused dat er nu al deining is ontstaan over de Plantage-uitzending. 'In Nederland staat er altijd iets te gebeuren. Er spelen vast allerlei intriges in de televisiewereld, en daar kunnen ze dan later weer een boek over schrijven. Ik vind dat minder leuk. Het is zeker niet zo dat wij denken: alle berichtgeving over de prijs, negatief of positief, is welkom.'

Op berichten over prijzenmoeheid bij de schrijvers wil Steel nog wel even reageren. 'Als men in het literaire milieu denkt dat zo'n prijs een tussendoortje is, en men wil niet meer komen, dan zullen wij daar de gepaste conclusies aan verbinden.'