Hondse experimenten

Kirsten Bakis: Lives of the Monster Dogs. Sceptre, 290 blz. ƒ 39,10

De vertaling van Barbara de Lange, De geschiedenis van de monsterhonden, verscheen bij Meulenhoff, 284 blz. ƒ 39,90

'At this point I take off my pince-nez and wipe them on the fur of my thigh.' Een antieke pince-nez die, nota bene in 2009, schoongeveegd wordt aan het vachtje op een dij? De meeste personages in de ambitieuze debuutroman van de Amerikaanse Kirsten Bakis (1967) geloven in het opheffen van grenzen in tijd, plaats en zelfs soort. Het zijn honden. Honden met handen en een stem via een ingenieus mechaniekje in het strottenhoofd.

Zij zijn het geesteskind van de krankzinnige Pruisische geleerde en meesterchirurg Augustus Rank (1864-1916), die als kind al absurd-wrede experimenten uitvoerde met het verwisselen van ledematen bij vogels, katten, kikkers en ten slotte zelfs bij een koe. De schrijfster bespaart ons de smerige details, maar niet de venijnige suggestie van wellust bij de dader en de pijn van zijn slachtoffers.

De roman Lives of the Monster Dogs heeft een slimme opbouw. De vertelster Cleo Pira is een mens, een jonge vrouw die door de geschiedschrijver van de monsterhonden, de aan geheugenuitval lijdende hond Ludwig von Sacher, wordt uitgezocht om zijn levenswerk af te ronden. Hij op zijn beurt baseert zich in zijn teksten en brieven op dagboekaantekeningen van de maker van dit uitzonderlijke hondenras, August Rank. Zo hebben wij als vertellers diverse honden en één mens, die in verbositeit niet voor elkaar onderdoen. Ludwig von Sacher is een ontroerende figuur in deze opmerkelijke roman. Net als alle andere monsterhonden gaat hij gekleed op zijn 19de-eeuws Pruisisch, met alle attributen (pince-nez!) en bijbehorende omgangsvormen. Hij heeft personeel, een schitterend appartement, een drankprobleem en een melancholieke kijk op de toekomst van zijn ras.

Het geestelijk gestoorde genie Augustus Rank ontwierp de monsterhonden voor Keizer Wilhelm II, om hem te dienen als perfect geoutilleerd en gehoorzaam leger van trouwe soldaten. Toen Wilhelm II - met zijn ene kreupele arm een vriend bij uitstek voor Rank - ongeduldig werd omdat het prototype niet snel genoeg af was, vluchtte Rank met enkele tientallen volgelingen en een aantal honden in diverse, soms wanstaltige stadia van voltooiing naar een afgelegen plek in Canada, waar hij Rankstadt stichtte. Hier leefde Rank, tot hij stierf aan een overdosis cocaïne, met zijn mensen en de honden als slaven in een replica van een Pruisisch stadje omstreeks 1880.

Een eeuw lang houden zijn volgelingen en hun slaafhonden dit archaïsche leven vol, totdat in 1995 het lelijke bastaardje Mops Hacker de ziel van hun maker Rank in zich voelt stromen en de Revolutie uitroept. Dit gedeelte van de roman, waarbij alle mensen afgeslacht worden en tevens een aantal dissidente honden, krijgen wij opgedist in de vorm van het libretto van een opera, die in 2011 moet worden opgevoerd in kasteel Neuhundstein in New York, gebouwd naar het Beierse kasteel Neuschwannstein van de waanzinnige Ludwig. Hier leeft de schrijfster zich uit, eerst in de komische dagboekaantekeningen van de 13-jarige dwarse puber Mops Hacker (die stiekem leerde lezen uit de Bijbel en dus ook in Bijbelstijl schrijft), en vervolgens in het libretto waarin allerlei klassieke motieven uit tragedies voorkomen - je ziet het voor je.

Ook de onzuivere, menselijke motieven zijn uiterst herkenbaar: de sneeuwwitte Samojeed Lydia gaat in het verzet, de jaloerse Mops doodt om haar zijn medestander maar rivaal in de liefde, en probeert, stinkend bastaardje of niet, de fraaie rashond te verkrachten. Het aantal verwijzingen naar menselijke trekjes, misbruiken en mens-historische gebeurtenissen is natuurlijk legio, maar Lives of the Monster Dogs is toch geen gewone parabel; daarvoor is de schrijfster te vrij en de moraal te weinig eenduidig. Bakis leeft zich ook uit aan het apocalyptische einde van de roman: brand, wapengeweld, collectieve euthanasie, fantastische, groteske details die bijna smeken om camera's. Dit geweld vindt zijn tegenvoeter in de rustige, diepzinnige mijmeringen van de doodzieke Ludwig over de onmogelijkheid van begrip tussen de soorten, laat staan vermenging ervan.