Groei en milieubeheer splijten D66

Net nu de 'paarse' partijen de tegenstelling tussen milieu en economische groei meenden te hebben overbrugd, trekt een discussie binnen D66 de gevestigde oordelen weer in twijfel.

DEN HAAG, 10 OKT. In de programmacommisie is harde taal tegen hem gesproken, Kamerleden vinden dat de man die het verkiezingsprogramma schrijft, het niet zelf moet kritiseren. Maar Ineke Lambers-Hacquebard, staatssecretaris van milieu in het kabinet Van Agt-Den Uyl (1982) vindt het “meer dan uitstekend” dat Michel van Hulten de discussie over milieu en economie opport. Inene Lambers: “Als je over dit soort fundamentele zaken geen debat meer kunt hebben, waarmee ben je dan nog bezig in de politiek?”

Van Hulten, voorzitter van de commissie die het D66-programma heeft geschreven, nam deze week de opmerkelijke stap het programma zelf te kritiseren. Het streven naar 3 procent economische groei was hem door de partijtop opgedrongen, onthulde Van Hulten. Hij wil het alsnog schrappen, omdat het strijdig zou zijn met de milieudoelstellingen van D66.

Binnen de fractie is kribbig gereageerd. Milieuwoordvoerder Augusteijn vindt het “meer dan treurig” dat de ontboezeming van Van Hulten meer aandacht heeft getrokken dan de twaalfeneenhalf uur durende discussie die de Kamer afgelopen maandag voerde over juist dit onderwerp.

In de nota Milieu en Economie, die tijdens dat overleg werd besproken, betoogt het kabinet kort gezegd dat economische groei niet schadelijk maar juist noodzakelijk is voor het milieu. Immers, alleen groeiende bedrijven kunnen investeren in schonere productie, alleen een rijke overheid kan investeren in het openbaar vervoer.

“Het kabinet is op de goede weg”, vindt Augusteijn. Zij wijst op recente rapporten van het RIVM, waaruit blijkt dat de gewenste 'ontkoppeling' al in deze kabinetsperiode is bereikt: de economie is sneller gegroeid dan dat de belasting van het milieu is verzwaard. Uitzondering hierop is de uitstoot van CO2 die veel meer is toegenomen dan was gehoopt. Maar in de Miljoenennota is voor de bestrijding hiervan extra geld vrijgemaakt.

Het 'paarse' uitgangspunt dat economische groei nodig is voor een beter milieu, onderschrijft Van Hulten juist niet. “Eerst wordt het milieu kapotgemaakt, om het later te gaan repareren.” Hij wijst op een befaamd bebossingsprogramma van de samenwerkende elektriciteitsproducenten. “Met in Nederland behaalde winst worden bossen geplant in Afrika om de CO2 te binden die onze elektriciteitscentrales uitstoten. Is dat nou efficiënt?”

Van Hulten wil alleen economische groei in 'schone' sectoren. Zo bepleit hij de bouw van een windmolenpark in de Noordzee, een punt dat ook het verkiezingsprogramma heeft gehaald. “Er moeten palen worden neergezet, wieken geproduceerd - allemaal activiteiten die bijdragen aan economische groei. Met als eindresultaat vermindering van de uitstoot van CO2.”

Volgens Bert Bakker, economisch woordvoerder in de fractie én lid van de programmacommissie, “vecht Van Hulten zelf tegen windmolens”. “Er zijn nog vele legitieme wensen in de samenleving die alleen kunnen worden vervuld door economische groei. Natuurlijk moet die groei zo verantwoord mogelijk zijn, maar met alleen windmolens kom je er niet. We willen meer geld voor gezondheidszorg, voor onderwijs, voor armoedebestrijding. Dat geld moet wel eerst worden verdiend.”

In een verwijzing naar het kabinet-Den Uyl, toen Van Hulten (toen nog PPR) staatssecretaris was, voegt Bakker daaraan toe: “Dat is in het verleden wel eens anders gedaan, zo van 'de rekening komt later wel'. Dat was ook de generatie-Van Hulten en de gevolgen hebben we nog lang met ons meegedragen.”

Maar Ineke Lambers, staatssecretaris op een moment dat ook een heftige milieudiscussie binnen D66 woedde, vindt dat bij dit onderwerp de werkelijkheid vaak wordt 'versimpeld'. “Een kaal cijfer voor economische groei zegt niet zoveel. Het gaat erom waaruit die groei bestaat. Wanneer die gepaard gaat met verborgen 'kosten' voor milieu, is er in kwalitatieve zin sprake van een te geflatteerd beeld.”

Bij “al het gepraat” over groeicijfers wordt volgens Lambers met twee maten gemeten. “Bij investeringen in grote infrastructurele projecten wordt er nooit op gewezen dat ze drukken op onze bestedingsruimte. De kosten van milieumaatregelen worden juist wel altijd gezien als bedreiging van de groei, tewijl ze óók als positieve bijdrage aan de economie kunnen gelden.”

Lambers pakt het verkiezingsprogramma van 1977 er nog maar eens bij. Toen al passages over het inpassen van economie en milieugrenzen, over de “veelal schijnbare tegenstelling tussen milieubeheer en werkgelegenheid”.

Ze zouden volgens Lambers zo in het programma van 1997 kunnen. “Dat betekent niet alleen dat D66 op dit punt een traditie heeft, maar ook dat we als samenleving de afgelopen twintig jaar ondanks alle mooie woorden toch maar weinig zijn opgeschoten.”