Gedwongen vrijwillig

Nederland heeft op Griekenland na de hoogste inflatie in de Europese Unie. 2,6 procent was de Nederlandse inflatie over augustus, en hetzelfde cijfer werd vanochtend gepubliceerd over september. De oorzaak is bekend: Nederland volgt door de koppeling tussen de mark en de gulden het monetaire beleid van Duitsland, maar is veel verder voorop in de conjunctuurfase.

Vandaar dat de verhoging van de Duitse beleningsrente door de Bundesbank gisteren met opluchting werd aangegrepen om naast een even grote verhoging van de Nederlandse beleningsrente ook het bodemtarief van de Nederlandsche Bank, de voorschotrente, met een kwart procentpunt op te schroeven tot 2,75 procent. Toch is ook deze stap niet helemaal vrijwillig. Door de beleningsrente te verhogen van 3,0 naar 3,3 procent dreigde een gat te ontstaan van 0,8 procentpunt tussen de beleningsrente en de voorschotrente, die 2,5 procent bedroeg. Die afstand maakt het management van de geldmarkt moeilijker, en de Nederlandsche Bank laat dat slechts zelden gebeuren.

In de laatste tien jaar was er alleen eind 1991 heel even een afstand van 0,8 procent tussen de twee tarieven. De Bundesbank, die het disconto gisteren op 2,5 procent hield maar de beleningsrente opschroefde naar 3,3 procent, heeft daar minder moeite mee. In de afgelopen vijf jaar kwam het in Duitsland viermaal voor dat er een ruimte zat van 0,8 procent of meer tussen beide tarieven. Het optrekken van de Nederlandse voorschotrente heeft, naast een signaalfunctie dat de Nederlandse economie te hard loopt naar de zin van de centrale bankiers, dus ook een technische oorzaak - hoewel ook dat de centrale bankiers in Amsterdam goed uitkomt.