Fischler: EU raakt geïsoleerd op voedselmarkt

De Europese landbouw overleeft alleen als er kan worden geconcurreerd op de wereldmarkt. Subsidies moeten daarom snel worden verminderd. “Anders onderhandelen we bij de komende WTO-ronde met de rug tegen de muur.”

DEN HAAG, 10 OKT. De lidstaten van de Europese Unie riskeren geïsoleerd te raken op de wereldvoedselmarkt als er geen eind komt aan het huidige systeem van financiële ondersteuning van de landbouw, terwijl andere landen hun exportsubsidies terugdringen. Ondanks een wereldwijd toenemende vraag naar voedsel ziet de toekomst er voor een aantal sectoren in de land- en tuinbouw niet rooskleurig uit. EU-landbouwcommissaris Fischler uitte de waarschuwing gisteren op de jaarlijkse bijeenkomst van experts op het gebied van landbouw. Het zogeheten agro-forum van de International Policy Council werd in het Haagse Kurhaus gehouden.

Als Europa vasthoudt aan de huidige steunmaatregelen zullen de prijzen die binnen en buiten de EU gelden steeds verder van elkaar verwijderd raken. Een groot aantal producten zal in dat geval na het jaar 2000 niet meer te exporteren zijn, zeker niet als een nieuwe WTO-ronde voor verdere liberalisering heeft gezorgd. Dat geldt te meer als het huidige subsidiesysteem gehandhaafd zou blijven nadat voormalige Oostbloklanden tot de Europese Unie zijn toegetreden. De EU is daarover met vijf van die landen én Cyprus in overleg.

Verdere van hogerhand opgelegde restricties bij productie-hoeveelheden, het handhaven van allerlei quota, bieden volgens Fischler geen perspectief voor de Europese boer. “Het zou beter zijn als we de komende jaren zouden proberen een bijdrage te leveren aan de wereldvoedselvoorziening. Dat kan op de lange duur echter alleen maar als onze producenten werkelijk kunnen concurreren op de wereldmarkt en er aan gewend raken dat zij niet van subsidies afhankelijk zijn,” aldus Fischler.

Vooruitlopend op de nieuwe WTO-ronde over de wereldhandel in 1999 heeft een aantal grote exporterende landen al laten weten hard te zullen gaan vechten voor verdere liberalisering. “Daar kunnen we ons maar beter vast op voorbereiden, anders onderhandelen we met rug tegen de muur” zo zei Fischler.

Concurrentie-kracht is niet slechts een kwestie van prijs, maar ook van kwaliteit, benadrukt de commissaris. “Vandaag de dag gaat de Europese consument er vanuit dat zijn voedselvoorziening is gegarandeerd, maar hij maakt zich wel zorgen over veiligheid en kwaliteit. Prioriteit in een gemeenschappelijk landbouwbeleid is dan ook die twee veilig te stellen. Daarnaast wordt echter ook een andere inhoud aan de begrippen veiligheid en kwaliteit gegeven. Er is ook een verantwoordelijkheid voor landschap en milieu. Duurzaamheid is een essentieel begrip als het er om gaat problemen te voorkomen als bodemerosie, verwoestijning en het verloren gaan van planten- en diersoorten,” aldus Fischler.

Toetreding van voormalige Oostbloklanden mag niet worden belemmerd door het Europese landbouwbeleid, vindt hij. Het is ook daarom nodig de komende jaren landbouwsubsidies aan te passen en te spreiden over zowel de huidige als de nieuwe lidstaten. Hiertegenover staat wel dat de producenten er een nieuwe markt van zo'n honderd miljoen consumenten bij krijgen.

De landbouw speelt in de Oosteuropese landen een veel belangrijker rol dan in de EU. Van de werkende bevolking heeft daar meer dan twintig procent een baan in de agrarische sector, in de EU is dat zes. “Wil de toetreding succesvol zijn, dan is het dus van essentiële betekenis juist de situatie op agrarische gebied goed te regelen.”

De commissie wil daarom bij haar nieuwe beleid, dat is vervat in het document 'Agenda 2000', voortbouwen op de hervormingen die in 1992 zijn ingezet. Dat betekent minder prijsondersteuning en meer toeslag per hectare onbebouwde grond, zodat geen overschotten ontstaan.

Tegelijkertijd is het van groot belang boeren te stimuleren om op andere manieren hun kost te verdienen, bijvoorbeeld door de teelt van gewassen die geen voedingsbestemming hebben, maar bijdragen aan milieu-vriendelijker producten voor consumenten. Boeren zouden alle mogelijkheden moeten aangrijpen die hun op het platteland worden geboden, zo stelt Fischler. Dat kan door hun land een toeristische bestemming te geven of een bijdrage te leveren aan de energie-voorziening. Ook zouden boeren een rol kunnen spelen bij het behoud van het culturele erfgoed.