Een prachtig neusje; De schrijver als cosmetische chirurg

Mensen die een facelift nemen 'laten het niet bij wat rennen in het Vondelpark, een haargroeimiddel of camouflagestift. Ze trekken de uiterste consequenties uit hun verlangens en dat is niet iets om geringschattend over te doen.' Arnon Grunberg over facelifts en schrijven. “Wat de facelift is voor een gezicht, is het herschrijven voor een roman.”

Welcome to your Facelift, Helen Bransford, Doubleday US $ 22.95

In Don Quichot van Miguel de Cervantes zit een prachtig hoofdstuk over de herderin Marcela die schuldig zou zijn aan de dood van de herder Grisóstomo. Hij pleegde zelfmoord, omdat hij zoveel van haar hield en haar niet kon krijgen. Dit komt uit de verdedigingsrede van Marcela: 'En zoals de adder niet verdient te worden beschuldigd vanwege het gif dat zij bij zich draagt, hoewel ze ermee doodt, daar de natuur het haar heeft gegeven, zo verdien ik niet te worden berispt omdat ik mooi ben; want schoonheid bij een eerbare vrouw is als een ver vuur of een scherp zwaard, dat niet brandt of snijdt wie niet in de buurt komt. (...) Ver vuur ben ik en een ver weggelegd zwaard. Wie ik verliefd heb gemaakt met mijn aanblik heb ik met mijn woorden ontnuchterd.'

Die laatste twee zinnen zijn zo mooi dat u ze eigenlijk twee keer zou moeten lezen. Het omgekeerde komt natuurlijk ook voor. Er zijn mensen die met hun woorden verliefd maken en met hun aanblik ontnuchteren. Er zijn ook mensen die zowel met hun aanblik als met hun woorden ontnuchteren. En ten slotte is er een vierde, vrij zeldzame categorie, hun woorden én hun aanblik zijn als een vuur dat niet erg ver weg is.

Het mag bekend zijn dat zij die willen ontnuchteren tot een kleine minderheid behoren. Integendeel, men doet er graag nog een schepje bovenop. Kleding, nagellak, oogschaduw, schoenen, oorbellen, woorden, gebaren, knipoogjes, alles om toch vooral maar niet te ontnuchteren.

Dit is niet zonder reden. Een test heeft uitgewezen dat psychiaters geneigd zijn patiënten die er goed en aantrekkelijk uitzien minder gauw als ziek en krankzinnig aan te wijzen dan patiënten die er slecht en onaantrekkelijk uitzien. Dit is des te opmerkelijker omdat je van psychiaters zou verwachten dat ze zich niet in de luren laten leggen door fysieke schoonheid. Ook dit blijkt dus een illusie. Om dezelfde reden besteden advocaten relatief veel aandacht aan de kleding en het uiterlijk van hun cliënt in de rechtszaal. En over politici op verkiezingstournee heb ik het dan nog niet eens gehad. Of over mensen die van hun uiterlijk hun beroep hebben gemaakt: fotomodellen. Dit fenomeen - van je uiterlijk je beroep maken - blijft allang niet meer beperkt tot fotomodellen. In deze krant werd onlangs beweerd dat het uiterlijk van een dichter een criterium kan zijn voor de beoordeling van zijn gedichten. En ik herinner me een cartoon van Peter van Straaten waarin een uitgever tegen een andere man zegt, 'schrijven kan ze niet, maar ze ziet er goed uit op televisie.' (Ik parafraseer, dus als het citaat niet geheel klopt, vergiffenis.) Na dit alles zal u het niet verbazen dat men er serieus over heeft gedacht tijdens de komende boekenweek van die Ruud Gullit-petjes te maken, maar dan met mijn kapsel. Nog even, en zoals een voetballer zijn benen verzekert, moet ik mijn krullen verzekeren. Niet mijn handen, mijn ogen, mijn oren of mijn hersenen, nee mijn krullen. Uw uiterlijk kan dus het verschil betekenen tussen het gekkenhuis en uw eigen huis, tussen de gevangenis en vrijheid, tussen overwinning en nederlaag.

Naar het schijnt een van 's werelds meest vooraanstaande cosmetische chirurgen, Ivo Pitanguy, schrijft: 'Physical beauty is synonymous with success, and likewise unattractiveness spells defeat. People no longer passively accept natural deformities or the defects that the aging process imposes so unmercifully.'

Natuurlijk maakt Pitanguy reclame voor zijn eigen vak, maar daarmee kunnen zijn woorden niet worden afgedaan. Ik denk dat hij gelijk heeft en dat fysieke schoonheid wordt ervaren als synoniem voor succes. En de andere synoniemen voor succes zijn oud nieuws: geluk, geld en seks.

Marcela beroept zich in haar verdedigingsrede erop dat de hemel haar mooi heeft geschapen, dat zij niet verantwoordelijk is voor haar schoonheid. En dat wanneer zij lelijk was geschapen, het ook onredelijk zou zijn geweest zich te beklagen.

Tegenwoordig gaat dit niet meer op. In haar boek Welcome to your Facelift betoogt Helen Bransford dat wij verantwoordelijk zijn voor ons gezicht. Wij zijn volgens Bransford natuurlijk verantwoordelijk voor ons hele lichaam, maar haar boek gaat over faceliften, en dat is ook mijn onderwerp van vandaag, daarom beperk ik me tot het gezicht.

Wie een gezicht heeft dat het equivalent is van een afbraakpand, gaat niet langer per definitie vrij uit. Vooral niet nu de facelift betaalbaar is geworden voor bijna iedereen. Afhankelijk van wat er allemaal aan je gezicht moet worden opgeknapt kost het in Amerika tussen de twee- en vijfentwintigduizend dollar. Je huis opknappen is vaak duurder. En indirect vraagt Bransford zich af of het niet onzinnig is meer geld te besteden aan het opknappen van je huis dan aan het opknappen van je gezicht. Dat lijkt me geen slecht argument. Wat heb je aan een verbouwde zolder als je gezicht nog steeds een puinhoop is?

Bransford (47) is getrouwd met een man die zeven jaar jonger is dan zij, en onlangs heeft ze zelf een facelift ondergaan. Haar boek is een aanrader voor iedereen die een facelift zelfs maar in de verste verte overweegt. Stap voor stap bereidt ze de lezer voor op de operatie. Ze maakt ons erop attent dat we niet moeten verwachten van een oud musje in een Naomi Campbell te veranderen en dat sommige mensen sterven op de operatietafel. Maar dat zijn uitzonderingen. De kans is groter onder een auto te komen.

Ook zijn er foto's in het boek opgenomen van hoe ze eruitzag voor en na de operatie. Het schijnt dat na de operatie je gezicht opgezwollen is als een ballonnetje. Langzaam trekken de zwellingen weg.

Het kost me moeite de facelift op morele gronden te verwerpen. Natuurlijk is het iets decadents, maar ongeveer de helft van onze samenleving bestaat uit decadente aangelegenheden. Ik heb respect voor mensen die al dat geld investeren, al die moeite doen, al die risico's nemen en al die pijn trotseren om mooier te zijn. Zij laten het niet bij wat rennen in het Vondelpark, een haargroeimiddel of een camouflagestift. Zij trekken de uiterste consequenties uit hun verlangens en dat is niet iets om geringschattend over te doen.

In haar boek heeft Bransford een lijstje opgenomen van beroemde acteurs en entertainers die een facelift hebben gehad: onder andere Joe Pesci, Glenn Close, Sylvester Stallone, David Bowie, Burt Reynolds, en natuurlijk, die mag hier niet ontbreken, Michael Jackson.

Ook vertelt ze over het fenomeen dat mensen van begin twintig al een facelift ondergaan, omdat ze menen dat dat de weg naar Hollywood zal vergemakkelijken. Dat een borstvergroting in bepaalde gevallen een positieve wending aan uw carrière zou kunnen geven staat buiten kijf, maar een slecht acteur blijft een slecht acteur met of zonder facelift, betoogt Bransford. Begin niet aan facelift om uw huwelijk te redden, adviseert ze verder. Uw man zal misschien een maand lang thuiskomen voor de lunch, maar hij zal zijn minnares echt niet opgeven voor uw facelift. Ook dit lijkt me een waar woord.

Toupetje

Niet alleen voor acteurs en actrices is uiterlijk belangrijk. Veel kunstenaars maken van hun uiterlijk hun handelsmerk. In de Humo vertelde toneelmaker Gerardjan Rijnders onlangs dat men hem met Bowie vergeleek omdat hij zo vaak van uiterlijk en kledingstijl verwisselde. In datzelfde interview vertelde hij over cosmetische chirurgie die hij met succes had ondergaan. Als ik over een paar jaar kaal word acht ik het niet ondenkbaar dat men hier en daar bij mij op een toupetje zal aandringen.

Marcela beriep zich op de ontnuchtering als bewijs van haar onschuld, maar wij doen er juist alles aan om de ontnuchtering buiten de deur te houden, als het even kan voor altijd. Marcela probeerde met haar woorden het effect van haar schoonheid teniet te doen. Daarin slaagde ze niet. De herder Grisóstomo was gevoelig voor haar schoonheid, niet voor haar woorden. Ik betwijfel of dat aan haar woorden ligt. Ik vraag me af of er woorden hadden bestaan die Grisóstomo hadden kunnen ontnuchteren.

Woorden zijn, het moet maar eens gezegd, minder krachtig dan een prachtig neusje, een lieftallig wangetje, een klein oortje, een hartverwarmend oogje.

Onlangs wees iemand me er fijntjes op dat mijn prestaties beperkt blijven tot het papier. Ik ben me daar pijnlijk bewust van. Schrijvers, schilders, filmmakers, ze leggen het af tegen God en de cosmetische chirurgie, maar ze blijven het proberen.Het is om te lachen, maar ook een klein beetje om te huilen. Als de ontnuchtering, die Marcella als een deugd beschouwde, overal de deur wordt gewezen, en men die zelfs probeert om zeep te helpen als een ondeugd, zou er nog een plaats moeten zijn waar die ontnuchtering te vinden is.

Ik denk dat dat boeken en films zijn. Dat je daar naast hartverwarmende oogjes en lieftallige wangetjes, zweetvoeten zou moeten vinden en kromme neuzen en toupetjes en vooral toupetjes die op cruciale momenten afvallen. Schaamluizen zou je daar moeten vinden, geslachtsorganen die niet meer of nog maar half functioneren, kromme neuzen, krankzinnigen die tegen hun televisie praten alsof zij een levend mens is. Seks, die niet alleen maar mooi en fijn is, maar ook pijnlijk en op het hoogtepunt mislukt, zoals ook pannenkoeken kunnen mislukken.

Dat je dit alles in de eerste de beste metro zou kunnen vinden, is mij als antwoord te weinig. Ten eerste ontbeert de metro een regisseur, of een cosmetische chirurg, zo u wilt.

Ten tweede kunnen de berijders van de metro al te makkelijk worden afgedaan als arme zielen die liever hun zolder verbouwden dan hun gezicht. Of nog erger, als lieden die niet genoeg geld hadden én hun zolder én hun gezicht te verbouwen.

Dat wij boeken en films nodig hebben om ons aan onze dagelijkse vernederingen te herinneren, geloof ik niet. We hoeven niet aan onze dagelijkse vernederingen te worden herinnerd. Wel zouden we erover moeten kunnen lezen, en ernaar moeten kunnen kijken, en erom moeten kunnen lachen.

'Ver vuur ben ik', zegt Marcela, 'en een ver weggelegd zwaard. Wie ik verliefd heb gemaakt met mijn aanblik, heb ik met mijn woorden ontnuchterd.'

Willen schrijvers ontnuchteren zoals Marcela wilde ontnuchteren? Heb ik niet zelf ooit geschreven dat wij door woorden betoverd willen worden? En hebben schrijvers, net zoals Marcela, een uiterlijk van dien aard dat ze het met hun woorden zouden moeten ontnuchteren?

Zelfs voor mij, met mijn krullen die ik koester als een schat, geldt dit niet.

Wat de facelift is voor het gezicht, is het herschrijven voor een roman of een verhaal of een artikel. Het effect moet en kan beter.

Een schrijver is misschien wel een ver vuur en een ver weggelegd zwaard, maar wie hij met zijn woorden verliefd heeft gemaakt, heeft hij hooguit met zijn aanblik ontnuchterd. Zelfs als hij over ontnuchtering schrijft, wil hij niet echt ontnuchteren. Zou dit ook voor Marcela gelden?

Femme fatale

Nee, de schrijver staat dichter bij de cosmetische chirurg dan bij Marcela.

Zoals velen een facelift ondergaan om het beeld van een femme fatale te benaderen, om zo mooi en fataal mogelijk te zijn, zo zal ook een schrijver er alles aan doen zo fataal mogelijk te zijn.

Dat andere woorden het mogen afleggen tegen de schoonheid van zijn woorden, zoals woorden het hebben afgelegd tegen de schoonheid van Marcela.

Ik geloof niet dat lezers de vijanden zijn van de schrijver, noch zijn zij zijn vrienden of zijn familieleden. Zij zijn objecten die verleid moeten worden. Marlene Dietrich zingt in Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt: 'Männer umschwärmen mich wie Motten um das Licht, und wenn sie verbrennen, ja dafür kann ich nichts.'

Zoals de mannen om Dietrich wemelden als motten om het licht, zo hoopt de schrijver dat zijn lezers om hem zullen wemelen. En dat ze soms verbranden (voor de slechte lezer: niet letterlijk), ja dat hoort bij het spel.

Wie een casino binnengaat, weet waar hij binnengaat.

Wie cosmetische chirurgie ondergaat, weet wat de risico's zijn.

Wie een roman schrijft, weet wat de risico's zijn.

Professor Unrath (de man die zich in het ongeluk stortte door verliefd te worden op een slettebak) was geen onintelligente man, hij wist wat hij deed toen hij verliefd werd. Hij sloeg de roes van de verliefdheid en de illusies die daarbij horen, hoger aan dan zijn eigen ondergang. Een respectabel standpunt.

En de dichter Heine bezingt de Lorelei, die door de schoonheid van haar gezang schippers het ongeluk injaagt.

Ik denk dat wij ons bewust of onbewust aangetrokken voelen tot hen die ons door de schoonheid van hun gezang, de schoonheid van hun uiterlijk, de schoonheid van hun beelden, of de schoonheid van hun woorden, de ondergang in jagen.

Ik heb hier geen afgeronde verklaring voor. Misschien beseffen wij dat wij met of zonder schoonheid ten onder gaan, en geven de voorkeur aan ondergang met schoonheid. Of misschien menen wij dat de ware schoonheid vernietigend moet zijn.

Helen Bransford schrijft dat veel vrouwen verliefd worden op hun cosmetische chirurg na een geslaagde operatie. Geef niet toe aan deze gevoelens, waarschuwt ze ons.

Dit is een verstandig advies.

Wordt nooit verliefd op uw cosmetische chirurg, ook niet als hij zich vermomd heeft als uw schrijver. Hij blijft een chirurg die in zal grijpen in de werkelijkheid om het gewenste effect te bereiken. En anders dan chirurgen hoeven schrijvers geen beroepseed te zweren. Zomin als Marlene Dietrich in de hoedanigheid van femme fatale dat heeft hoeven te doen.

Ver vuur

Schrijvers zetten als cosmetische chirurgen de werkelijkheid soms hardhandig naar hun hand. Ze zijn als Marcela een ver vuur en ver weggelegd zwaard. En als zo nu en dan iemand als een mot verbrandt, zingen ze 'ja, dafür kann ich nichts.'

Wie zal ze ongelijk geven?

Hoor maar wat Marcela nog meer te zeggen heeft:

'En als verlangens worden gevoed met hoop, terwijl ik Grisóstomo noch iemand enige hoop heb gegeven, kan worden gesteld dat eerder zijn halsstarrigheid hem heeft gedood dan mijn wreedheid. En als men mij voor de voeten werpt dat zijn bedoelingen eerbaar waren en ik daarom verplicht was ze te beantwoorden, is mijn antwoord dat ik hem, toen hij mij op deze zelfde plek waar nu zijn graf gedolven wordt, de eerbaarheid van zijn bedoeling kenbaar maakte, heb verteld dat het de mijne was te leven in eeuwigdurende eenzaamheid, en dat alleen de aarde de vrucht zou plukken van mijn zedigheid en het overblijfsel van mijn schoonheid; en als hij ondanks al die ontnuchtering verkoos tegen de verwachting in vol te houden en tegen de wind in te varen, is het dan verwonderlijk dat hij midden in de wijde zee van zijn dwaasheid is verdronken?'