Een kleine dikke jood

Victor E. van Vriesland, een rijzige jood, zei in een gezelschap van niet-joden: “Waarvoor je moet oppassen zijn de kleine dikke joden zoals Ischa Meijer en Henry Kissinger.” Wij sloegen geschokt de hand voor de mond en hij grinnikte. Ik had moeten roepen: “En Heine! Wat denk je van Heinrich Heine?”

Hij was vrij klein van stuk en omstreeks zijn veertigste bepaald corpulent, met buik en papwangen. Hij zag eruit als een Franse abbé, standaardtype blijkbaar van gezond epicurisme. Nieuwsgierig en tevreden flaneerde hij door Parijs, altijd het oog gewend naar mooie vrouwen, at met zeer veel smaak, dronk weinig alcohol, rookte niet. Rood haar had hij in zijn kindertijd; het werd blond of bruin en hij droeg het vrij lang. Zijn kleine ogen waren blauw. Zijn gezicht met hoog voorhoofd, sierlijke neus, gracieuze mond (zo beschreef iemand het) was volgens anderen nogal gewoontjes en de mond werd heel lelijk vertrokken wanneer hij iets hatelijks zei, wat hij vaak deed. De beschrijvingen van zijn uiterlijk stemmen niet overeen en de portretten die van hem gemaakt zijn lijken niet op elkaar. Een opvallende verschijning is hij in zijn gezonde jaren niet geweest. Als je hem had zien wandelen op een Parijse boulevard, zou je hebben geloofd dat hij de beroemdste liefdesdichter van Duitsland was en tevens de vreselijkste polemist? Klein van stuk, dik. En jood was hij ook. De getuigen zijn het erover eens dat hem niets Israelitisch, joods, oriëntaals, Hebreeuws, semitisch was aan te zien, behalve misschien als hij zijn mond zo lelijk vertrok, en soms wanneer hij erg opgewonden raakte sloeg zijn aangename stem over in joods gekrijs. Een getuige meende dat hij flaneerde op typisch joodse platvoeten. Van Vriesland had overigens de vraag die ik in de eerste alinea niet aan hem stelde gemakkelijk kunnen beantwoorden: ja, je moest voor hem oppassen.

De kleine informatie die ik hierboven verschafte ontleen ik aan een dik boek uit 1926: Gespräche mit Heine. Zum erstenmal gesammelt und herausgegeben von H.H. Houben. Er zullen nieuwe edities van het boek zijn verschenen, met aanvullingen, maar zo'n duizend bladzijden leek voldoende voor mij, liefhebber en leek. Fascinerende lectuur. Houben heeft met ongelooflijke vlijt gezocht naar alles wat over ontmoetingen met Heine in druk of in brieven is meegedeeld, van zijn jonge jaren tot aan zijn dood. Op 13 december 1797 is Heine in Düsseldorf geboren. In mei 1831 vertrok hij naar Parijs. Op 17 februari 1856 stierf hij daar. Die Parijse periode levert het meeste materiaal. Heel wat Duitse literatoren zochten hem op en schreven in een van de talloze Duitse kranten een feuilleton. Hij was beroemd en berucht, bemind en gehaat, bewonderd en verguisd, en hij was acht jaar lang op de gruwelijkste manier aan het doodgaan. Parijs was ver weg in de tijd van de postkoets. Het Buch der Lieder, de Reisebilder werden steeds herdrukt. Romanzero was een bestseller. Wie zou in Duitsland niet graag lezen over de zo omstreden zieke?

Een broodmagere jongeman, verlegen maar van zijn talent en zijn gelijk overtuigd en heel geestig. Steeds gekweld door migraine. Frivool en volgens de legende onzalig verliefd op de dochter van zijn schatrijke oom en weldoener Salomon Heine. Hij verafschuwde de universiteitsstad Göttingen waar hij doctor in de rechten werd, hij verafschuwde Duitsland met zijn vierendertig dwergstaatjes en overal censuur. Om vrij te zijn ging hij naar Parijs en berichtte aan Duitse kranten over politiek en cultuur, in bewegelijke feuilletons. Hij leerde Franse kunstenaars kennen, Berlioz, Balzac, George Sand en werd gewaardeerd. Hij had vele liefdesavonturen met 'grisettes' en ging samenwonen met een mooie handschoenenverkoopster die hij Mathilde noemde. Dat was in 1834. In 1841 trouwde hij met haar, in de Roomse kerk. Hij had zich in 1824 in Göttingen laten dopen, protestant, enkel en alleen omdat gedoopte joden kans hadden op overheidsbetrekkingen en hij de illusie had in München een functie aan de universiteit te vinden.

Broodmagere jonge dichter in Duitsland die zijn landgenoten aan het huilen bracht door zijn poëzie van hopeloze liefde. In Parijs jarenlang een corpulente dichter / journalist met in zijn vaderland de reputatie van spotzieke en on-Duitse schuinsmarcheerder. Acht jaar lang, liggend in zijn 'Matratzengruft', voor driekwart verlamd, voor driekwart blind, radeloos van de pijn, klein en licht geworden als een kind van acht jaar, een man met een 'Christuskop', zoals nogal komisch herhaaldelijk wordt verteld.

Er zijn constanten in de getuigenissen van de tijdgenoten. Heine had mooie witte handen en wilde dat weten ook. Hij was ijdel en eerzuchtig. Hij was geestig maar had de vervelende gewoonte om na het debiteren van een bon mot als eerste te lachen. Hij liet zich zo meeslepen door zijn satirisch genie dat hij pijnlijke anekdotes verzon omdat ze leuk waren. Hij klaagde altijd over zijn armoede en haatte zijn rijke oom omdat die hem niet royaal genoeg onderhield. Hij haatte véél, en dreigde memoires te schrijven waarin de talloze vijanden die hij meende te hebben voorgoed werden vernietigd. Hij speculeerde, met slecht resultaat. Hij deed in het geheim vaak goed. Hij beschouwde zichzelf als de grootste Duitse dichter van zijn tijd.

Uit al die getuigenissen blijkt een zekere angst, een onbehagen, of de klauw van Heine's vernuft de bezoeker zelf geheel onverwachts kon treffen. Het roerendst vond ik het verhaal van de bezoeker die bepaalde onderwerpen vermeed, omdat hij wist het niet eens te zullen zijn met de zieke en uit consideratie geen debat wilde aangaan.

Dat hij jood was heeft Heine nooit geloochend, ondanks die doop. Op zijn ziekbed keerde hij terug naar het overgeleverde geloof, in slapeloze nachten discussiërend met God die hem zo'n afschuwelijk lot had toebedeeld. Ooit had hij gemeend een 'Helleen' te zijn, een god op twee benen, nu werd hij wat hij toen per se niet wilde zijn, een 'Nazarener'. Zijn opvatting van het Griekse bewustzijn had hij gesteld tegenover zijn opvatting van het joods-christelijke bewustzijn, en voor de Grieken gekozen. Nu was hij een lijdende jood. Zijn vrouw Mathilde, die geen woord Duits kende en geen notie had van Henri's roem als dichter, wist niet dat hij jood was. Ze zei: “Welnee, hij is protestant”, en vond dat al zo erg dat ze ijverig kruisjes begon te slaan.

Op 13 december wordt Heinrich Heine tweehonderd jaar. Ik lees iedere dag een paar uur van en over hem. Een schrijver om voor op te passen. Gedichten die je uit de slaap houden of nachtmerries bezorgen, proza van zo'n scherpe zwier dat je er monddood van wordt. Ik wil hem in een volgend stukje vieren. Maar hoe vier je de verjaardag van iemand die in ellende dichtte dat het leven niet goed is, de dood beter en dat het beste ware nooit geboren te zijn?

Zelfs geen stoeltje aan te bieden.