Drieluik van Richard Ford; Vrouwen zoals mannen hen zien

Richard Ford: Women with Men. Knopf, 255 blz. ƒ 49,95

De titel van dit drieluik moet wel een verwijzing zijn naar Hemingways verhalenbundel Men without Women, maar is veel minder ondubbelzinnig in de wijze waarop hij de inhoud dekt. Ging het in Hemingways verhalen - zeventig jaar geleden - inderdaad om een wereld van huurmoordenaars, prijsvechters en soldaten, een wereld van mannen 'zonder de verzachtende invloed van vrouwen' zoals de oorspronkelijke flaptekst zei, in Fords geval moeten we met een soortgelijke interpretatie veel voorzichtiger zijn.

Om te beginnen, en misschien wel veelzeggend, zijn de protagonisten van alle drie novellen mannen. En al valt goed te argumenteren dat de vrouwen toch de werkelijke hoofdpersonen zijn, het 'met' als tegenovergestelde van 'zonder' is ook dan in geen van die gevallen de juiste manier om het 'with' in de titel te vertalen. Eerder lijkt het Fords bedoeling te schrijven over vrouwen zoals ze door mannen worden waargenomen, zoals ze met hen omgaan in de wereld die ze met hen delen. Het zou, nogal ruim, als noemer geformuleerd kunnen worden van deze bundel, die voor het overige van een zeer wisselend kaliber is.

Twee van de drie verhalen spelen zich af in Parijs en zijn alleen al daarom opvallend binnen Fords oeuvre. In 'Occidentals' volgen we Charley Matthews, de auteur van een roman die zich deels in Parijs afspeelt; de roman is na een paar welwillende recensies in Amerika vergeten, maar onverwachts gaat een kleine Franse uitgeverij een vertaling uitbrengen en dat motiveert Matthews om Parijs aan te doen, met zijn jongere vriendin Helen. Alles gaat mis: het hotel is treurig, de stad ongastvrij en onoverzichtelijk, het weer ijzig en de uitgever annuleert hun dinerafspraak.

Het Parijs dat Matthews in zijn boek beschreef is geheel gebaseerd op reisgidsen, en het Parijs dat Ford ons laat zien komt nauwelijks méér tot leven. Het is mij niet duidelijk in hoeverre Ford dat Droste-effect bewust heeft toegepast maar het werkt af en toe dodelijk. Veel van wat hij Matthews, als hier en daar bijna karikaturale American in Paris, laat waarnemen blijft schimmig, willekeurig en uiteindelijk totaal inadequaat als opmaat voor een coda waarin Matthews zich realiseert dat er 'een nieuw tijdperk in zijn leven is aangebroken.'

Wat er ontbreekt, wordt onmiddellijk duidelijk als je na dit verhaal 'Jealous' leest, het enige van de drie dat geheel in Amerika is gesitueerd en dat zowel thematisch als qua toonzetting sterk doet denken aan Fords bundel Rock Springs. In dit verhaal is nadrukkelijk een vrouw de hoofdpersoon, en wel de tante Doris die Larry, de zeventienjarige ik-figuur, bij zijn vader ophaalt voor een reis met de trein naar Seattle waar zijn moeder, haar zuster woont.

Zijn tante 'had a reputation for being wild' en ze heeft net als Larry's vader de neiging de jongen in gesprekken te betrekken die zijn bevattingsvermogen te boven gaan. Over relaties, zijn moeder, het leven. Wat moet je anders, als er verder niemand in de buurt is die naar je luistert. Alles is op zijn plaats in dit verhaal, elk beeld, elk detail lijkt in dienst te staan van een meesterplan: van Larry's gelaten aandeel in de conversaties tot de eenzaamheid van zijn vader, van de roekeloosheid van zijn pimpelende tante tot het zwijgende landschap.

Een landschap dat we kennen als Richard Fords Amerika, met 'headlights behind a flashing, snowy barricade and a road sign toward Santa Rita and the Canadian border, then a long dark time while the train ran beside the highway and there were no cars, only a farm light or two in the distance and a missile site off in the dark and a few trucks racing to get home by Thanksgiving.' Eén zin, die meer bij me oproept dan honderdvijftig pagina's Parijs.

'The Womanizer', de novelle waarmee de bundel opent lijkt qua sfeer en thematiek erg op 'Occidentals' en lijdt aan dezelfde euvels. Wat er precies misgaat in die beide Parijse verhalen valt niet simpelweg te verklaren met de stelling dat een schrijver nu eenmaal móet schrijven over dat wat hij het beste kent. Maar het lijkt er wel op dat Ford als schrijver even weinig thuis is in een wereld die hem misschien wel net zo vreemd is als zijn hoofdpersonen.

Beide novellen bevatten, als om dat te onderstrepen, enkele 'Amerikaanse' scenes die er meteen uitspringen. Austin, de mannelijke hoofdpersoon van dat eerste verhaal thuis in bed bijvoorbeeld met zijn vrouw Barbara, hun 'practiced, undramatic lovemaking, a set of protocols and assumptions lovingly followed like a liturgy (-) Austin noticed by the digital clock on the chest of drawers that it took nine minutes, start to finish.' Het is al even mooi beschreven als de manier waarop ze hem even later de wacht aanzegt met '...you're just an asshole. And you're also a womanizer and you're a creep. And I don't want to be married to any of those things anymore. So fuck you. And goodbye.' In 'Occidentals' zijn het de pagina's in een door Amerikanen gefrequenteerd restaurant die meteen opvallen door een trefzekerheid die we ervoor gemist hebben.

Ford heeft een hekel aan verhalen die ineens afgelopen blijken te zijn als je een pagina omslaat; hij vindt dat een vorm van verraad aan de lezer. En ook hier 'rondt' hij ze, met dramatische gebeurtenissen, alledrie nadrukkelijk en in het geval van 'Jealous' zelfs meesterlijk af. Van alle drie de verhalen, hoe ongelijk ook, zijn het uiteindelijk de vrouwen die je het langst bijblijven: Austins Parijse aspirant-minnares Joséphine met haar harde, burgerlijke onverschilligheid; tante Doris met haar ontroerende disconnectie tussen emoties en de verwoording ervan; en de gedoemde Helen die al onbereikbaarder is dan Matthews, haar laatste partner, in zijn egocentrische gepieker zelfs maar vermoedt. Ze zijn alledrie inadequaat, gewond en afgewezen in een wereld die ze delen met mannen en die ze, tegen beter weten in misschien, zijn blijven verkiezen boven een binnenwereld waar die mannen geen toegang hebben. En Richard Ford kan ze geen hoop bieden.