De nieuwe nuchterheid

Enige tijd geleden verraste Bolkestein iedereen door zich tegen de gedachte van een federaal Europa, die de VVD tot dan toe altijd had aangehangen, uit te spreken. Noch in zijn fractie noch in zijn partij klonk protest. De eerste kijkt wel uit, terwijl de tweede zulke zaken nooit iets hebben kunnen schelen.

Alleen de liberale europarlementariërs tekenden protest aan, en ook oud-minister Van Eekelen, nu Eerste-Kamerlid, was het niet met Bolkestein eens. Maar wat blijkt nu? Ook Van Eekelen is om. Deze bekering zou op zichzelf misschien niet veel aandacht verdienen, maar Van Eekelen is tevens voorzitter van de Europese Beweging Nederland (EBN), en dát maakt zijn standpunt interessant.

Nog interessanter is het dat dit nieuwe standpunt is bekendgemaakt op het ogenblik dat de EBN haar 50-jarig bestaan viert. Die bekendmaking is overigens een beetje tussen neus en lippen door gebeurd, want nergens blijkt dat er een besluit van het bestuur of van de ledenvergadering aan voorafgegaan is. Zij is te vinden in een lang artikel over de geschiedenis van de EBN in het laatste nummer van haar orgaan: Europa in beweging. Daarin staat deze passage: “De EBN [...] volgt de ontwikkelingen kritisch, [is] bereid constructieve bijdragen te leveren en zonodig duidelijke kanttekening te plaatsen bij beleidsvoornemens. Daarmee is ook duidelijk geworden dat de Beweging niet langer een federaal Europa als onwrikbaar einddoel ziet.” En dan wordt Van Eekelen geciteerd: “De idee van een Verenigde Staten van Europa is toch op de achtergrond geraakt, ook binnen de Beweging.”

Weliswaar is niet duidelijk waarom de EBN niet langer een federaal Europa als onwrikbaar einddoel ziet, maar dat zij het niet langer doet, is wél duidelijk. Trouwens, Van Eekelen herhaalde het zaterdag in zijn welkomstwoord bij de viering van dat halve-eeuwfeest in de Ridderzaal in aanwezigheid van de koningin: “Het woord federatie is op de achtergrond geraakt, hoewel er nog vele federalisten onder ons zijn.”

Dat het bolwerk van de 'Europeanen' een stap terug doet, is een interessant verschijnsel en tekenend voor de algemene stemming ten opzichte van 'Europa'. Het is allemaal realistischer en dus minder idealistisch geworden. Of minister Van Mierlo, die vorig jaar de Duitsers nog opriep aan de federale lijn vast te houden - anders “is het met Europa voorbij” - er blij mee zal zijn, is de vraag. Uit zijn gelukwens, opgenomen in hetzelfde nummer van Europa in beweging, blijkt niet dat hij van de koerswijziging van de EBN op de hoogte is.

Iemand die nog enkele decennia geleden in de kring van de EBN uitgelachen, zo niet uitgekotst, werd wanneer hij het waagde vraagtekens te zetten naast de haalbaarheid van haar bevlogen idealen, wordt het ietwat vreemd te moede bij deze ontwikkeling. Maar ja, triomfalisme is nooit lang vol te houden, als de triomfen uitblijven. Overigens kan hij de nieuwe nuchterheid alleen maar verwelkomen.

Van triomfalisme was in de Ridderzaal ook weinig te merken. De EBN had de moed - of de voorzichtigheid? - gehad ook sprekers uit te nodigen die eerder pessimistisch waren wat betreft de toekomst van Europa's eenheid. Zo meende de financiële tovenaar George Soros dat er een fout zat in de euro zoals die nu was ontworpen: er was geen mechanisme voor het corrigeren van eventuele vergissingen, en daarom zou de euro de Europese Unie wel eens kunnen vernietigen.

Van iemand die in 1992 het Britse pond tot devaluatie dwong, is zo'n waarschuwing serieus te nemen. Minder serieus waren zijn politieke opmerkingen. Die grensden soms aan borrelpraat, waaraan Hare Majesteit toch niet blootgesteld kan worden. Kennelijk was de EBN, wat dat betreft, te veel afgegaan op de sensatiewaarde die een man als Soros heeft. (Ik wil niets afdingen op het goede werk dat hij met zijn miljarden in Oost-Europa doet.)

Een andere spreker, Adriaan van der Staay, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, behoorde ook al niet tot het ras van obligate feestredenaars: Europa slaapt; zelfs Midden-Europa is een Amerikaanse aangelegenheid geworden; dat komt doordat de openbare mening in Europa zich niet door een gemeenschappelijk solidariteitskader verbonden voelt; Europa dreigt een Byzantijns rijk te worden, alleen door rituelen en bureaucratie bijeengehouden. Het enige wat hier tegenin valt te brengen is dat Europa niet bestaat, dus ook niet kan slapen.

De algemene neerslachtigheid schijnt zelfs de officiële voorlichtingsorganen te hebben aangetast. Een brochure van het Haagse Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement over de euro - waarom moet het parlement daar overigens voorlichting over geven? - eindigt aldus: “[...] een Europese Unie die in financieel-economisch opzicht een reus is en op politiek gebied een dwerg blijft, moet haast wel struikelen.”

Nu kunnen we het al dan niet met deze uitspraak eens zijn - de president van de Nederlandsche Bank zegt in Het Financieele Dagblad van vandaag dat “een verdere politieke integratie [...] geen voorwaarde voor de houdbaarheid van de EMU” is - maar opwekkingstaal is zij in elk geval niet.