Britse zorgen over Nederlands drugsbeleid; Minister Ann Taylor op werkbezoek

Het Britse drugsbeleid ligt onder vuur. Geïnspireerd door het algemene vernieuwingselan van Labour pleiten belangenorganisaties voor liberalisering. Maar zolang Ann Taylor minister van Drugszaken en voorzitter van de drugscommissie van de regering-Blair is, zal van een verschuiving in de richting van legalisering geen sprake zijn.

ROTTERDAM, 10 OKT. Kordaat stapt Taylor het splinternieuwe Jet Centre van vliegveld Rotterdam binnen. De Britse minister van Drugszaken en voorzitter van de drugscommissie van de regering-Blair heeft zich de afgelopen dagen een beeld gevormd van het Nederlandse drugsbeleid. Ze sprak met bewoners van de Rotterdamse wijk Spangen over de overlast van drugsdealers, keek rond in de Rotterdamse Pauluskerk en bij een methadonproject in Den Haag. Ook had ze een gesprek met de ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager (Justitie).

“Ik maak me zorgen over de ontspannen houding van de Nederlandse overheid tegenover drugs”, zegt Taylor, vriendelijk maar beslist. Ze vindt het beleid te veel gericht op gezondheidszorg en te weinig op handhaving van wetgeving. Jongeren in Nederland moeten volgens haar wel in verwarring raken door de tegenstrijdige signalen die ze krijgen. “De overheid laat wel voortdurend weten hoe gevaarlijk drugs zijn, maar staat intussen de verkoop ervan oogluikend toe.”

Taylor heeft absoluut geen vertrouwen in het scheiden van verkoopkanalen van hard- en softdrugs, een van de kernpunten van het Nederlandse beleid. “Uiteindelijk beginnen de meeste heroïnegebruikers met softdrugs, ook in Nederland.” Uit statistieken mag dan blijken dat in Groot-Brittannië 30 procent van de jongeren van 15 en 16 jaar ooit softdrugs hebben gebruikt en in Nederland minder dan 20 procent, maar daarvan is ze niet onder de indruk. “Ach, er zijn ook andere statistieken”, volgens Taylor.

Verschillende organisaties in Groot-Brittannië denken daar anders over. De Police Foundation kondigde onlangs een onderzoek aan naar de strenge Britse drugswet uit 1971. De commentator van het tijdschrift Police Review sloot niet uit dat gedeeltelijke legalisering van drugs de belangrijkste aanbeveling van het onderzoek zal zijn. Een van de hoogste Britse rechters, Lord Bingham, verklaarde blij te zijn met het onderzoek. In de ogen van Lord Bingham is het van essentieel belang om het drugsbeleid te 'decriminaliseren', ook als dat uiteindelijk zou betekenen dat “doormodderen met het huidige verbod waanzin zou blijken te zijn”.

The Independent is intussen een regelrechte campagne begonnen voor legalisering van cannabis. Gisteren toonde de krant op de voorpagina een provocerende foto van een van de oprichters van 'Release', een organisatie die adviseert over drugsgebruik, die een joint rookt. The Guardian had dezelfde dag op de opiniepagina een artikel onder de kop 'Friendly with dope?' van een officier van justitie die vindt dat het tijd wordt om over legalisering van drugs “het ondenkbare te gaan denken”. En nog niet zo lang geleden zette het gerenommeerde Britse weekblad The Economist de voordelen van drugslegalisering weer eens op een rijtje.

Taylor is niet onder de indruk. “Ze schrijven uitsluitend voor elkaar. Het is maar een klein clubje dat hardnekkig pleit voor legalisering”, zegt ze. Volgens haar is het levensgevaarlijk. “De gevolgen daarvan op de lange termijn zijn volstrekt onduidelijk. Het risico dat het fout gaat, is te groot.” Dat tabak en alcohol misschien wel gevaarlijker zijn dan cannabis, vindt ze geen argument. “Met de kennis van vandaag zouden we waarschijnlijk tabak ook niet hebben gelegaliseerd.”

Taylor ziet, ondanks haar harde aanpak, een essentieel verschil met het beleid van voorgaande Conservatieve regeringen. Met een variant op een vermaarde uitspraak van Blair over misdaadbestrijding zegt ze dat de huidige regering zowel “tough on drugs” wil zijn, als “tough on the causes of drugs” - hard optreden tegen drugs en tegelijkertijd hard werken om de oorzaken van drugsgebruik weg te nemen. Labour heeft volgens Taylor, meer dan de Conservatieven, oog voor de redenen waarom jongeren naar drugs grijpen. De huidige regering wil meer doen aan de sociale problemen die tot drugsgebruik leiden.

Taylor wil dat binnen de Europese Unie beter wordt samengewerkt bij bestrijding van drugs. Ze gaat niet zo ver als Frankrijk, dat zijn pijlen steeds weer richt op het Nederlandse beleid. Maar ze begrijpt heel goed waarom Nederland voor de Fransen een schietschijf is. “Nederland kampt met zijn imago als drugsvriendelijk land. Dat trekt zowel drugstoeristen als handelaren aan. Toen wij met harde hand een einde hebben gemaakt aan de explosieve groei van het aantal extacy-laboratoria, zijn de makers allemaal naar Nederland verhuisd. Nu smokkelen ze het spul vanuit Nederland Groot-Brittannië binnen.” Taylor vindt dat Nederland met zijn lakse houding andere landen met een probleem opzadelt, maar ze ziet een lichte kentering. “Is het niet zo, dat de overheid het aantal coffeeshops wil verminderen?”

Het meest schokkende dat Taylor de afgelopen dagen heeft gezien vindt ze de plaatsen waar onder het oog van de politie, en daarmee in feite door de overheid gesanctioneerd, heroïne wordt verhandeld. “Ik heb begrepen dat zelfs wordt overwogen om dat soort drugspanden te registreren”, zegt Taylor, “daarmee krijgen drugstoeristen definitief een vrijbrief.”