Borst versterkt positie ambtelijke top van ministerie

DEN HAAG, 10 OKT. Minister Borst (Volksgezondheid) versterkt de positie van de ambtelijke top op haar departement. Deze krijgt een grotere greep op de dagelijkse gang van zaken. Het aantal adviseurs wordt uitgebreid, ook de vier topambtenaren krijgen er elk twee toegewezen. Op korte termijn worden de directeuren op hun leidinggevende capaciteiten beoordeeld.

Dit blijkt uit het plan van aanpak 'Op koers' dat Borst vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De minister had eerder toegezegd om plannen ter verbetering van de departementale organisatie voor half oktober aan de Kamer voor te leggen. De Kamer eiste dit nadat haar was gebleken dat het departement niet goed functioneerde en het adviesbureau Twijnstra Gudde eind augustus kritisch over de departementale organisatie rapporteerde.

Kern van de kritiek van Twijnstra Gudde was het niet goed functioneren van de ambtelijke top, matige samenwerking tussen de beleidsdirecties, onvoldoende voeling met de politiek-bestuurlijke wensen en het niet goed beheren van de 'dossiers' (zoals thuiszorg) en het ontbreken van behoorlijk personeelsbeleid.

Als gevolg van het rapport van Twijnstra Gudde legde secretaris-generaal H. de Maat-Koolen haar functie neer. Deze week maakte Borst het vertrek, op 1 januari, van directeur-generaal T. van de Putte bekend. De twee andere directeuren-generaal, P.H.B. Pennekamp en dr. H.J. Schneider, werden gehandhaafd. Borst verwacht dat zij samen met de nieuwe secretaris-generaal R. Bekker en zijn nog aan te trekken plaatsvervanger “als team gaan opereren ten opzichte van de hen 'toevertrouwde' organisatie”. Bekker wordt verantwoordelijk voor de invoering van een nieuwe bedrijfscultuur op het departement. Ook het toezicht op de belangrijke dossiers hoort tot zijn taak. Zijn plaatsvervanger wordt verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Een herindeling van de beleidsdirecties wordt niet uitgesloten.

Borst wenst dat het departement meer gebruik gaat maken van de kennis die aanwezig is bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Inspecties voor de Volksgezondheid. Deze waren eerder door haar organisatorisch 'op enige afstand' van het ministerie geplaatst. De minister wil nu dat het Rijksinstituut en de hoofdinspecties gaan deelnemen aan de wekelijkse vergaderingen van de ministersstaf.

Er komen drie 'projectteams' die zich gaan bezighouden met de versterking van de strategische oriëntatie, verbetering van de bedrijfsvoering en vernieuwing van het personeelsbeleid. Deze moeten daarmee voor 1 april klaar zijn.