Bestaansrecht Raad van Europa wordt betwijfeld

Door de toetreding van nieuwe lidstaten moet de Raad van Europa dringend veranderen. Het Hof voor de Rechten van de Mens zal waarschijnlijk met veertig full-time rechters worden uitgebreid.

STRAATSBURG, 10 OKT. Nederland wil dat de Raad van Europa nauw gaat samenwerken met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Dit heeft minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) vanmorgen gezegd bij het begin van een tweedaagse topbijeenkomst van presidenten, premiers en ministers van Buitenlandse Zaken van de 40 landen die bij de Raad van Europa zijn aangesloten. De top wordt beheerst door vragen naar het bestaansrecht van de Raad van Europa als aparte organisatie.

Verschillende landen zijn voorstanders van samenwerking tussen de Raad en de OVSE omdat hun werkzaamheden nauw op elkaar aansluiten. Een probleem daarbij is dat de Verenigde Staten volledig lid zijn van de OVSE en slechts een waarnemerstatus hebben bij de Raad. De regeringsleiders willen morgen met een politieke verklaring en een actieplan de democratische stabiliteit in Europa versterken. Tegelijkertijd is er echter veel kritiek omdat de principes van democratie en mensenrechten waar de Raad van Europa voor staat, zouden verwateren sinds Oost-Europese landen tot de organisatie zijn toegetreden.

Het is na de top in Wenen in 1993 de tweede keer dat de staats- en regeringsleiders van de Raad van Europa bijeenkomen. De Raad werd in 1949 bij het begin van de Koude Oorlog opgericht ter verdediging van de mensenrechten, de parlementaire democratie en de rechtsstaat, voor het ontwikkelen van Europese overeenkomsten op sociaal en justitieel gebied en het stimuleren van het bewustzijn van een Europese identiteit.

Sinds 1989 zijn zestien voormalige communistische landen lid geworden van de Raad van Europa, inclusief Rusland. De Raad tracht die landen te helpen met de hervorming van de politieke en de rechtssystemen. Maar het verschil tussen de situatie in de oude lidstaten en in de nieuwe Oost-Europese lidstaten is nog altijd enorm. Volgens de secretaris-generaal van de Raad, de Zweed Daniel Tarschys, is 95 procent van de klachten die worden voorgelegd aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg nog altijd afkomstig uit de West-Europese landen. “In de nieuwe lidstaten hebben nog maar weinig mensen de mogelijkheid van het Hof in Straatsburg ontdekt”, zegt hij. Hij voorziet in de komende jaren een forse toename van het aantal klachten over schending van de Conventie van de Rechten van de Mens. Daarom zullen de regeringsleiders een beslissing moeten nemen over een nieuwe opzet van het Hof.

Op het ogenblik bestaan nog de Commissie en het Hof voor de Rechten van de Mens die beide met part-time krachten werken. Dat systeem voldeed lange tijd toen de Raad van Europa nog tien leden telde. Nu zijn veertig landen bij de Raad aangesloten. Hoewel er nog altijd maar weinig klachten uit de nieuwe aangesloten landen komen, duurt de behandeling van een klacht bij het Hof nu al vaak meer dan vijf jaar. Als Oost-Europeanen de weg naar het Hof vinden, dreigen nog langere wachttijden. Om de toename van werk op te vangen, zullen de regeringsleiders, die tot morgenmiddag in Straatsburg bijeen zijn, waarschijnlijk besluiten dat er eind volgend jaar een nieuw Hof voor de Rechten van de Mens komt met veertig full-time rechters. Verwacht wordt dat een hiervoor benodigd protocol in de loop van volgend jaar geratificeerd zal zijn door alle landen die bij de Conventie inzake de Rechten van de Mens zijn aangesloten.

De Raad van Europa is als bewaker van mensenrechten, democratie en rechtsorde een geheel andere politieke organisatie dan de op economische en politieke integratie gerichte Europese Unie. Maar geen land is ooit tot de EU toegetreden zonder zich eerst bij de Raad van Europa te hebben aangesloten. Bij de Raad worden besluiten genomen door het comité van ministers van Buitenlandse Zaken. Er is een parlementaire assemblee met 572 leden die de parlementen van de aangesloten landen vertegenwoordigen en er is ook een congres van lokale en regionale bestuurders.

De Franse president Chirac heeft het initiatief genomen voor de top van 46 vertegenwoordigers van 40 landen (van sommige landen zijn zowel de president als de premier naar Straatsburg gekomen), omdat de noodzaak wordt gevoeld dat zij hun verbondenheid met de waarden waar de Raad voor staat nog eens herbevestigen. Sinds Rusland, de Oekraïne en Kroatië tot de Raad toetraden is de vraag gerezen of er geen sprake is van verwatering van de basiswaarden als democratie en rechtstaat. De Zwitser Peter Leuprecht is afgelopen zomer afgetreden als plaatsvervangend secretaris-generaal omdat hij vond dat een land als Rusland geen rechtstaat is en daarom voorlopig nog niet gekwalificeerd is voor lidmaatschap.

De regeringsleiders proberen in Straatsburg overeenstemming te vinden over een gezamenlijke politieke verklaring, waarin ook wordt vastgelegd welke bijdragen de Raad kan leveren aan een grotere stabiliteit in Europa. Het actieplan ter versterking van de democratie dat de regeringsleiders krijgen voorgelegd, richt zich op vier gebieden: democratie en mensenrechten, sociale cohesie, de veiligheid van de burgers en de culturele verscheidenheid. Secretaris-generaal Tarschys hoopt dat door de top van regeringsleiders in de komende jaren meer Oost-Europese landen een verdrag ratificeren over een gegarandeerd minimum aan sociale rechten. De regeringsleiders krijgen ook een voorstel voorgelegd over samenwerking bij de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit en het witwassen van geld. Van de regeringsleiders wordt tevens gevraagd in te stemmen met een campagne waarmee de Raad in 1999 zijn vijftigste verjaardag wil vieren. Die campagne zal gericht zijn op het Europese erfgoed, waarbij in het bijzonder wordt gedacht aan het in stand houden van landschappen die een culturele waarde hebben, het behoud van kunstvoorwerpen in hun oorspronkelijke omgeving en het tegengaan van de vernietiging van cultureel erfgoed in oorlogstijd.