WK-kopman heeft teleurstelling verwerkt over 'gestolen' Tour-etappe; 'Zonder humor kan ik niet fietsen'

Bart Voskamp gaat zondag als beschermde renner van start bij het WK in San Sebastian. Hij heeft zijn knechtenrol afgezworen en zijn teleurstelling uit de Tour de France verwerkt. “Dat incidentje heeft me wel een hoop geld gekost.”

SAN SEBASTIAN, 9 OKT. Bijna onopgemerkt fietste hij zijn oefenrondjes door de Betuwe, de Veluwe en het Duitse achterland. Bart Voskamp was jarenlang een tamelijk anonieme wielrenner in Gelderland en omstreken. Sinds zijn ritzege in de Tour de France van 1996 wordt hij herkend op het pontje bij Wageningen. Sinds zijn deklassering in de Tour van 1997 wordt hij aangesproken door de garagehouder in Zetten. “Die man dacht dat ik commercieel baat had bij dat incidentje in Dijon. Mooi niet dus.”

Zijn eindsprint tegen de Duitser Jens Heppner heeft hij nooit meer teruggezien. “Later misschien, als de kinderen groot zijn.” Voskamp ging juichend over de eindstreep, maar de jury van de Tour was van mening dat hij onreglementair had gehandeld en liet een ontredderde sportman achter. De laconieke renner was veranderd in een verongelijkte verliezer. Drie maanden na het incident heeft hij de teleurstelling verwerkt, spreekt hij over een prachtige finishfoto die zeker moet worden ingelijst. Maar onderhuids zal hij zich altijd benadeeld blijven voelen.

“Ik word er niet huilend van wakker 's nachts, maar het blijft een belachelijke zaak. Die ritzege in de Ronde van Spanje was geen revanche, zoals jullie schreven, maar een pleister op de wond. Ik ben sportief en financieel uitgekleed door een stelletje blinde juryleden. Over tien jaar weet niemand meer dat ik die etappe eigenlijk heb gewonnen. In de criteriums heb ik zestig procent minder verdiend dan vorig jaar. De mensen van de organisatie proberen je zo goedkoop mogelijk vast te leggen en zeggen doodnormaal: 'Jij staat niet in de boeken als ritwinnaar in de Tour, dus betalen we je ook minder.' Daar kun je weinig tegenin brengen. Als renner heb je toch al weinig in de melk te brokkelen.”

Voskamp vertelt over zijn ontmoeting met Martin Bruin, het Nederlandse jurylid dat medeverantwoordelijk was voor zijn misgelopen winstpremie in de Tour. “Ik kwam hem tegen in de Ronde van Pijnacker, toen hij me een hand wilde geven. Maar die heb ik mooi geweigerd. Die man heeft me zoveel aangedaan, daar wil ik niks meer mee te maken hebben. Met een hand geven kan ik niet verder. Hij heeft me na afloop van die etappe in Dijon nooit te woord willen staan, dat vond ik helemaal het toppunt.”

De 29-jarige Voskamp staat bekend als de intellectueel van het peloton. Hij studeerde aan de MTS en hij draagt buiten de koers een ziekenfondsbrilletje. Na een derde plaats in de Ronde van de Toekomst kreeg hij in 1993 een profcontract bij TVM. Een jaar later behaalde hij een ritzege in de Ronde van Spanje. Weer een jaar later werd hij geplaagd door een achillespeesblessure. In 1996 baarde Voskamp opzien met een overwinning in de Touretappe naar Hendaye. Dit seizoen werd hij derde in de Midi Libre, “maar niemand die dat signaleerde”.

De laatbloeier had zichzelf ontdekt. De veelbelovende hardrijder had bewezen dat hij te goed is voor een knechtenrol. “Noem het van mijn part koersinzicht. Ik begrijp nu hoe je het spel moet spelen. Ik kan de zaken heel snel doorzien. Ik demarreer niet gauw meer op het verkeerde moment. Anders ben je tien procent van je energie kwijt. En als je demarreert moet je goed weten met wie je dat doet. Rijd je wel of niet mee. Door een paar goede ontsnappingen heb ik steeds meer zelfvertrouwen gekregen. Vroeger was ik al blij als ik in een ontsnapping zat. Nu rijd ik alleen maar om een etappe te winnen.

“Koersinzicht heeft niks met intelligentie te maken. De slimste renners stappen na een paar jaar gefrustreerd af. De wielersport is een apart wereldje, vergelijk het met een jungle waarin je moet overleven. Elke amateur die naar de profs gaat, heeft bewezen dat hij hard kan fietsen. Bij de profs komt er meer bij kijken. Dan moet je een linkebal zijn.”

Voskamp stond deze zomer in de belangstelling bij Festina, de meest succesvolle ploeg in de Tour. Hij hoorde het van een soigneur bij TVM die de soigneur van de Franse formatie had gesproken. “Het schijnt dat je bij geruchten snel aan de bel moet hangen, maar daar had ik helemaal geen zin in. Als ik die mannen van Festina aan tafel zie zitten in een hotel, blijf ik maar liever zitten waar ik zit. Zo gezellig ziet dat er niet uit. Het lijkt me een vreselijk idee op een eiland te zitten. Als buitenlander valt het niet mee in een vreemde ploeg te aarden.

“Ik heb net twee jaar bijgetekend bij TVM en heb niet te klagen. Wij zijn een vriendenploeg. Wij gunnen elkaar de overwinning. Bij een hoop ploegen gaat het er veel zakelijker aan toe. Ik houd van de Nederlandse mentaliteit, van de Nederlandse humor. Wij lachen ons dood in de bus. We kijken als het even kan naar Jiskefet. Een stelletje mafkezen misschien, maar wel leuke mafkezen. Zonder humor zou ik niet kunnen fietsen.”

Voskamp heeft de afgelopen jaren als één van de weinige Nederlandse wielrenners successen geboekt in de grote internationale wedstrijden. Toch weigert hij van een sportieve malaise te spreken. “We zitten niet in een dal, maar we zitten doodgewoon met minder renners dan het buitenland. Wij hadden dit jaar even veel profs als er neo-profs zijn in Italië. Dan is de rekensom gauw gemaakt. Procentueel hebben we veel minder kans een koers te winnen. Daar hoef je geen geleerde voor te zijn.”

Zondag start hij als beschermde renner in de wegwedstrijd bij San Sebastian. De amateur met de beperkte kwaliteiten heeft zich langzaam ontwikkeld tot een veelzijdige prof die op elk parcours uit de voeten kan. Voskamp heeft goede benen, maar of ze goed genoeg zijn voor een ereplaats durft hij niet te voorspellen. Na de wereldtitel van Joop Zoetemelk in 1985 is de regenboogtrui nooit meer oranje gekleurd.

“Op het WK word je als renner op de feiten gedrukt dat je bij de beste twaalf renners van een land behoort. Daar sta je in een gesponsorde ploeg niet zo gauw bij stil. Een WK is een prachtig tactisch steekspel. Welke ploeggenoot rijdt voor wie? Welke oude vetes moeten worden vereffend? Er staan zoveel verschillende belangen op het spel, daar kan een journalist alleen maar naar gissen.”