'Wet moet positie van aandeelhouder versterken'

AMSTERDAM, 9 OKT. Nederland heeft een wetswijziging nodig om de positie van de aandeelhouders in het bedrijfsleven te verbeteren. Zelfs als ondernemingen de aanbevelingen van de commissie-Peters integraal overnemen, blijft de zeggenschap van de beleggers in Nederland armzalig.

Dit zegt B. Thuysbaert, partner bij het Belgische adviesbureau Déminor, dat in negen Europese landen onderzoek heeft gedaan naar de verantwoordingsplicht en doorzichtigheid van het ondernemingsbestuur.

Hoewel er in vergelijking met vorig jaar sprake is van enige verbetering, loopt het Nederlandse bedrijfsleven op dit punt nog altijd ver achter bij landen als Groot-Brittannië en Frankrijk.

De commissie-Peters, die bestaat uit deskundigen, ondernemers en beleggers, heeft afgelopen zomer veertig aanbevelingen gedaan voor verbetering van de corporate governance, de Engelse verzamelnaam voor de internationale discussie over zaken als informatieverstrekking door ondernemingen en toezicht op het bestuur. De aanbevelingen moeten volgend jaar worden overgenomen. De commissie onder voorzitterschap van J. Peters, oud-topman van Aegon, heeft er bewust voor gekozen geen wetswijzigingen voor te stellen om niet verzeild te raken in juridische loopgravenoorlogen.

Thuysbaert denkt dat Nederland er echter niet aan ontkomt om de wetgeving aan te passen. “De aanbevelingen van Peters voor de raad van commissarissen zijn heel goed en heel uitgebreid. Over de positie van de aandeelhouders staat er alleen maar, dat hun invloed moet worden vergroot. Zelfs als de ondernemingen alle aanbevelingen volgend jaar overnemen, dan verandert er voor de aandeelhouders nog niet veel”, meent Thuysbaert. Minister Zalm (Financiën) heeft onlangs overigens al gezinspeeld op een wetswijzing ten behoeve van de aandeelhouders.

De 'armzalige' positie van de aandeelhouders is ook de belangrijkste oorzaak dat Nederland zo laag scoort in het onderzoek van Déminor, dat vandaag is gepubliceerd. In Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Spanje, België, Italië, Zweden en Nederland lichtte Déminor 248 beursondernemingen door. Daarnaast werd onder 110 institutionele beleggers, vooral Europese pensioenfondsen, een enquête gehouden. Het beste scorende Nederlandse bedrijf is Aegon, gevolgd door Unilever en Reed Elsevier. “Maar vergeet niet dat deze drie nog ver achter liggen op de dertig grootste beursondernemingen in Engeland”, zegt Thuysbaert.

In alle onderzochte landen is het optuigen van vestingwallen tegen vijandige overnames “een nationale sport” volgens Thuysbaert: “Maar Nederland is de absolute koploper waar het gaat om beschermingsconstructies in vredestijd. Het is het enige land, waar je bijna alleen aandelen zonder stemrecht kunt kopen.” Het stemrecht op nagenoeg alle Nederlandse aandelen is ondergebracht bij administratiekantoren, terwijl voor de beleggers certificaten resteren. “Ik verwacht niet dat de administratiekantoren volgend jaar door het rapport-Peters collectief zelfmoord plegen”, zegt Thuysbaert.

Nederlandse bedrijven verstrekken wel behoorlijk veel informatie aan de aandeelhouders, zij het nog altijd minder dan in Zweden of Groot-Brittannië. Thuysbaert: “De informatieverstrekking is sinds vorig jaar licht verbeterd. Dat is mede gebeurd onder invloed van Peters en sommige bedrijven maken al melding van dit rapport. In het algemeen is de informatie over bijvoorbeeld de bezoldiging van bestuurders verbeterd.”

De onafhankelijkheid van de toezichthouders op het bestuur - in Nederland de raad van commissarissen - is bij Nederlandse ondernemingen heel behoorlijk geregeld.

Onder het structuurregime zijn de functies van de bestuurders en commissarissen strikt gescheiden, waar die in landen als Zwitserland, Spanje en Italië veelal in één hand zijn.