Vraagtekens bij duurzaam bouwen in Amersfoort

Duurzaam bouwen is noodzakelijk, vindt staatssecretaris D. Tommel. Europese collegae vinden het Nederlandse beleid echter voor verbetering vatbaar.

AMERSFOORT, 9 OKT.De IJslandse afgevaardigde I. Johannsson haalt verontschuldigend zijn schouders op. Nee, energieproblemen, waterproblemen en duurzaam bouwen zijn in zijn land niet aan de orde. “Ruim 85 procent van onze huizen wordt verwarmd door de natuurlijke warmwaterbronnen”, zegt hij. Een luxueuze positie, realiseert hij zich, als hij de verhalen van zijn Europese collega's heeft aangehoord.

De tweede Europese conferentie over duurzaam bouwen werd onlangs in Amsterdam gehouden. Op uitnodiging van staatssecretaris D. Tommel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) was een groot aantal collegae van de Europese Unie maar ook uit voormalig Oost-Europa aanwezig.

Om het Nederlands duurzaam-bouwenbeleid in de praktijk te zien, werd Amersfoort tot excursieplaats uitverkoren. Die stad fungeert met verscheidene projecten als voorbeeld. Zo startte Amersfoort begin jaren negentig het voorlopige pronkstuk van het duurzaam bouwen in Nederland: de vijfduizend woningen tellende wijk Nieuwland. Een wijk waarbij het nieuwste van het nieuwste op gebied van milieuverantwoord bouwen is toegepast. Veertig procent van de woningen voorziet in de eigen energievraag door gebruik van zonnecollectoren. Regenwater wordt opgevangen in bassins en gefilterd gebruikt om de toiletten mee te spoelen. Auto's worden ver weg van de huizen geparkeerd, de fiets is er heilig verklaard, getuige de twee fietsaders die het stadsdeel doorkruisen en de auto-onvriendelijke verkeersdrempels.

Maar de Nederlandse inspanningen kunnen niet op ieders enthousiasme rekenen. De Britse minister van Volkshuisvesting, N. Raynsford, blikt geïnteresseerd naar buiten als de bus over een van de veel te krappe minirotondes draait. “Ik vraag me af of mensen in Engeland het wel zo fijn zouden vinden om allemaal hun voordeur in dezelfde kleur hardroze te hebben”, lacht hij sceptisch. De architectuur in de wijk verbaast hem. Het enige huis waar hij zelf zou willen wonen is een oude boerderij, het enige bouwwerk dat ouder dan tien jaar blijkt te zijn.

Ook zijn Oostenrijkse collega H. Farnleitner is niet onverdeeld positief over het Amersfoortse milieuproject. “Hoewel dit natuurlijk beter is dan niets aan milieu en duurzaam bouwen doen, twijfel ik aan de historische waarde van deze wijk. De ontwikkelingen gaan nog erg snel, en de methodes die hier gebruikt zijn om bijvoorbeeld milieuvriendelijk energie op te slaan zijn snel verouderd. Ook wij experimenteren op kleinere schaal met duurzaam bouwen maar zijn niet van plan dergelijke prestigieuze bouwplannen over te nemen.”

Bij iedere nieuwe straat mompelt Raynsford meewarig: “Oh my God”. Het duurzaam bouwen lijkt hier eerder het kind van de rekening geworden dan het primaire doel, zo concludeert hij. “Onze duurzaam-bouwenexperimenten zijn meer op kleine schaal, omdat we bang zijn dat grote projecten snel zullen verouderen. Ik wil wel eens zien hoe Nieuwland er over twintig jaar bij ligt, of het dan nog net zo revolutionair en baanbrekend is als het nu lijkt”, meent Raynsford. Een woordvoerder van VROM erkent dat Nieuwland niet representatief is voor het Nederlandse beleid voor duurzaam bouwen, omdat er te specifiek milieugericht gebouwd is. “De zonnepanelen zijn daar een goed voorbeeld van. Maar uiteindelijk is het de bedoeling dat ook in 'normale' woonwijken duurzaam gebouwd gaat worden. Je moet eigenlijk het verschil tussen een gewoon en een duurzaam gebouwd huis niet zien.”

De aanwezigheid van de ministers en staatssecretarissen uit het voormalige Oostblok toont volgens Farnleiter dat duurzaam bouwen de grenzen van de EU ontstijgt. “Juist in Oost-Europa is er nog een heleboel ruimte om duurzaam te bouwen. Het zou mooi zijn als daar milieuvriendelijke bouwprojecten van de grond zouden kunnen komen. De kennis daarvoor kunnen ze hier in Nederland, of elders in Europa opdoen”. Projecten als Nieuwland raden beide bewindslieden echter af. “Je moet iets doen, maar begin wat kleiner, dan kan je zien of het werkelijk effect heeft”, adviseren zij.