Voetbalclub krijgt eigen museum in Arena; De kroonjuwelen van Ajax

Voetbalclub Ajax heeft een kleurrijke historie. De mythe van deze eeuw wordt vanaf 14 oktober in beeld gebracht in een eigen museum in de Arena. Over twee verdiepingen staan de hoogte- en dieptepunten breed uitgemeten: de Europa-Cups, de wereldbekers, goaltjesdief Piet van Reenen, de Ajax American Jazz-band, maar ook de dossiers van de FIOD in de zwartgeld-affaire. De relikwieën nader bekeken.

Gooalll!! klinkt het uit een van de vitrines in het Ajax-museum, waar een oud Philips-radiotoestel van voor de oorlog is opgesteld. Het aanzwellende geluid komt uit de mond van de legendarische sportverslaggever Han Hollander. Hij doet verslag van België-Nederland op 12 mei 1935. Tienduizenden Nederlanders zaten voor de oorlog regelmatig aan de radio gekluisterd voor een rechtstreeks wedstrijdverslag, iets waarmee de AVRO in 1928 was begonnen.

Een van de internationals die de glorieuze 2-0 in Brussel meemaakte (doelpunten van Kick Smit en Beb Bakhuys) is de Ajacied Wim Anderiesen sr. Hij speelde in totaal 46 interlands en fungeerde als een onvervalste spil tussen verdediging en aanval. Zijn ongebreidelde inzet en z'n kopkracht maakten hem ijzersterk. Anderiesen bereikte de top tegen de stroom in. Zijn beroep was politie-agent en hij moest één keer in de drie weken een wedstrijd van Ajax missen, omdat hij dan op zondag dienst had. Zijn superieuren kwelden hem tot op het bot door hem zelfs in te schakelen voor de ordebewaking bij de thuiswedstrijden van zijn geliefde club aan de Middenweg in Amsterdam. Toen Anderiesen door de keuzecommissie werd geselecteerd voor het Nederlands elftal kreeg hij eindelijk vrij op zondag. Anderiesen overleed in 1944 als gevolg van een longontsteking. In Geuzenveld is een hofje naar hem vernoemd.

De historie van Ajax is met geen pen te beschrijven. De mythe van deze eeuw wordt vanaf 14 oktober in beeld gebracht in de ultra-moderne ambiance van het stadion van het volgende millennium, de Arena. Te koel als entree, maar eenmaal binnen maakt de bezoeker een reis door een droomwereld van voetbalsuccessen. Kosten noch moeite zijn gespaard: het paleisje waar Ajax z'n kroonjuwelen heeft opgeslagen, kost zo'n vijf miljoen gulden.

Het museum kent twee verdiepingen. Op de begane grond heet Johan Cruijff in een driedimensionale animatie iedereen welkom en wordt de geschiedenis in Nederland chronologisch opgesplitst in zeven perioden. Hier ook zijn de shirts uitgestald. Ajax speelde niet altijd in het befaamde tricot met de rode balk. Op foto's uit het oprichtingsjaar dragen de Ajacieden de kleuren van Amsterdam: een rood shirt en een zwarte broek. Later veranderde dat in een shirt met rode en witte banen. Dit tenue bleef ongewijzigd totdat in 1911 werd gepromoveerd naar de eerste klasse. Als nieuwkomer moest Ajax een ander tenue kiezen aangezien Sparta al in een shirt met rood-witte strepen speelde. Toen werd overgeschakeld op het magische shirt met de rode balk waarop tegenwoordig voor de merchandising elk seizoen veranderingen worden aangebracht. Zo gaan er per jaar 90.000 shirts à ƒ 110 per stuk over de toonbank.

Boven, op de eerste etage, staan de internationale successen centraal. Maar de mooiste relikwieën liggen beneden. Zoals de eerste diploma's van de mislukte oprichting in 1894 met de spelfout in Footh Ball Club. Het oudste Ajax-geschrift waarin Floris Stempel vanaf zijn ziekbed in 1894 de clubkleuren voorstelde aan Carel Reeser. De uitnodiging om de oprichtingsvergadering te bezoeken in Café Oost-Indië, Kalverstraat 2. En natuurlijk tal van foto's waaruit blijkt dat Ajax meer was dan alleen een voetbalclub: het verenigingsleven bloeide in de vorm van diners, een gekostumeerd bal of een uitvoering van de Ajax American Jazz-band. Ajax had vanaf 1924 ook een cricketteam en een honkbalafdeling. Op een van de foto's staat een schriel jongetje dat een verdienstelijk catcher is geweest: Johan Cruijff.

Bij toeval ontdekte samensteller Carel Berenschot in een privé-collectie ook een foto van goaltjesdief Piet van Reenen, die in 235 competitieduels 272 doelpunten maakte voor Ajax. Een uniek exemplaar, want van deze Utrechter had de Ajax-archivaris geen illustratie meer. Zoals er ook geen foto's te vinden waren van de eerste Europa-Cupwedstrijd in “de schijnwerpers” van het Olympisch Stadion: Ajax tegen het Oost-Duitse SC Wismut op 27 november 1957.

Tussen de vroegere sterren worden de maatschappelijke ontwikkelingen niet vergeten. Het (later afgebrande) Paleis van Volksvlijt in 1900, een rijtoer van koningin Wilhelmina, straatjongens met een stuk hout in de aanslag bij verkiezingsrelletjes op de Dam in 1931, de nozems uit de jaren zestig en een opgepoetste Batavus-bromfiets. “Ajax is dood”, zong Gerard Cox in die tijd.

Maar de grote successen moesten nog komen. De Europa-Cups, de wereldbekers van de jaren zeventig tot en met negentig, ze zijn allemaal uitgestald. Het is ruim opgezet, er kan hier en daar nog een cupje bij.

Dieptepunten zijn niet verdoezeld. Zoals de staaf die Ajax een Europese schorsing kostte van een jaar. En een stapel dossiers van de FIOD in de zwartgeld-affaire. Daar staat weer een filmpje tegenover van debutanten die scoren in hun eerste wedstrijd: Van Basten, Winter, Roy, Ronald de Boer. In het museum vertonen 21 monitoren fragmenten van 1 tot 1,5 minuut. De beelden zijn door de NOS beschikbaar gesteld. Een cadeautje, want 'Hilversum' rekent hiervoor normaal 2.500 gulden per fragment.

Veel beroemde ex-spelers hebben persoonlijke trofeeën afgestaan. Zo schonk Frank Rijkaard een replica van de beker die Oranje veroverde tijdens het EK in 1988. Johan Cruijff, die het museum volgende week dinsdag opent, deed hetzelfde met een onooglijke beloning voor de voetballer van het WK in 1974. Barry Hulshoff gaf een uniek shirt: met een smalle rode baan van de toenmalige sponsor Le Coq Sportif.

Grote Ajax-trainers, zoals Jack Reynolds, Rinus Michels, Johan Cruijff en vooral Louis van Gaal, krijgen in het museum relatief weinig aandacht. Dat geldt ook voor prominente voorzitters als Marius Koolhaas ('32-'56), Jaap van Praag (64-78) en Michael van Praag, de huidige voorzitter. Bewust beleid, volgens samensteller Berenschot. “Het publiek ziet toch liever voetbalhelden dan ijdele bestuurders.” Desondanks schijnt voorzitter Michael van Praag het nieuwe museum met tranen in zijn ogen te hebben bekeken.

INFORMATIE

Het Ajax-museum is vanaf 14 oktober dagelijks geopend van 9-18u. Gesloten op dagen van evenementen in de Arena en wanneer Ajax een thuiswedstrijd speelt. De entree bedraagt ƒ 12,50 p.p. Kinderen t/m 12 jaar, 65+ pashouders en groepen van minimaal 20 pers. ƒ 10 p.p. Kaartverkoop bij de Arena-balie naast het museum. Voor reserveringen: 020-3111333.