Vervalcamouflage

Voor zover er, in het dierenrijk, verschil in uiterlijk bestaat tussen mannetjes en vrouwtjes, zijn de mannetjes - enkele uitzonderingen als het Jezus-Christusvogeltje daargelaten - altijd bonter, kleurrijker, opzichtiger dan de vrouwtjes. Neem bijvoorbeeld de vink. Het vrouwtje ziet eruit als een verbeterde mus. Het mannetje daarentegen is prachtig, met z'n kastanjebruine jasje, z'n witte vleugelbanden en z'n dieprode borstje.

Bij mensen lijkt alles andersom. Weliswaar zijn de mannetjes, zoals bij zo veel diersoorten, iets groter dan de vrouwtjes, maar juist de vrouwtjes zijn bonter, kleurrijker, opzichtiger uitgedost. Doet de cultuur bij ons de natuur geweld aan? Horen wij mannen eigenlijk in onze kleding pracht en praal ten toon te spreiden, zoals dat bijvoorbeeld in de zeventiende eeuw het geval was? (Denk alleen maar aan die kerel in het oogverblindende gele pak op de Nachtwacht van Rembrandt.) Is het verschijnsel mode bij de verkeerde sekse terechtgekomen?

Ik denk het niet. Mode is volgens mij vervalcamouflage. Wat is er mooier dan een meisje van achttien in een wit T-shirtje met een spijkerbroek en tennisschoenen aan en zonder een spoortje make-up op haar gezicht? Wie mooi is, kan mode ontberen. In het onlangs verschenen, bijzonder boeiende boek Hart en Nieren van de gebroeders Meerman vond ik de passage: '... (zoals) vrouwen mooi kunnen zijn, als hun huid nog snaarstrak staat en een simpel wit bloesje en kort rokje al genoeg vuur ontsteken om de horizonten van de lyriek te willen bezeilen'. Maar, zo merkt Jacques Meerman op, 'leeftijd en klimaat zijn voor veel mediterrane vrouwen onbarmhartig'. Helaas geldt dat niet alleen voor mediterrane vrouwen. Eén van de droefste verschijnselen van het leven is te zien hoe meisjes uit je jeugd, voor wie je adem stokte, dertig jaar later spookachtig zijn afgetakeld. Daarbij valt trouwens ook op dat meisjes die indertijd niet opvielen door hun oogverblindende uiterlijk, er dertig jaar later vaak nog heel goed uitzien. Wie nooit mooi was, kan niet lelijk worden.

Mode dient het aftakelen te camoufleren. Met de push up-bh, voorzien van beugel, kun je verhullen dat de borsten, die eerst recht naar voren stonden, niet langer de zwaartekracht trotseren. Met de fraaie donkere nylonkousen kun je verhullen dat de eerste spataderen zich aandienen. Met de naaldhak kun je de kuit spannen. Met de scherp gesneden, strakke mantelpakjes kun je de vetrolletjes bij de heupen maskeren alsmede het beginnende buikje. En uiteraard dient make-up geen ander doel dan het verval van het uiterlijk, dat soms zijn beslag al krijgt na het vijfentwintigste levensjaar, of na het eerste kind, zoveel mogelijk aan het oog te onttrekken.

Ook bij mensen is het vrouwtje veel minder mooi dan het mannetje. We moeten daarbij niet die luttele paar jaar in ogenschouw nemen waarbij het vrouwtje in bloei staat, maar die lange rest van het leven waarbij het vrouwtje wanhopig probeert met alle daartoe strekkende middelen het verval te verbergen. Uiteraard is daarbij ook afwisseling van het grootste belang. Trek je steeds wat nieuws aan, dan valt minder op dat al wat daaronder zit steeds ouder wordt. Variatie verhult. Dat je daarbij in verbijsterend lelijke lange rokken moet lopen met een split tot aan de bilnaad, zoals de mode nu voorschrijft, schijnen vrouwen op de koop toe te nemen. Als het verval maar aan het oog wordt onttrokken!

Omdat niemand openlijk toegeeft dat mode vooral dient als vervalcamouflage, lijkt het hele verschijnsel hypocriet. Maar misschien heeft men allang uit het oog verloren dat mode dient om aftakeling te verhullen. Mode heeft zich losgezongen van haar oorspronkelijke doelstelling.

Ook die aanvallige meisjes van achttien met een snaarstrakke huid die genoeg zouden hebben aan een wit bloesje en een kort rokje lijken vaak volledig uit het oog te hebben verloren dat de mode hun niets te bieden heeft. Ze smeren hun gezicht onder, waardoor ze eruitzien als een vamp van veertig, en ze grijpen naar kleren die voor oudere dames bedoeld zijn.

Anders dan in het dierenrijk het geval is, leven die oudere dames gemiddeld nog zo'n dertig jaar door nadat ze onvruchtbaar zijn geworden. In die dertig jaar wordt uiteraard alles op alles gezet om het verval te camoufleren. Bij mannen is dat anders. Wij mannen blijven vruchtbaar tot het bittere einde en daarom ervaart 'de andere sekse' de veroudering van de man niet als verval. Daarom is de mannenmode ook niet erop uit het verval te camoufleren. Anders gezegd: de mannenmode is lang niet zo sterk aan trends, verandering en variatie onderhevig als de vrouwenmode, terwijl er ook geen sprake van is dat mannen met allerlei middelen proberen te camoufleren dat hun gezicht ouder wordt. Waarom zouden ze? De grijzende slapen worden menigmaal juist als heel aantrekkelijk gezien.

Dat de natuur in dit opzicht ongelofelijk onrechtvaardig is - ik ben de laatste om dat te ontkennen. Maar wie hierover wil klagen, moet niet bij mij zijn, maar bij de Schepper.