Verrijkt u!

Er is dit jaar enige commotie ontstaan over de zelfverrijking van Nederlandse managers. Premier Kok sprak van “exhibitionistische” praktijken, wat een eigenaardige benaming is voor een beleid dat er nu juist op gericht is de honoreringsgegevens geheim te houden. Maar ook al zijn de gegevens niet openbaar, wat wel duidelijk is, is dat er een nieuwe trend is ontstaan.

Managers ontvangen tegenwoordig voor Nederlandse begrippen ongebruikelijk hoge beloningen, met name in de al even ongebruikelijke vorm van bonussen en opties. En het is ook duidelijk dat veel mensen hier enige moeite mee hebben.

Managers zelf zijn gewend zulke bezwaren als onzin, jaloezie of kinnesinne af te doen en geven graag allerlei argumenten om hun inkomens te rechtvaardigen. Zij dragen nu eenmaal grote verantwoordelijkheden, zo betogen zij, en staan onder zware druk. Dat argument vind ik eerlijk gezegd niet erg sterk. Artsen en verpleegsters, bus- en vrachtwagenchauffeurs staan onder nog zwaarder druk en dragen even grote verantwoordelijkheden. Maar die krijgen geen bonussen, opties en gouden handdrukken.

Sportlieden en popsterren verdienen nog veel meer, zo luidt een ander argument. Deze vergelijking is om velerlei redenen onzinnig. Bij de managers hebben wij het alleen in Nederland al over vele honderden functionarissen in vele tientallen bedrijven. Bij topvoetballers en toptennissers gaat het in de hele wereld om een paar honderd mensen, die bovendien slechts gedurende enkele jaren zulke topsalarissen bij elkaar slaan of schoppen. Dit geldt ook voor filmsterren, popsterren en bestsellerschrijvers. De hele wereld kent de weinigen die tot het Walhalla van deze idolen doordringen. Dat kan, met alle respect, van de raad van bestuur van de Postbank toch niet worden gezegd.

Bovendien bestaat er geen manier om het inkomen van zulke succesvolle kunstenaars terug te dringen. Als Harry Mulisch een boek schrijft dat alle Amerikanen willen lezen, dan zal hij daar vele miljoenen aan royalties mee verdienen. Daar helpt geen moedertje lief aan. Men kan de Amerikanen toch moeilijk verbieden zelf ook de hemel te willen ontdekken? Of moet men misschien per land een numerus fixus opleggen? Of de aanschaf van meesterwerken slechts toestaan via gewogen loting?

Dat lijkt allemaal niet erg redelijk en hier ligt nu precies het verschil met de managers. De prijzen van sport- en filmsterren komen via vraag en aanbod tot stand. De hele wereld wil die films zien, die liedjes horen, die boeken lezen en naar dat voetballen kijken. Hier is dus echt sprake van de 'markt', waar de managers het zo graag over hebben.

Sommigen beweren dat die marktwerking ook geldt voor managers. De wereldeconomie globaliseert. Er wordt gevochten om talent. Elders worden ook hoge salarissen betaald. Wij moeten wel meedoen et cetera. Wie gelooft dat? Misschien zijn er in Nederland inderdaad wel enkele bankiers en managers die meedraaien op de wereldmarkt. Maar verreweg de meesten opereren op de zeer beperkte binnenlandse markt en zitten liever thuis bij Tante Truus dan bij Citibank in New York. Hun salarissen worden dan ook niet op de wereldmarkt bepaald en zelfs niet op een nationale markt, maar grotendeels door hen zelf. Natuurlijk zijn het officieel de commissarissen die hierover gaan, maar die commissarissen zijn zelf weer directeuren van andere bedrijven of oud-directeuren van hetzelfde bedrijf. Dit heeft met een markt, laat staan een wereldmarkt, niets te maken. Het is een markt waar alleen de marktlieden beter van worden, maar de klanten niet.

Over de echte ondernemers hoor je het volk ook nooit klagen. Integendeel, miljardenbezitters als Bill Gates en Freddy Heineken, ondernemers als Silvia Toth, Frits Goldschmeding, Albert Heijn en anderen die hun eigen bedrijf groot hebben gemaakt, worden bewonderd, ja geliefd. Zelfs een criminele horeca-familie, die voor weinig geld een stevige pot serveert, wordt door het publiek op handen gedragen.

De irritatie over de managers-salarissen daarentegen komt voort uit het gevoel dat hier sprake is van zelfverrijking. Toen het College van Bestuur van de Utrechtse Universiteit, naar verluidt - ik heb het nooit officieel bevestigd gezien - zichzelf een forse loonsverhoging toekende, waren de reacties ook scherp. Je kunt nu eenmaal geen loonsverhoging toekennen aan jezelf.

Toch zouden onze universiteitsbestuurders met evenveel recht naar het buitenland kunnen verwijzen als onze managers. Een interessant voorbeeld is dat van de president van Adelphi University, een volstrekt onbeduidend college in Long Island, dat men in geen enkele lijst van top-universiteiten zal aantreffen. Iets heel anders dus dan de Nederlandse universiteiten, die, zoals bekend, geen van alle onderdoen voor Harvard of Berkeley. Deze president heet dr. Peter Diamandopulus - een naam uit Havank - en hij ontvangt ongeveer een miljoen dollar per jaar. In dat inkomen zit onder andere ook een flat op Manhattan en anderhalve ton voor reizen en entertainment. Sociale verzekeringen komen er nog bij. Als hij over vijf jaar vertrekt, krijgt hij bovendien nog eens 2,7 miljoen dollar mee. Hij is zijn geld meer dan waard, zeggen zijn medestanders, want hij heeft veel voor het college gedaan.

Zijn dit nieuwe verschijnselen? Het antwoord is: ja en nee. Grote rijkdommen zijn er altijd geweest. Van Croesus en Crassus tot Rothschild en Rockefeller kennen wij de namen van legendarische rijkaards. In Nederland zijn wij doorgaans op dit gebied wat voorzichtiger, maar Colijn verdiende begin deze eeuw bij de Koninklijke een miljoen gulden per jaar en dat kwam toen neer op tachtig keer het jaarsalaris van een minister.

Met de opkomst van de burgerij en het kapitalisme, werd het verwerven van rijkdom een maatschappelijk aanvaard verschijnsel. Het was het recht, ja de taak van de mens, door werken en leren vooruit te komen. Het beroemde woord van de Franse historicus en politicus François Guizot, 'Enrichissez-vous', is hier een perfecte formulering van.

Het 'Enrichissez-vous' is vaak als een cynische boutade uitgelegd. Maar dat was het niet. Het ging Guizot niet om platte zelfverrijking. Het volledige citaat of liever de twee citaten, waaraan het gevleugelde woord is ontleend, verduidelijken dit. “Enrichissez-vous par le travail et par l'épargne”, zei hij in 1841 tegen zijn kiezers. En: “Affermissez vos institutions, éclairez-vous, enrichissez-vous, améliorez la condition morale et matérielle de la France”, zei hij op 1 maart 1843 in de Kamer.

Deze woorden moeten begrepen worden in hun context. In Frankrijk bestond toen het census-kiesrecht. Alleen wie een bepaalde som belasting betaalde, had kiesrecht. Dat stelsel ondervond uiteraard kritiek. Sommigen, de progressieven, wilden het kiesrecht uitbreiden. Guizot echter niet. Hij geloofde in de waarde van bezit en de grote betekenis van de burgerij als de stabiele factor in de maatschappij. Met zijn advies bedoelde hij tegen de minder vermogenden te zeggen: wordt zelf ook bourgeois, verrijkt u en u zult vanzelf het kiesrecht krijgen.

Guizots uitspraak betekende met andere woorden dat de burgerij een open elite was, waartoe in principe een ieder door ijver en arbeid kon toetreden. Een advies tot zelfverrijking was het dus niet. Onze managers kunnen zich dan ook niet op Guizot beroepen, maar wel natuurlijk op Colijn.