VEB mengt zich in uitkoopprocedure FGH

ROTTERDAM, 9 OKT. De Vereniging van Effectenbezitters VEB gaat namens een aantal aandeelhouders van FGH verweer voeren in de uitkoopprocedure die Aegon tegen hen heeft aangespannen. De VEB stelt dat Aegon een veel te lage prijs biedt voor de resterende aandelen FGH.

Naar de smaak van de belangenvereniging zijn de stukken meer dan 200 gulden waard, terwijl Aegon niet meer dan 95,45 gulden wil bieden. Vandaag heeft Aegon een nieuwe zaak geopend bij de Amsterdamse Ondernemingskamer die een eind moet maken aan een langslepend conflict tussen een select groepje bezitters van nog geen kwart procent van de Friesch-Groningsche Hypotheekbank. Deze vastgoedbank werd al in 1987 overgenomen door de verzekeraar.

De afgelopen jaren weigerden de aandeelhouders categorisch hun stukken te verkopen voor de (telkens stijgende) prijs die Aegon bood. Afgelopen april noemde accountantskantoor Deloitte & Touche het uiterste bod van Aegon (95,45 gulden) 'alleszins verdedigbaar'. De VEB kwam in mei echter tot een prijs van 171 gulden en heeft de inzet inmiddels verhoogd tot meer dan 200 gulden. Het accountantsrapport gaat volgens de VEB onder meer uit van een te laag winstverleden. Deloite & Touche gaat uit van een gemiddelde nettowinst van 54 miljoen gulden, terwijl de winst van de afgelopen twee jaar volgens de VEB gemiddeld 95 miljoen bedroeg. Ook gaat de accountant volgens de VEB uit van een te lage koers/winstverhouding (twaalf) tegen een gemiddelde onder financiële instellingen van twintig in 1996.

Verwacht wordt dat de Amsterdamse Ondernemingskamer deskundigen zal uitnodigen om een onderzoek te verrichten. De VEB denkt dat de procedure nog zeker een jaar in beslag zal nemen.