Tories worden met uitsterven bedreigd

Achttien jaar regeren heeft de neergang van de Britse Conservatieven verhuld. Na de verkiezingsnederlaag in mei volgde de bodemloze val. Op het partijcongres probeert Tory-leider William Hague het tij te keren.

LONDEN, 9 OKT. Vijf maanden na de meest verpletterende verkiezingsnederlaag sinds 1906 verkeren de Britse Conservatieven nog steeds in shocktoestand. Ze kunnen het niet bevatten. Dat de partij die Groot-Brittannië tweederde van deze eeuw heeft geregeerd, die zich de 'natuurlijke regeringsmacht' waande, tot de politieke marge is gedegradeerd. De partij heeft niet alleen haar electorale aanhang verloren, ook haar richting en geloof in zichzelf.

Overal waar de gedelegeerden op het Conservatieve partijcongres in Blackpool deze week hun blikken richten, treffen ze sporen van teloorgang. De partijorganisatie is al net zo'n bolwerk van vergane Victoriaanse glorie als de Winter Garden, het amusementscentrum waar het congres wordt gehouden. Er zitten scheuren in de verkleurde gordijnen en er lopen barsten door het klatergoud.

Achttien jaar Conservatieve regering hebben de neergang alleen maar verhuld. In 1953 hadden de Tories nog drie miljoen leden. Aan het begin van het Conservatieve tijdperk, in 1979, was daar eenderde van over. Inmiddels is het ledental tot rond de 350.000 gedecimeerd. Rond de 350.000, want hoeveel leden de partij precies heeft weet geen mens. Er bestaat geen centraal ledenbestand, de partij kent ook geen centraal lidmaatschap. Een politiek geïnteresseerde kan zich alleen tot de plaatselijke afdeling wenden. Elke afdeling heeft haar eigen beleid en eigen regels en eigen contributie. Een partijorganisatie die zich tot de leden wil wenden, kan dat alleen via de afdelingen doen. John Barnes, politicoloog aan de London School of Economics, vergelijkt de partijstructuur met een stoel zonder zitting. “Geen wonder dat de Conservatieven van hun troon gevallen zijn.”

De Tories worden letterlijk met uitsterven bedreigd. De gemiddelde leeftijd van de leden bedraagt 66 jaar. De jongerenafdeling die in 1949 op 160.000 aanhangers kon bogen, telt nog geen 3.000 leden. Dat is minder dan het ledenbestand van Annabel's nachtclub, vlakbij het plaatselijke partijkantoor van de Conservatieven in de Londense West End.

Achttien jaar hebben de Conservatieven het gezicht van de Britse politiek bepaald. Maar met de wisseling van de wacht kwam de bodemloze val. Niet alleen werd het aantal Conservatieve Lagerhuisleden op 1 mei tot 165 gehalveerd, in Schotland en Wales werd de partij volledig weggevaagd. In gemeenteraden en regioraden hadden de Conservatieven al eerder het hoofd voor Labour moeten buigen. Vernederender nog: in het lokaal bestuur waren ze afgegleden tot derde partij van het land. Zelfs de Liberaal Democraten hadden ze moeten laten voorgaan.

Pagina 5: Wachten is op comeback Tories

De lijdensweg van de Britse Conservatieven was met het verkiezingsechec nog niet ten einde. Direct na de verkiezingsmarathon ontbrandde de strijd om de opvolging van de aftredende partijleider John Major. Lokale partij-afdelingen, Hogerhuisleden en Europarlementariërs gaven eensgezind de voorkeur aan mannetjesputter Kenneth Clarke, ex-minister van Financiën. Maar de Lagerhuisfractie koos eind juni de 36-jarige William Hague, de minst ervarene van de kandidaten. Sindsdien heeft Hague volgens de politicoloog Barnes een aantal blunders begaan waardoor binnen de partij sterke twijfel is gerezen of hij wel geschikt is voor zijn baan.

Sommige van zijn vermeende missers zeggen misschien meer over de partij dan over Hague. Veel Conservatieven vonden het geen pas geven dat Hague zich met baseballpet in een pretpark en in hemdsmouwen bij het Caraïbische carnaval in het Londense Notting Hill vertoonde. Zoals Barnes zegt: “Tories kunnen er niet tegen dat hun leider zich onwaardig gedraagt.” Dat Hague tijdens het partijcongres in dezelfde hotelsuite slaapt als zijn verloofde, werd ook als onbetamelijk gezien. Met dergelijk onconventioneel gedrag, in elk geval voor Conservatieve kringen, kreeg Hague het imago van 'Boy Blunder', de jongen die zich hopeloos vertilt aan mannenwerk. Daarbij maakte hij een inschattingsfout door na de dood van prinses Diana Labourleider Tony Blair met zware kritiek te overladen. Hague verweet Blair dat hij de begrafenis van Diana op “laaghartige wijze” had geëxploiteerd. Die aanval werkte averechts nadat Blair door Buckingham Palace publiekelijk geprezen werd.

Hague heeft het verval van de Conservatieven nog niet tot staan weten te brengen. Sinds de verkiezingen is de Conservatieve aanhang nog verder teruggelopen: van 31 naar 22 procent, het laagste niveau van deze eeuw. Zo'n tachtig procent van de Britten ziet de Tories als een partij die uit de tijd is, zonder sterke leiders, zonder duidelijke richting, zo bleek deze week uit een opiniepeiling .

Hague heeft de kiezers ook nog niet van zijn bekwaamheid kunnen overtuigen. Maar 6 procent van de Britten vindt dat hij geschikt als premier is. Zelfs de Conservatieve aanhang geeft de voorkeur aan Blair boven Hague. “We hebben nog een lange weg te gaan”, verklaarde Hague dinsdag met gevoel voor understatement. De nieuwe partijleider heeft daar de afgelopen maanden een eerste begin mee gemaakt. Niet door het beleid om te gooien en nieuwe ideeën te lanceren. Daar is het nog te vroeg voor. Maar door de Conservatieven weer te positioneren in het politieke midden. Door te ijveren voor modernisering en verjonging van het partijapparaat.

Na een week van rouw en navelstaren zal Hague morgen in zijn slottoespraak proberen om zijn partij weer nieuwe hoop te geven. Die rede moet het begin zijn van de comeback. Al zal het nog wel één tot anderhalf jaar duren voordat de Conservatieven weer een politieke factor van betekenis vormen, verwacht Barnes. Zo ging het ook na de verpletterende verkiezingsnederlagen van 1906 en 1945. “Al kan Labour op het moment geen kwaad doen en is die partij oppermachtig, het zou dwaas zijn om de Conservatieven af te schrijven”, zegt Barnes. “Conservatieven komen altijd terug.”